Een moedige schrijver in de buitenwijken

Twee keer ben ik in Parijs geweest; één keer als ongeïnteresseerde middelbare scholier en de laatste keer samen met mijn familie in 2009 tijdens het Paasweekend. Het leek mij toen een leuk idee om de roman De wandelaar van Adriaan van Dis te lezen in de auto op weg naar de Franse hoofdstad. De roman speelt zich immers af in Parijs en even daarvoor had ik met plezier Nathan Sid, Zilver of het geluk van de onschuld en Familieziek gelezen. Nog voor de tweede tankpauze heb ik de roman, na vijftig pagina’s, weggelegd (het is zeker niet uit te sluiten dat het mijn eigen tekortkoming was).

Het is misschien flauw om Stadsliefde. Scènes in Parijs te vergelijken met Hemingway’s A Moveable Feast en Getrude Stein’s The Autobiography of Alice B. Toklas, want Van Dis speelt in een andere literaire klasse dan deze twee modernistische grootheden. Maar wat Hemingway en Stein met succes deden, het evoceren van het Parijse leven in een bepaalde tijd, doet Van Dis eveneens. Met zijn lucide proza schetst Van Dis het Parijs van de jaren nul van deze eeuw. En het is niet allemaal Louvre, Kunst, Literatuur, Musée d’Orsay en Romantiek wat de klok slaat in Stadsliefde. De verschillende anekdoten zijn grofweg te verdelen in drie categorieën; het leven van Van Dis in Parijs, met wie en waar hij dineert; Parijs als historische en culturele stad én de andere kant van Parijs: de armoede, de immigranten, de buitenwijken.

Van Dis verhuisde naar Parijs en is dus zelf ook een immigrant. Integratie vereist inspanning. Van Dis past zich aan, gaat om met zijn buren, met de bewoners uit zijn straat, mag op de pof kopen bij de eigenaares van de buurtsuper, maakt contact met M. Dubois, de vaste zwerver van de straat. Stuk voor stuk zijn het leuke anekdotes: de naïeve Van Dis die niet in augustus verhuist. Welke idioot verhuist er nu in een andere maand? In augustus is iedereen de stad uit en rijden de bussen rijden minder vaak. De volgende verhuizing vindt plaats in augustus. Integreren leer je met vallen en opstaan.

Stadsliefde is meer dan een verzameling leuke anekdoten. Het bezit ook een urgentie die in deze tijd van onbarmhartigheid ten opzichte van gekleurde immigranten meer dan welkom is. Van Dis gaat naar de banlieu. Hij wil zien hoe men daar leeft: ‘Je voelt de spanning in de buitenwijken. De verveling. De haat. Als ergens in Europa een revolutie uitbreekt, dan wederom in Parijs.’

De revolutie brak uit in 2005, in de vorm van de rellen waar de auto’s, eerst in Parijs en later in heel Frankrijk, bij bosjes in de fik werden gestoken. Van Dis doet er verslag van: vrijdag 4 november in de metro, een donkere jongen moet van de politie zijn papieren laten zien, maar heeft deze niet bij zich.

‘Mee naar het bureau.’

‘Maar ik ben Frans,’ zegt de jongen, ‘net zo Frans als u.’

De jongen moet de Marseillaise zingen van een blanke agent. Hij slaagt en de omstanders klappen. Vertellen maakt meer indruk dan betogen.

Later leest Van Dis iets in de krant over Reeboksneakers – de zogenaamde EasyTone: Moving Air Technology schoen. Hij gaat op zoek naar ‘mijn ideale schoen’ en weet waar hij moet zijn: ‘In Parijs vind je de meeste sportwinkels in buurten waar banlieu en binnenstad elkaar raken.’ Op zijn queeste naar de schoen komt hij in aanraking met de jeudige winkeliers, veelal (kinderen van) immigranten. Van Dis is de heerlijke onnozellaar die zich mengt tussen de jeugd, maar nog belangrijker: hij ziet het andere gezicht van Parijs:

Zelden voelde ik me zo oud en stijf en uit de pas met mijn tijd als op die schoenendag. Al had Reebok wel wat in beweging gezet. Ik stapte uit mijn blanke kooi, even maar. Niet meer dan een sprongetje.

Tuurlijk drinkt Van Dis in restaurants en cafés lekkere en dure wijn, gaat hij uit eten, vertelt hij over Baudelaire, Strindberg en Proust, en maakt hij wandelingen door het Jardin du Luxembourg. De verhalen die voldoen aan het romantische beeld van Parijs worden afgewisseld met verhalen die getuigen van nieuwsgierigheid én moed. Zo gaat Van Dis met de zoon van zijn werkster (illegale immigranten) mee naar een gevecht. De zoon vecht op geheime plekken voor geld. Het is een angstaanjagende gebeurtenis voor een nette, gecultiveerde man als Van Dis. Maar de angst weerhoudt hem niet. De avonturen met de zoon van zijn werkster behoren tot de mooiste en beste stukken van het boek.

Misschien is hij wel eens gevraagd en heeft hij het aanbod afgewezen, maar het is vreemd dat Van Dis geen column heeft in een weekblad of krant. Elke week een stukje van Van Dis. Het zou een welkome afwisseling zijn. Geen mening of geschreeuw, of het gezever over het kind dat zo snel uit haar kleren groeit, maar elke week een goed geschreven stuk van een empathische man, die oprecht nieuwsgierig is naar de historische en culterele schatten van een stad en haar samenleving én naar de andere kant van de samenleving waarin hij verkeert.

Koen Schouwenburg

Adriaan van Dis – Stadsliefde. Scènes in Parijs. met foto’s van Tessa van der Waals en Frans Toet. Augustus, Amsterdam. 272 blz. €19,95.

Reacties