Gisteren werd bekend dat Martin Ros binnenkort weer een boekenuurtje zal vullen voor de radio. Radio Soest deze keer. Ooit was Ros een gewaardeerde gast bij de TROS Nieuwsshow, maar de laatste jaren raakte hij wat in de versukkeling. Bovendien was het een publiek geheim dat hij geen enkel modern boek meer las. Na zijn ontslag bij de TROS volgde een periode van twee jaar bij Selexyz, die op hun website een Martin Ros-boekenrubriek hadden. Maar ook daar daagde het besef dat Ros afkerig was van moderne literatuur. Liever sprak Ros over boeken die hij decennia geleden gelezen had, over politiek, Turken en Het Hele Erge. Selexyz zag dat na veel vreugdeloze zaterdagen ook in en stopte de rubriek.

In de tijd van Selexyz schreef ik elke week voor mijn Literatuurlog de hoogtepunten op uit het geraaskal. Ik wilde er al vrij snel mee stoppen, maar toen zei Gerrit Komrij dat hij juist die stukjes zo leuk vond. Een selectie uit de Selexyzarchieven en veel succes Radio Soest.

Het hele erge

– Hij schrijft niks over Paulien, een zuster, een vrouw die berucht was om haar enorme borsten en ook haar neukzucht.

– Deed ie (Napoleon, cp) het wel eens? Dee hij het wel? Ja, maar hij deed het meestal in aanwezigheid van een ander. Dan dicteerde hij iets aan een luitenant en ondertussen maakte hij een nummertje. Hij deed er drie minuten over. Ja sorry, ik kan het niet jokken, het staat in dit boek.

– Je ziet de onderdelen van de vrouw, je ziet de orgasmes, je ziet het hele erge. Dus als ik een jongetje was van nog vijftien jaar, dan was ik op dit boek in elkaar gegeild natuurlijk. Ik zeg het maar ronduit. Dus dit boek moet je wel, al die mevrouwen die mij volgen, waarschuw ik hier wel voor. Je moet ergens tegen kunnen.

– Als je een onschuldige man bent, is dit om te smullen natuurlijk en als je niet onschuldig bent, is het ook nog, hoewel, kijk het is ook een fase van ’t is voorbij. Pik, kut, lul: wie taalt daar nog naar? De boeken van Henry Miller liggen op de boekenmarkt. De jongeren kijken er niet eens naar. Het is voorbij. (…) Ik denk dat er nog wel genaaid wordt in Nederland, maar niet meer met die verbolgen… Alles kan toch? Ik zet de tv aan en ik zie hoe vader en moeder het voordoen aan de kinderen in de kamer.

– Ik heb begrepen dat het boek gericht is tegen de te vele penisactiviteiten van mannen die het hele erge doen, dat weet je, waar die vrouwen pijn van hebben. Het is niet altijd zo leuk voor die vrouwen.

– Toch heeft hij haar, terwijl hij over die andere vrouw, Ava Gardner, die de, ja, grootste vulva heeft van heel Amerika. Selexyzpresentator: U bent een kenner, meneer Ros.

– De gruwelen van de necrofilie, de pedofilie en de eh dysmorfoli..filie, die zit er ook in. Presentator Selexyz: Zo. Pedofilie, necrofilie en wat is er nog meer. Wat is dat? Dat is een uitvinding die zij noemt en dat is dus de dysmorfofilie. Presentator Selexyz: Dysmorfofilie. Dat is dus een liefhebberij in vrouwen met gebreken. Dus dat je daar op wil, begrijp je.

– Maar ja, wie doet het: dat is natuurlijk Bond. Die lost het hele probleem op en met medewerking van die vrouwen. Die gaan natuurlijk, hun broek gaat uit hè want het hele erge komt uitvoerig voor.

– De Italianen waren aardig voor die mensen. Die hadden nog een beetje zaagsel in hun broek zitten. Die bedienden ook die vrouwen van hun liefde, begrijp jewel dat was heel anders. Kretenzische vrouwen die naaiden graag met de Italianen.

– En die vrouw, vooral die tweede vrouw, die eigenlijk niet zijn vrouw was, hij was getrouwd hij is nooit gescheiden van die eerste vrouw die hij eigenlijk haatte. Maar die tweede vrouw die wat mooiere borsten had; hij hing er enorm aan hè. Elke morgen moest hij erop.

– Het genot! Het genot duurt zeven minuten. Dan wil je weer op een ander. Wat heb je daar aan?

– Ter elfder ure kwam er een vrouw met alle grote verleidelijkheden en bekoorlijkheden, u weet dat wel, die uitstekende borsten enzo, en die kreeg hem in haar greep.

– ’t Is werkelijk ongelooflijk. Je begrijpt ook niet hoe deze mensen in die tijd hè, want waren er wel condooms? daar hoor je niks van, dat naaide en neukte maar aan. Er kwamen geen kindjes ook, ik weet niet hoe ze dat versierden, maar dat leeft maar aan.

– Ik ben een ouder wordende man, alhoewel ik nog een oog heb voor het vrouwelijk schoon, ben ik een ouder wordende man, dus ik weet niet meer hoe ze leven, hoe ze denken, hoe ze praten. Die meisjes van 17, 18 jaar, volgens dit boek doen die niets anders – zitten de héle dag aan hun aan penissen te denken, ze voelen ook constant aan penissen, is het heerlijkste wat er is. Het is net een zwaan in hun handen, weet je wel en ze zitten ook alsmaar aan die eh hoe heten die die tepels: worden die nog groter? Oh vreselijk, het is een onuit…onuitstaanbaar volkje.

