Altijd wel weer breekt iemand straten op tot strand

In de reeks debuutrecensies op Tzum.info zullen de komende vier afleveringen de genomineerde bundels voor de C. Buddingh’-prijs voor het beste Nederlandstalige poëziedebuut besproken worden. De winnaar wordt op 15 juni bekend gemaakt tijdens het 41e Poetry International Festival Rotterdam. De genomineerde bundels zijn:

• Gert de Jager – Sterk Zeil (De Contrabas)
• Elmar Kuiper – Hechtzwaluwen (Augustus)
• Delphine Lecompte – De dieren in mij (De Contrabas)
• Nina Werkman – Antidata (Uitgeverij Holland)

De derde aflevering: Nina Werkman – Antidata

Nina Werkman (1947) is wat je zou kunnen noemen een geduldige debutante. Al in 1999 ging zij zich volgens haar biografie ‘structureel bezig houden met het schrijven van poëzie’, in zowel het Nederlands als in verschillende Nedersaksische dialecten zoals het Gronings. Werkman participeerde in een poëziewerkgroep, deed mee aan en won gedichtenwedstrijden, en publiceerde in tijdschriften (Krödde, Liter, Poëziekrant) en groepsuitgaven bij kleine uitgeverijen. Tien jaar na haar dichterlijke opwachting verschenen haar Groningstalige bundel Wizzelbörg (Uitgeverij Servo) en – in de Windroosreeks – haar Nederlandstalige debuut Antidata (Uitgeverij Holland). Deze laatste werd prompt genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs.

Je hoeft de bundeltitel niet te kennen en de achterflap van de bundel (waarop het woord vier keer voorkomt) niet te lezen om erachter te komen dat (de) tijd een belangrijke rol speelt in Antidata. Neem het titel- en openingsgedicht:

Antidata

Alles behalve nog eens achterop bij de vader,
naar de tuin als het goed was, beide benen
in tassen waar later de boontjes, de bessen.

De moeder ziek, mens-erger-je-niet gewoon
tussen doppinda’s en zondagse jurken door,
kreukend op de knieën om de eettafel.

Warm was het en het plakte, van jam nog en
de melkbeker vanzelf, hoe die viel op het laken,
niets stuk toch van alles gebroken. Dat

En nu: de gaten die wij sliepen met elkaar
in dagen van morgen die hoe langer hoe meer
gisteren werden, veel eerder gedateerd

dan voorzien. Nu jouw fiets, tuin en zondag,
zonder tassen of pinda’s, zonder jurk ook en alles
behalve dat het zo warm was als het moest zijn.

Those were the days. ‘Antidata’ – datumloos? Tijdloos? Tegen (het verstrijken van) de tijd? Het ouder worden heeft zichtbaar toegeslagen: de toekomst (‘dagen van morgen’) heeft plaatsgemaakt voor verleden (‘gisteren’), de tijd gaat sneller dan verwacht en alles lijkt snel lang geleden (‘veel eerder gedateerd dan voorzien’). De tijd dus. En dat je als je groot bent alles zelf mag bepalen, alles anders is maar net niet lijkt te kloppen (‘behalve dat het zo warm was als het moest zijn’). De suggestie wordt gewekt dat vroeger veel zo niet alles beter was. Tot zover de thematiek die in de bundel verder wordt uitgesponnen (in ‘Kleine oorlog’: ‘De klok hoog in de lucht geeft aan dat het nog tijd is’; en in ‘Tussen blad: ‘de pas / opgeslagen bladen van hierna’). Niet bijster origineel, wel consequent.

Zoals dit openingsgedicht laat zien heeft de poëzie van Werkman iets bedachtzaams, maar ook iets ‘bedachts’. Werkman probeert aan de hand van details de lezer mee te voeren. Echter, de beeldkeuze (mens-erger-je-niet, doppinda’s) leunt wel sterk op nostalgie en heeft iets kneuterigs. Daarnaast bestaat er de neiging tot ‘poëtiseren’ (‘niets stuk toch van alles gebroken’), die af en toe weinig gelukkig uitpakt (‘de gaten die wij sliepen met elkaar/ in dagen van morgen die hoe langer hoe meer/ gisteren werden, veel eerder gedateerd/ dan voorzien.’). De schematische opzet van het gedicht – ‘Dat en nu’, het contrasteren van nu met vroeger door exact dezelfde beelden terug te laten komen in het heden – heeft daarbij iets gekunstelds, zeker met het wel mooi verwoorde maar in betekenis wat sleetse slot.

Er moet gezegd worden: het openingsgedicht is weliswaar wat betreft de toon exemplarisch voor de poëzie in Antidata, maar behoort zeker niet tot de sterkere gedichten. Neem het veel beter geslaagde ‘In de tussentijd’:

In de tussentijd

In de tussentijd de zakdoeken wegruimen,
het bed richten, de kamers vrijmaken van
fijn stof, het vriesvak van genadebrood.

In het naseizoen de rauwe wortels uitgraven,
de pantoffeldieren op hun plaats laten vallen
onder de lens; in de drup de wisselborgtocht
meten, op de keukenweegschaal de leegte
van de pen, het gewicht van de vlinder,
aan het raam het liggen van de storm.

In de bladstilte de tafel dekken met wit
en zilver, het huis sluiten, wachten
met de kaarsen.

Werkman kiest zorgvuldig haar woorden en komt soms met mooie regels. In ‘Middag’, bijvoorbeeld: ‘onverhoeds breekt altijd wel weer iemand straten / op tot stand’.

Ik kan me echter niet aan de indruk onttrekken dat veel van Werkmans gedichten lijken op gedichten, in een poging te voldoen aan het beeld van ‘een gedicht’ – zoals we al zagen bij het titelgedicht. Dit levert klassieke maar niet erg verrassende gedichten op. In ‘Middag’ bijvoorbeeld: ‘Nog is het middag, als de dag vergaat in trage / schemer, rood, van rode wazen boven de horizon’, en in ’Something blue’: ‘Al tierend / wraken elementen het decorum’.

Dit klassieke wordt versterkt door Werkmans voorliefde voor klassieke thema’s (tijd, vergankelijkheid) maar zeker ook onderwerpen, zoals seizoenen, natuur en landschappen: ‘Op de bedeesde bries beweegt het einde / van de grote stromen met al die winden mee’. Ook hier de neiging tot poëtiseren in de vorm van een gedragen regel met een geforceerde alliteratie: ‘bedeesde bries beweegt’. Verderop in dit gedicht – ‘Zonder blauw’ – staat op een ‘verweesde kade’ een eenzame vlag de eenzaamheid te symboliseren.

Deze expliciete maar weinig subtiele beeldtaal vinden we ook terug in Werkmans neiging om ‘grapjes’ uit te halen met zegswijzen door ze letterlijk te nemen, hierboven ‘met al die winden mee’. In ‘Doekjes voor het bloeden’ zit er ‘een steekje los’ in een zakdoek, die wel van pas kan komen als ‘de hand zich wel weer overspeelt’ of ‘voor als mijn neus bloedt’.

Werkman toont in haar debuut bij tijd en wijle aan over poëtisch vakmanschap te beschikken, maar gebruikt dit lang niet altijd even effectief. Bovendien is ze in haar toon en keuze voor thematiek, onderwerpen en beelden wat te behoudend om te beklijven – al is dat ook een kwestie van smaak.

Jurre van den Berg

Nina Werkman – Antidata. Holland, Haarlem. € 5,95.

(foto: Jan Glas)