* Monique Burger van Island Bookstore is verkozen tot Boekverkoper van het jaar 2010.
* Irene de Lange neemt afscheid bij Stichting Thuiszorg Gehandicapten.
Zonder Stichting Thuiszorg Gehandicapten geen boekhandel voor Happé en van der Laan, zo schreef ik afgelopen zaterdag op onze nieuwspagina. Zesentwintig jaar geleden begon Irene de Lange met geestverwanten een thuiszorgvoorziening, die het ouders van gehandicapte kinderen mogelijk maakte hun kind thuis te blijven verzorgen en opvoeden. lees verder ›
‘Portretten maak ik nooit in opdracht. Ik schilder alleen wie ik boeiend vind. Niet naar foto, maar naar de werkelijkheid, dus A. Marja moest ook voor me zitten.’ Kunstschilder Willy Rieser (1927) vertelt drie kwartier achter elkaar over zijn vriendschap met de dichter A. Marja. Het portret van Marja door Rieser hangt sinds de heropening van het Letterkundig Museum in de Nationale Schrijversgalerij. Wanneer hij het precies heeft geschilderd, weet hij niet meer, maar het moet eind jaren vijftig zijn geweest. ‘Mijn vrouw en ik maakten kennis met Marja in 1950, toen we ook in Den Haag kwamen wonen. We konden goed met hem opschieten. Die practical jokes van hem zijn ons bespaard gebleven, maar misschien is dat zuiver toeval. Onze vriend en buurman Rico Bulthuis liep altijd een straatje om als hij Marja in de verte zag aankomen.’
lees verder ›
Om kwart over twaalf vanmiddag begon de herdenkingsdienst voor Driek van Wissen in de Martinikerk te Groningen. De kist werd bij de preekstoel neergezet, daarnaast een schilderij van de dichter. Na anderhalf uur was het allemaal weer voorbij en ging de kist, begeleid door vrienden van de Dickenskring door het middenpad naar buiten, onder de Martinitoren door, terwijl het kerkorgel het ‘Grunnens laid’ speelde. lees verder ›
Psalm 1
Zij tekent hijgend in de trein
het papier met kleurkrijt vol.
Een weg, een vaart, velden naar
de horizon met bloemen, rood en geel.
De zon hoog in de lucht straalt
en spiegelt in het water. Haar moeder
knikt en lacht, kijkt naar buiten
en denkt aan bomen, zorgzaam geplant
in vette oevergrond, aan bladerkronen
boven stromend water, dan aan ziekte
die haar dochter neemt als wind
de bladeren en vloekt het kwaad.
Remco Ekkers lees verder ›
Romanschrijver, polemist, kankeraar
In interviews wordt hem geregeld gevraagd of hij nog meer heeft geschreven dan Bezonken rood. Jeroen Brouwers, vorige maand werd hij 70 jaar. Zijn uitgeverij, Atlas, bracht enkele feestedities op de markt zoals De Indiëromans en Hamerstukken, waarin alle polemieken zijn verzameld. Over een paar maanden volgt nog een bundeling romans in De jaargetijden. Ook werkt hij aan een nieuwe roman, ‘omdat ik nu eenmaal een romanschrijver ben.’ Bittere bloemen moet in het najaar verschijnen. Het literair-historisch tijdschrift De Parelduiker greep de verjaardag van Brouwers aan om een themanummer rond de schrijver samen te stellen. Daaruit blijkt al snel dat Brouwers meer is dan de auteur van Bezonken rood, zoals hij bij het grote publiek bekend staat. Hij schreef naast romans ook talloze polemieken en essays: ‘Alleen maar romannetjes maken, god, dat wilde ik ook niet.’ lees verder ›

In 1956 kreeg Anna Blaman de P.C. Hooft-prijs. Hier staat ze tijdens de prijsuitreiking, samen met jurylid F. Borderwijk, enigszins weggedrukt, half in een hoge schouw van het Muiderslot. Het lijkt of de schrijfster bang is haar hoofd te stoten tegen de kap van de schouw. Anna’s dankwoord steekt uit de jaszak van haar mantelpakje. Achter Borderwijk staat een haardharkje. Wanneer Borderwijk moe wordt van het lange staan, kan hij, net als in de tram, met z’n vrije hand wat gaan hangen aan die beugel. Borderwijk drinkt wijn. Anna staat, heel onfeestelijk, zonder drank. Ze mimet daarom voor de foto gewoon maar een glas wijn. Het is tenslotte háár dag.
De zogenaamde buitenstaander
Hoewel Peter Middendorp op de achterflappen van zijn boeken zijn Tzum-verleden verzwijgt, als betrof het een periode die hem later chantabel zou kunnen maken (die ene syfilitische hoer die de rest van zijn leven tot een hel maakt), zullen wij onze oud-redacteur altijd op handen dragen. Ook als zijn uitgever hem vlak voor de plotselinge verkiezingen dwingt tot een snelle bundeling van zijn stukken, binnen een jaar waarin zijn grote Balkenende-boek De lachende derde ook is verschenen. De bundel Met de kennis van nu heeft zelfs als ondertitel ‘Stemwijzer voor Nederland’, wat al aangeeft dat het boekje een dag na de verkiezingen in de uitverkoopbakken zal liggen, tussen de afgeprijsde kalenders en Het Aanzien van 2009. Dat zou jammer wezen. lees verder ›
Soul Kitchen was een rampzalige film. Een verzameling moppen, losjes aan elkaar gemonteerd door Fatih Akin, het Turkse enfant terrible van de Duitse cinema. Nou hou ik wel van moppen en ik heb ook gerust een paar keer hard gelachen. Maar de veel te bedachte plot was zelfs als parodie op een veel te bedachte plot te bedacht. Doldwaas op een manier die ons de hoogtijdagen van John Lantings Theater van de lach in herinnering brengt. De film deed me om meer dan een reden denken aan J. Kessels, the novel van Thomése. Soul kitchen speelt in Hamburg. Net als bij Thomése stehen die Nutten draussen in der grossen Stadt sich die Füsse platt. In een parkeergarage, een soort prostitutie waar Hamburg geloof ik patent op heeft. Frikadellen (negerlullen bij Thomése) en andere frituurspecialiteiten spelen in beide kunstwerken een grote rol. En zowel bij Thomése als bij Akin is de lichamelijke liefde een belangrijke drijfveer voor de hoofdpersonen. Toch vind ik J. Kessels een magistraal boek, een meesterwerk in zijn soort en is Soul Kitchen een treurig gevalletje hots-knots-begonia-cinema. lees verder ›