– Ik kende alle plekken op de hei, waar je kon gaan liggen en waar je het geheime ritueel voltrok. Weet je wel. Nu gaat er niemand meer naar de hei. Ze doen het in de kamer. Vader en moeder doen het voor.

– Ook bij het bed, bij het bed, ik noem maar het hele erge. In bed, ook in Nederland nog. Niet op de hei daar liggen ze niet meer. Als je de hele hei afstroopt zondags: je komt geen span meer tegen. Ze doen het in bed.

– De Tsaar en Metternich die hadden soms drie vrouwen per dag. D’r waren vrouwen die, het staat hier allemaal in hoor, ik verzin het niet, die het zo’n zeven acht keer op een dag deden; die leunden tegen de muur terwijl ze redeneerden met een andere vrouw. Het is iets ongelooflijks!

– Nou ja, ik weet niet wat jij van vrouwen vindt. Ik ben er dol op. Gelukkig dat ze bestaan, maar het is ook wel één, allemaal hetzelfde hè. Als je vrouwen bij elkaar zet, vier vijf vrouwen die praten door elkaar heen. Tegen elkaar op, het is zo, echt waar. Zit toch soms een luchtje aan. En het is, kijk ze profiteren van alles wat nu is toegestaan, pik kut lul, nou ja je kan alles schrijven wat je wil. Het zijn allemaal vrouwen met drie kinderen van drie verschillende mannen, dat is heel gewoon tegenwoordig. Ze doen het in de kamer waar vader en moeder bij zitten.

– Die Koestler was natuurlijk ook in de war. Die kon alleen maar lekker klaarkomen om als ie een vrouw maltraiteerde en verkrachtte. Dan ging het pas lekker. Ja, en dat staat… Selexyzpresentator: Volgens mij moeten we snel naar een volgend boek.

– En hoe ze die meisjes tussen de veertien en de zestien jaar, die nog vegen aan het hele erge, weet je wel. Ja. Ik vind het eigenlijk een afgrijselijk boek, maar ik weet niet hoe die man is. Het is ook een zanger geloof ik. [Elvis Peeters, cp]

– Hij was natuurlijk de held van alle vrouwen hè, die wilden allemaal aan zijn trui ruiken. En nog veel erger.

– Want tsaar Alexander was vooral iemand die, ja ik kan het ook niet helpen, achter blanke Franse vrouwen aanzat: de broek afstrijken, d’r op!

– Heeft Jezus niet geneukt? Ik weet het niet. Hij had ook broers en zusters. Hij was dertig. We weten het niet.

– Hij breekt overal z’n nek over die meisjes, die lagen ook maar het liefst in zijn armen. Ik weet niet wat, wat ie dan zo extra, het duurde bij hem geen twee minuten, ook geen twaalf, maar een half uur, een uur, ik weet niet. Het orgasme moet iets verschrikkelijks geweest zijn van hem.

Cultuurpessimisme

– Kijk eens naar de programma’s op tv. Die worden steeds slechter. Heel Nederland zit ’s avonds naar die man met het dikke hoofd te kijken, die een enorm fortuin krijgt van de VARA, weet je het? Ik zal zijn naam maar niet noemen. En maar lachen! En maar lachen! Waar lachen ze om? Om zichzelf! Om de winden die uit hun eigen reet komen. Het zijn de malcontenten en die hebben geen cultuur.

– Zeggen sommige mensen: ze zijn niet cultuurloos: ze hebben toch hun eigen muziek, hoe mooi is dat niet? Nee dat vinnik niet mooi. Maarten ’t Hart heeft ook eens gezegd, en die weet wat van muziek, Maarten ’t Hart die speelt zo alle psalmen uit zijn hoofd op het orgel dat is nogal wat en die zegt: die hele nieuwe muziek uit Amerika is shit. Dat komt uit de onderste lagen, uit de onderbroek van die mensen.

– Moet je niet bij de televisie komen natuurlijk, want die meisjes die me daar de boeken aanreiken hebben nog nooit van Mussolini gehoord, weet je ’t is verschrikkelijk.

– Herdruk na herdruk. Thomas Mann en Kafka hebben ze nooit van gehoord. Wie zijn dat? Wil je dat even spellen?

– De jongeren weten hier geen donder meer van. Laten ze dit eens lezen.

– Ik vind dat boek wat je nu net noemt [Joe Speedboot, cp] een aardig boek, een redelijk boek. Dat springt eruit, want er verschijnen geen romans van belang meer. Noem ze dan, Remco Campert doen, die dadelijk tachtig wordt. Het is, het houdt op. De lite-, maar daar hebben we het al eens over gehad, de literatuur houdt op hè? De literatuur wordt anders gewaardeerd door al die vrouwtjes die al die misdaadboeken lezen. Die denken: dat is literatuur. Maar dat is een verschuiving. Echt, wij lazen boeken om geconfronteerd te worden met de drama’s in het leven. Die gaven die boeken. Wij herkenden ons in die figuren. Wij trokken ons eraan op. Ik leefde met de helden van W.F. Hermans. Zo is het toch? Dat is helemaal weg. Selexyzpresentator: Misschien herkent de huidige generatie zich ook weer in de in de moderne boeken? Ja, dan ga je weer een heel eind in die foute richting. Je doet het maar, maar het is het einde van de literatuur.

Moderne schrijvers

– Van Dorrestein kan ik wel wat waarderen. Maar het is geen eersteklas schrijfster, maar ze heeft het in het buitenland heel ver gebracht.

– Noem ze maar even op. Wie zijn de grote schrijvers, ja, noem ze maar even op. Selexyzpresentator: Arnon Grunberg. Naaakgggkh Daar noem je nou net Arnoud (?) dat vin ik nou net een… een uitzondering. Er zijn mensen die kunnen van die man geen letter lezen. Maar noem, is dat nou een lijst van schrijvers? […] Selexyzpresentator: we houden er toch wel vier over? Noem ze mij maar. Selexyzpresentator: Van der Heijden vindt men ook een groot schrijver. Nee, vind ik niet, die is tweederangs.

– Het beroemdste is, vind ik, zijn boek over Casanova. Er is een Nederlandse auteur, die heeft hem ook nageaapt, weet je wel. [Ros doelt op Arthur Japin, cp] Die laat Casanova bij een zieke prostituee komen of zoiets.

– Het is natuurlijk een ijdeltuit tot en met. Die Van der Heijden. Of je nou van hem houdt of niet, van z’n boeken, moet je zelf weten. Ik hou er niet zo van. […] Ik weet niet wat die man doet. Die zit de hele dag z’n eigen autobiografie op te schrijven, hè.

– Dan zie je hem daar staan; hij heeft zo’n leuk koppie, je zou hem zo aan je borst drukken. Selexyzpresentator: Doorleefd, doorleefd hoofd heeft hij wel. Een melkjongen, zoiets is het. [Bas Heijne, cp]

– Want het is toch een verbijsterend knap boek hoor. Dat Siebelink. Kijk z’n stijl, dat moet ik ook meteen zeggen, ’t is geen Hermans of Reve; hij is niet streng. Hij is veel te weelderig. Bladzijdenlang zeurt-ie over hoe zo’n klas eruitziet, dan denk ik: man, houd toch op: dit wist ik allemaal al. Maar het is toch wel heel mooi.

Selexyzpresentator: Is dat familie van Karel Appel, eigenlijk? Welnee, da’s een verzonnen naam, nee. René Appel was hoogleraar voor de taal van de allochtonen, die schijnen een ei…, ja jij lacht, die schijnen een eigen taal te hebben. Daar heeft ie les in gegeven. Heel curieuze man.

– Ik zit zelf in die commissie voor de Anton Wachter-prijs, jongstleden, kreeg ik 270 boeken toegestuurd. Moest 270 boeken le…. Allemaal debuten! Ja, zeg, schei toch uit, dat kan toch niet. Dat is dus veel te veel. Maar dat komt ook door die uitbreiding van die uitgeverijen waar veel jonge vrouwen zoals je weet, omstreeks dertig jaar, vaak met van die mooie bustes, aan de leiding zijn gekomen. (…) Die jonge vrouwen azen op Nederlands talent. En als er maar iets geils aan zit. Moeder van vier kinderen van vier verschillende mannen. Dat is leuk! Nee, ik overdrijf een beetje.

– Al die jongeren zitten allemaal tussen de twintig en vijfentwintig jaar. Wat hebben die meegemaakt? Niks! Ook geen oorlogen, niks. Ze weten niet eens wie Mussolini is. Ja, sorry. Het zijn eigenlijk warhoofden.

– Hij [Ton van Reen, cp] heeft een hele Afrikaanse bibliotheek opgericht! Hij heeft ook een aangenomen dochtertje, zo zwart als roet. Hij houdt daarvan.

– De grote schrijvers in Nederland kun je toch na Mulisch ook niet meer opnoemen.

– Een troostend boek. En dit boek is de troost bij Anna Enquist zelf, die ook helemaal grijs is geworden, dat zie je achter, want ze is wel mooi geweest vroeger, maar de grijsheid heeft haar schoonheid overwoekerd.

– Het is dus Anthos, dat de ene roman uitgeeft na de andere van vrouwen. Het zijn vooral vrouwen. Ze vliegen de deur uit. Het zijn, laat ik maar ronduit zeggen, als je gewend bent de grote romans van vroeger te lezen, hè, dan ben je wel wat gewend en dan zeg je ja. Lijkt dit erop? Neeeee! Het lijkt er niet op. Het zijn geen grot…, het is zo verzonnen.

– Ik vind Bernlef toch eigenlijk een behoor…, een schrijver van de tweede rang. Het is geen wereldschrijver, maar het is een groot schrijver.

– En dat wordt door Yvonne, Vonne van der Meer, die ik ook, die niet beeldschoon is, maar die voor mij beeldschoon is. Een geweldige vrouw met een hart en eh. Kijk het is geen wereldliteratuur; dit is Vonne van der Meer, Zondagavond, ik zou echt willen zeggen, dit is het beste wat Nederland momenteel kan opbrengen.

– Ze is behoorlijk op leeftijd [ze is 62], maar Mensje van Keulen blijft eeuwig jong, net als Anne Enquist of net als Annie, Corrie Palmen.

– Hij heeft vorig jaar vier boeken gepubliceerd. Die man deed niks anders dan stukjes schrijven en die stukjes bundelde die tot boek en dat ging met een razende vaart. Wel wat erg veel, vond ik, want Bril werd een begrip en werd ook een beetje aangetrokken en opgefokt als de toekomstige opvolger van Carmiggelt. Dat heb ik niet in hem gezien, maar ik vind het wel een hele reële eh vatbare schrijver voor elke dag een stukje, prima.

– Het wordt niet verkocht in Putten hoor. Selexyzpresentator: Nee, dat denk ik niet. Het is toch, wie geeft dat boek nou zo’n titel? [Godverdomse dagen op een godverdomse bol, cp] En dat boek: het gaat zogenaamd over de geschiedenis van de hele wereld, hè? Die man is een een een Belgisch warhoofd, gewoon. Echt waar. En waarom krijgt die die prijs?

– Noem mij eens de grote Nederlandse schrijvers? Nee, ik bedoel nu niet Mulisch, Campert en nog anderhalve man. Maar ze zijn bijna allemaal dood. Wolkers is toch ook dood? Selexyzpresentator: Er zijn mensen die Grunberg erg hoog hebben zitten. Ach, schei toch uit. Grunberg die elke krant volschrijft met zijn zelfde vervelende praatjes. Die iedereen z’n brieven beantwoordt. Die getrouwd is met een mevrouw geloof ik, van vierentachtig. Wat, ik, ja sorry hoor, ik schiet even uit de boog. Ik, ik houd er niet van. Dat is toch geen schrijver? Hij heeft een boek over het Oude en Nieuwe Testament geschreven. Dat boek ligt op de steenbergen [?] op de boekenmarkten. Dat is niet te slijten. De mensen zeggen na drie bladzijden: waar heeft die man het over? Maar goed, hij is van de minder bekende, dan nog één van de minst slechtste. Laat ik het zo zeggen, maar dan noem je er ook één. Maar noem ze nou eens? Vroeger kon je toch al die namen opnoemen. Dat waren de groten, hè. Dat waren de groten, die las iedereen. Waar zijn die gebleven? Selexyzpresentator: Misschien was vroeger wel alles beter. Meneer Ros! Hahahahahaha.

– Je kan zeggen: gewoon gewerkt heeft Nooteboom nooit. Hij heeft altijd geld geïncasseerd en ging daarvan reizen.

– In het zomernummer, wat ik je wil aanbevelen, van HP/De Tijd een prachtig nummer, staat een geweldig interview met hééééle foto’s over twee bladzijden. Die vrouw kan ook niet, ze is net gescheiden, ze kan niet genoeg krijgen van zichzelf, vreselijk! Die Saskia Noort is volgens mij de ijdelste vrouw uit Nederland.

– Die man [Martin Bril, cp] schrijft drie boeken per jaar. Die scheet boeken. Hij stapte ’s morgens in zijn auto en dan kwam d’r weer een boek uit. Hij gaf gas en tegelijkertijd met gas ontstond er een boek. Zo schreef die.

– Het is dus het boek van Wieringa, die daarvan al heeft getuigd in menige pagina op de televisie. Hij ziet er ook uit als een rijpe, doorleefde, Amerikaanse auteur, wat hij niet is; het is gewoon een Hollandertje.

Selexyzpresentator: Volgens mij wordt hij gezien als Groningse dichter. Waarom is dat, want ik hoor niet echt iets Gronings in zijn… Hij [Jean Pierre Rawie, cp] woont veel in Groningen, treedt daar ook op voor volle zalen. Hij is een geliefd man. Er zijn ook eethuizen die willen gratis hem hebben, want die geven gratis een bord eten aan hem. Het is een man die sfeer wekt, die de sfeer ook, d’r is ook een hele serie Griekse gedichten. Die vertaalt hij uit het Grieks!

– Het is een beetje een oud wijf. En vooral in die gesprekken ook is het een oud wijf. [J.J. Voskuil] Het is ook eigenlijk een vervelende intellectueel die zich voelt staan boven de arbeider en zo.

– Achter op de omslag staat ze en strekt ze zich uit in al haar weelderigheid. Ze ziet er toch uit als een goed gesoigneerde eigenlijk een soort voorname maintenee. [Heleen van Royen, cp]

– Hij heeft er nog een inleiding bij gehad van Geert Mak. Nou ja, dat zegt me niet zoveel: want die schijnt precies te weten wie de wereld uitgevonden heeft. Of zo. Ik bedoel: een overschatte figuur. Selexyzpresentator: U bent geen fan van Geert Mak kunnen we vaststellen. Neeeee, hij schrijft over Jut en Jul en vergist zich overwegend.

– Ze schrijven nu heel anders. Als je d’r Mulisch naast legt of Zwagerman: dat is een heel andere stijl. Hij schrijft voorzichtig. Hij heeft dat Bureau, dat heeft ie ook jarenlang gedaan. Daar word je toch wel eens zweverig van. Man, houd eens op, heb het eens over iets realistisch.

– Hij heeft ook bij de AP gezeten, toen heb ik hem dus meegemaakt. Ik wou Cees [Nooteboom, cp], als die toevallig zou luisteren er nog even aan herinneren: Cees, waar zijn al die boeken gebleven die jij meenam?

– Maar hij nam altijd, als ie langskwam, bij de AP of bij De Bezige Bij of bij Querido, nam die altijd een stapel, zag die bij liggen, ‘oh, die neem ik effe mee’. Ik zag ze nooit meer terug. Daar bouwde hij z’n bibliotheek uit op.

– Het is geen groot schrijver, maar het is ja ik zou haast zeggen een knusse schrijver. [Martin Bril, cp]

– Ik vind Joost Zwagerman een heel waardevolle schrijver, maar geen eersterangs schrijver. Hij zegt altijd precies de spijker op z’n kop, vind je dat zo leuk? Ik vind, je moet af en toe met de hamer een enorme mep ernaast geven. Dan word je beroemd als Hermans en Reve.

– Komt over als een nogal bedeesd meisje [Franca Treur, cp], die eigenlijk moeilijk haar mond open doet. Zit een beetje te giechelen. Ik had er niet een grote pet van op. Ik heb nu dat boek maar eens gepakt en gelezen omdat ik dacht, het deed me onmiddellijk denken aan de KRO met z’n programma, weet je wel, waarin die boeren een vrouw zoeken. Hoe heet dat programma ook alweer. Selexyzpresentator: Nou, Boer zoekt vrouw, heet het denk ik. Daar keken drie miljoen mensen naar. Het leek wel of heel Nederland boerde.

– En Freriks, Kester Freriks, die er een beetje als een braaf jongetje uitziet.

– Er zijn ook mensen die hebben de pest aan Brouwers. Die vinden het te lang, dat hij te lang doorslijmt over mensen die samen vastzitten in een lift en dan tijdens de tochten met die lift die dus niet gaat, ontspint zich hun hele leven, begrijp je wel? Daar zit iets voorspelbaars in.

Kom, dinges

– Je hebt toch Hersteld Hervormd? Die houden zaterdag weer een bijeenkomst, verkopen boeken, proberen geld te verzamelen voor hun eigen kerk in… hoe heet dat? Dat dorp waar ik woon? Kom nou?

Meneer van Selexyz: ‘Putten?’

Putten!

– Het slot van zijn leven heeft zich afgespeeld in… larygolitische, ik gebruik nu het moeilijke woord even, klinieken. Dus klinieken die gericht waren op het mensen herstellen met TB samenhangende ziekten in het strottenhoofd. Dat had Kafka. Selexyzpresentator: Larygolitische? ziektes. [Het gaat waarschijnlijk over laryngitisch.]

– En dan heeft-ie ook die stukken, dat wil ik nog even apart noemen, ook voor de oudere mensen, die misschien naar mij luisteren, heeft-ie een heel slothoofdstuk, dat is bijna Carmiggelt, hè? Dat is of hoe heet dat die man die die serie boeken geschreven heeft over dat instituut in Amsterdam? Selexyzpresentator: Ja. Voskuil. Voskuil! Die heeft een schitterend boek over die moeder met die ziekte. Die langzaam voor zijn ogen doodgaat. En zo heeft hij. Zijn moeder: die heeft het hele erge. Die heeft het hele erge.

– Het is…ja, mooi, nou ja, lees Rudy…kom hoe heet-ie die beroemde schrijver over Indië, die de… Selexyzpresentator: Kousbroek. Kousbroek! heeft er zeer lovend over geschreven. […] En, hoe heet-ie, Kousbroek!, die vond dat mooi en die vond dat boek eigenlijk vrij uniek.

– Er staat hier bijvoorbeeld het verhaal dat ik helemaal niet zo goed kende over een beroepsoplichter die dus schilderijen maakte. Die maakte schilderijen van de grote schilder, hoe heet die kerel? Die beroemd is over de hele wereld? En die kreeg ze voor en zei: ik weet niet of het van mij is of dat het niet van mij is. Selexyzpresentator: Appel. Appel! Karel Appel.

– Hier doen ze toch veel aan kiebernetika, geloof ik, waar wij dit opnemen, en dan moet ik zeggen dat er een heel hoofdstuk aan kiebernetische misdaden hè, dat neemt enorm toe. De kiebernetika. Je kun allerlei misdaden via je eh je machine die je hebt, internet, noem maar op. Je kan opdracht geven tot moorden, je kan alles doen, kinderporno, noem maar op. Selexyzpresentator: Cybercrime, zeg maar, in het Engels. Je kan alles doen. Selexyzpresentator: Dat bedoelt u toch? Ja, dat bedoel ik. Het is toch verschrikkelijk. Ja, ik weet niet hoe je het allemaal uitspreekt, want ik heb die dingen niet.

– De po-ee-ma op de Ginkelse hei, hè, staat een heel stuk over hem. Een po-ee-ma! Die hebben ze daar zien lopen. Selexyzpresentator: Poema. Een beest vier keer zo groot als een kat. Ja, een poema, hoe noem je het ook, maar in ieder geval: die liep daar rond.

– Laat die Poetin nou maar in z’n gaar eeeeeeehhhh hoe heet dat, klaarstoven, hoe heet dat?

– Je zet de televisie maar aan en over Geert Leusink of hoe die die man ik vergeet altijd zijn naam? Selexyzpresentator: Wilders. Geert Wilders: ‘dat is een schoft een schorem.’ Je hoort alleen maar wartaal over hem. Maar hij heeft wel een grote partij opgericht.

– Het is de zomer van 1999, van 1990 oh hè nee, verdorie van eh eind van de jaren tachtig, dus begin van de jaren negentig.

– Ze vinden het [Paul Verhoeven, cp] een smeerpijp. Die man heeft films gemaakt met Sharon Tate die haar geslacht laat zien, dat weet je toch? [Ros bedoelt Sharon Stone, cp]

– Je weet het van onze Geerling of hoe heet die man ook alweer? Met die politieke partij die nogal tegen de islamieten is. Heet die geen Geerling? Selexyzpresentator: Oh, Wilders. Oh, Wilders, sorry, ik vergeet altijd die man zijn naam.

– Dat is een boek van Ross. Ja, verkeerde Ross Selexyzpresentator: Tomas Ross. met twee essen, je moet natuurlijk Ros met één s zijn, maar Ross met twee essen, Tobias, die volgens jou een verfomfaaid gezicht heeft, maar dat komt Selexyzpresentator: Tomas. Tomas! maar hij maakt drie boeken per jaar! […] Hij is ook zeer bevriend met… hoe heet die man die vermoord is? Selexyzpresentator: Pim Fortuyn? Neeee, die man die vermoord is? Selexyzpresentator: Theo van Gogh. Theo van Gogh! […] Nu komt hij met het boek dat heet ook Thomas Mann, Tomas Ross!/Havank.

– Ik heb een hele reeks gemaakt over misdaadromans! En hier voor me ligt eigenlijk het beste boek van Peter van Dijk. Selexyzpresentator: De Vries. Peter R. de Vries.

– Het is een beetje een opgelegde bekroning, die hele affaire, die duistere Amsterdamse affaire. Maar haar leven… Ze ziet er ook oud uit, maar ze heeft toch een prachtig boek, ze was er erg blij mee. Maar voor mij was natuurlijk het boek van die Amerikaan, je weet wie ik bedoel, die daar in daar getoond werd in Amerika met z’n vrouw en z’n kind, die bedoel ik. Ja die heb ik toch duidelijk ook genoemd? Selexyzpresentator: Amerikaan? Leon de Winter? Leon de Winter!

– [Na voorlezen fragment] Dat is echt de lawaaitaal van Mensje Selexyzpresentator: Dirkje. eh Dirkje.

– Dan schrijft ie over die verdwenen partij van, hoe heet die kerel? Die de partij heeft opgericht en vermoord is? Selexyzpresentator: Pim Fortuyn Pim Fortuyn!

– Ze was heel goed in het aan de tafel zitten hoe heet dat? Kaarten en dan heel veel verdienen, hoe heet dat! Selexyzpresentator: Pokeren. Ja, pokeren.

– Je weet dat ik, Nederlandse romans, ben ik niet altijd, ja Anna huppelepup die vond ik geweldig, je weet hoe ze heet ook alweer Selexyzpresentator: Anna Enquist. Contrapunt, ja.

Selexyzpresentator: Wat is het voor soort blad, of boekje? Is het vergelijkbaar met Hard gras bijvoorbeeld voor voetbal? Ik vind het, ja daar zou je het zeker mee kunnen vergelijken. ’t Is door Koos Zomer, K. Zomer, Van Zomeren Selexyzpresentator: Jan Zomer. Jan Zomer, pardon, die heeft ’t samengesteld.

– In 1988 zou dat [De morgen loeit weer aan, cp] bekroond worden met de Ako-prijs. Ze hadden zelfs al dingen geregeld om hem met het vliegtuig over te brengen, maar Marugg durfde niet. Ik heb er toen bijgezeten wie hem kreeg, je weet het: Meierink! En die kreeg het omdat zijn zuster zat in de jury, weet je nog? Is een hele rel geweest. En ik sprak, ik sprong een gat in de lucht, kostte me ook nog m’n broek, want ik viel over de straat enzovoorts, zo blij was ik met Meierink. Of Meijsing, die kreeg die prijs! Selexyzpresentator: Ja, Doeschka Meijsing. Nee, niet Doeschka, die man kreeg het. [Geerten Meijsing, cp]

– Hij is in Nederland ook enorm vertaald, hè. Door Israël de Haan [Martin de Haan, cp] zijn ze vertaald.

– Ik prijs dus die brave Fleur Besters die er heel lief uitziet en dit helemaal tot de grond toe heeft uitgemest. En [onverstaanbaar] aan het eind van het boek eigenlijk alleen zegt, en dat wordt ondersteund, ook door Peter H, ken je die nog van de televisie, de grote onthuller Selexyzpresentator: Peter R. Peter R. de Vries. Peter R. de Vries.

– Die kwam tot de conclusie dat Zorrekwieta, hoe heet die man? Selexyzpresentator: Zorreguieta. Ik kan z’n naam moeilijk uitspreken.

– En ik ga gewoon door. Nu toch ook weer met Zeelekssijs. Selexyzpresentator: Selexyz. Selexyz, dat kan ik maar niet onthouden.

– Hij was ook bij Jut, bij die twee, om elf uur, hoe heten ze? Selexyzpresentator: Pauw en Witteman, hè. Pauw en Witteman, die namen vergeet ik altijd.

– Maar daar blijft dus de vraag of dat klusjesmannetje, hè weet je wel, waar ook die advocaat op gewezen heeft, die zijn steun werd, hoe heet ie ook alweer Selexyzpresentator: De Jong, geloof ik, Michael de Jong. Nee, die beroemde advocaat! Selexyzpresentator: Oh, Knoops. Neeee, die advocaat die hem steunde. Die ook op televisie opdeogen [op dit ogenblik?, cp]. Je hebt net z’n naam nog genoemd. Selexyzpresentator: Maurice de Hond. Maurice de Hond! Die man z’n verv.. ellendige naam vergeet ik altijd. Die voorspet, voorspelt altijd dat Jut de verkiezingen wint, maar het is Jul.

– Woont daar in Oud-Zuid. Die deftige buurt waar allemaal mensen wonen, alleen maar nette mensen. Geen allochtonen, geen eheh Roemenen of wie zijn het ook alweer? Eh, die mensen uit eh die veel in Amsterdam, ach dat weet je toch. Selexyzpresentator: Marokkanen bedoelt u. Marokkanen!

Selexyzpresentator: Het heeft heel wat stof doen opwaaien. Ik heb gisteravond weer die discussie gezien bij dik en dun, hoe heten ze ook alweer? Selexyzpresentator: Woensdagavond was dat, bij Pauw en Witteman. Ja, die trouwens vier ton per jaar verdienen. Zo’n baantje wil ik ook wel krijgen, hoor, in plaats van boeken bespreken. Het is alleen maar geld verdienen daar. Ja, vierhonderdduizend gulden krijgt daar die Michiel van Gestel of hoe heet die kerel? Da’s een schreeuwlelijk, die zit te schreeuwen voor die telefoon [?, Ros bedoelt waarschijnlijk Matthijs van Nieuwkerk, cp], de hele avond. Krijgt ie vierhonderdduizend gulden voor.

– Er staan ook prachtige foto’s in van zijn later op zijn bij zijn dood tot vrouw geworden echtgenoot, Greta. En eh, die heel mooi was. Selexyzpresentator: Eva. Eef, pardon, Eva Braun!

– Paula is voor mij, hoe heet ze, die zangeres Selexyzpresentator: Ja, Liesbeth List bedoelt u. Liesbeth List. Selexyzpresentator: Hadden we het net over. Liesbeth List die mij nog de rillingen in mijn rug brengt als ze die Franse chansonières nadoet. Ja, beperkt natuurlijk, maar het was iemand.

– Je weet je had toen ook nog met die man van die van de van die op de P veel op het EO was, hoe heette ie Ad Ad Ad Huppelepup.

– Het sterkst zijn toch geweest vind ik nog altijd toen zijn verhalen dat zijn herinneringen aan zijn jeugdland: Maas… Maasland en omgeving, waar hij woonde. Selexyzpresentator: Maassluis, hè?

– Ongelooflijk boek vind ik het. Ik vind dit een ongelooflijk slikkend [?, cp] hahahaha! Het is ongelooflijk! Het is ook, ze heeft het ook over die middelen hè, die gebruikt worden, Prozac en andere middelen, ook die dingen om een stijve te krijgen, hoe heet dat ook alweer? Die kun je tegenwoordig in allerlei clubs meteen kopen voordat je naar binnengaat. Selexyzpresentator: Viagra heet dat. Viagra!

– Hij liet een vrouw en twee kinderen achter en is in Nederland eigenlijk bekend geworden door de boeken die hij schreef vroeger samen met Martien [getrommel, cp], Martien, je weet net hoe dat ie heette. Die vriend van hem. Selexyzpresentator: Martin Bril bedoelt u. Martin Bril! Selexyzpresentator: Ja, we hadden het net even over Martin Bril. Die hebben samen een boek gemaakt, het was geweldig.

– Hij wil een aparte schrijfmachine hebben om het grote stuk te maken over Martien… Selexyzpresentator: Bril. Bril! Ja, die man is dood, kan ik ook niet helpen, hè, maar die schreef heel veel boeken over z’n jeugd.

– Voor mij is Van Weelden altijd al een groot schrijver geweest, ook in zijn liefde tegen Martin… Bril! Selexyzpresentator: Heel goed.

– Mijn zusters kregen toch die wasmachines van die generaal die al dat geld infiltreerde in Europa? Selexyzpresentator: Marshall-hulp, bedoelt u? De Marshall-hulp!

– Je noemde ze net nog, die partij van Wilders, PKK hoe heten ze ook alweer? Selexyzpresentator: PVV. Ja, zitten een hoop warhoofden in.

– Hij behandelt de zaak zoals die ‘m al behandeld heeft, maar nu uitgebreid met het materiaal wat Peter van S. dus bereikt heeft: dat ze vrijgesproken zijn. Selexyzpresentator: Peter R. de Vries, bedoelt u?

– Dat was in de periode dat ie al met die bekende ziekte weet je wel. Selexyzpresentator: Alzheimer. Alzheimer.

– Jahahaha, dit is Kafka, pardon, dit is Nabokov.

– En wat vind je nou daarin? Ja, je vindt daarin dus, nou de jeugd van Martin Bril. Ook voor dat ie die andere man, Van Wezel of hoe heet ie, waarmee hij die serie boeken heeft gemaakt. Selexyzpresentator: Ja, Dirk van Weelden. Dirk van Weelden!

De oorlog

– De Bulgaren, zoals je weet, die hebben ook met de Duitsers samengewerkt, die hebben hun Joden gespaard. Bulgarije is het enige land dat zijn Joden heeft weten te sparen. ‘Hoe hebben ze dat gedaan dan?’ vraagt de presentator. ‘Hoe lukte hen dat?’ Ja, daar zijn aparte boeken over, die moet je maar lezen.

– Het is eigenlijk, wil ik toch wel nadrukkelijk zeggen, ook voor de liefhebbers van de Tweede Wereldoorlog, want die zullen van dit boek genieten, genieten tussen aanhalingstekens: ’t is de nederlaag van de Duitsers, die dan later weer winnen, maar die tenslotte verliezen. En dat is precies wat vooruitloopt op de nederlaag van de Duitsers.

– Een verbijsterend boek, omdat je hier voor ’t eerst, je weet toch: Hitler ging altijd laat naar bed. Meestal om vier, vijf uur. En hij stond om twaalf uur op. En wat deed Hitler eigenlijk? Slieptie eigenlijk wel? Hij sliep niet. Hij sliep niet! Hij las!

– Het is een standaardwerk. Het is ook voor studenten, alle studenten die hopen nog eens geschiedenis te studeren. Ik heb het ook gestudeerd en ik ben er toch een heel klein tikkie wijzer van geworden maar ook onwijzer, want ik zeg altijd de twee kanten. En dan beginnen ze meteen oouuujj je bent pro-Duits of pro… Nee, dat ben ik helemaal niet, maar je moet die twee kanten bekijken.

– Twaalf miljoen, waren er toen nog om dood te maken. Ook uit Duitsland zelf. Twaalf miljoen. Nou ze zijn met zes miljoen een heel eind gekomen, dat weet je. Twaalf miljoen joden die moeten opge… dat doe je op een gezelligheidsmiddag in de Wannsee. Het is net oudejaarsavond.

– Ik hoop ook dat ze diep in de hel zitten. Ik wil het stoeltje wel aanreiken waarop ze moeten zitten. Eeuwig branden! Maar het waren intellectuelen.

– Het is overigens dat moet ik wel zeggen: een tegenhanger van Anne Frank kan je het niet noemen, want het is natuurlijk een boek wat dus in Frankrijk speelt.

Turken en andere mensen

– Het is dus de radicale islam. De extremisten, want die brave Turken die naast mij wonen en boeken van mij lezen dat zijn de voornaamste mensen van Nederland: werken dag en nacht. Daar heb ik nooit last van, die zullen mij niet veroveren. Nooit! Dat zijn hele goeien!

– Die Hongaren waren draaikonten, verschrikkelijk!

– En omdat dit zo’n heikel onderwerp is, ik zeg dit ook met zeer veel zorg over alle Turken die wij in de Tweede Kamer hebben, ik geloof een heel stel, in ieder geval de ene Turk is nog erger dan de ander maar die zeggen allemaal: ‘Het is niet zo, hè. Het is niet zo!’

– Die Koerden kwamen op hun paarden de dorpen in en grepen alles wat vrouw was, oud jong, die neu…, ik zeg het maar keihard, die neukten zich suf, dat het vanonder één groot gat was en toen gooiden ze ze op elkaar en staken de vlam erin.

– En die worden gevoed vooral uit Curacao, u weet dat het een slechte wereld is, die Antillen. Er wonen een heleboel aardige vrouwen, maar er wonen ook een heleboel slechte mannen.

– En Gifford zegt: De Chinese weg dreigt echt te lukken. De 21ste eeuw kon wel eens de Chinese eeuw worden, wat niet wil zeggen dat ze ons allemaal opeten, maar wel dat ze enige agressie vertonen.

– Ik vind Zwitserland een uniek land. En ook dat de vrouwen geen stemrecht hebben, vind ik heel goed! Ja, mag ook wel eens gezegd worden. Terwijl ik van de vrouwen houd, dat weet je.

– Deense auteur. Weten we niet veel van. Denemarken heeft minder inwoners dan Nederland, een prachtig land, ben je d’r wel eens geweest? Selexyzpresentator: Nee. Een keer of vier vijf keer groter als Nederland. En, schitterend land met prachtige dorpjes die liggen aan de zee. Kopenhagen, onvergetelijke stad. Bovendien, geweldige voetballers, zoals je weet. Denen, die worden begeerd door de Nederlandse profclubs. Maar los daarvan hebben ze ook geweldige auteurs.

– Men verwacht hier over twintig jaar vier miljoen islamieten. Wat wil jij daarmee? Die bezetten ook onze kerken. Het is niet allemaal zo leuk. Ik hits niemand op tegen de islamieten. Ik woon in Hilversum, ik woon veel in Putten, maar ik woon ook in Hilversum tussen de Turken. En ik breng nog eens een loflied op die Turken. Die zijn altijd schoon, netjes, liggen beneden bij mij aan de trap: ‘Meneer, hebbu nog boeken?’ Ze lezen zich suf. Die Turken zijn oké! Misschien tref ik het erg goed met deze Turken, maar je kunt niet de islamieten over één hoop gooien.

– We zitten nu één miljoen, anderhalf miljoen islamieten. Over twintig jaar zijn er vier miljoen. Ze hebben alle grote steden in handen. Alle burgemeesters zijn net benoemd. Heb je ’t gezien? Mo [?] Marokkaan, want hij brengt al zijn vakanties door in Marokko. Die man hoort in Marokko. Waarom moet die burgemeester van Rotterdam worden? Selexyzpresentator: Aboutaleb heeft u het over. Ja, dat mag jij me nou voor de vijduizendste keer uitleggen, maar ik geloof er ook niet in.

– Die Surinaamse vrouwen die hier in Nederland komen, die ik goed heb leren kennen in het ziekenhuis, ik was altijd blij dat ik naar het ziekenhuis ging, niet vanwege die ergelijke ziektes, maar ik was blij dan kwam er altijd een Surinaamse en die ging mijn rug wassen en die stopte me toe. En eh de lie nou ik moet je echt zeggen het zijn de liefste vrouwen ter wereld, wist je dat? Ze zien er ook prachtig uit, vooral die Creoolse, maar ook de Hindoestaanse.

– En die Spanjaarden pakten ook elke vrouw die ze naaien konden, dat was de gewoonte daar.

– En daarom is dit boek een voorbeeldige parabel op mensen die dat niet geloven. Die Oostenrijkers zijn goede mensen, ’t is zo leuk, allemaal korte broek, weet je wel, ’t is daar altijd zomer, lalalalalalalalalalalala, denk toch aan dat prachtige li.., André Rieu! die hoor je de hele dag op de radio. Het is toch, het is helemaal geen leuk land.

– Bovendien ging hij zomers met een vriend naar Thailand en deed daar het hele erge met die Thailandsen, want daar kun je voor een scheet en een knikker op die vrouwen, dat weet je.

– Daarmee is alles wat we leren, dat die rabbiate islamieten ter dood varen om hun tegenstanders uit te roeien, is iets wat ze toch uit hun eigen leer halen. Daarmee zeg ik niks lelijks van ze. Ik woon tussen de Turken, in Hilversum althans, weet je wel en die Turken zijn me lief boven alles: schoon, netjes, werkzaam, echt waar hoor. Maar ze vormen ook de kern van de harde misdaad in Amsterdam, dat is het ergste. Veel erger dan de Surinamers zijn onschuldig. Die halen ook kattekwaad uit, maar die zijn altijd een beetje onschuldig. En Turken zijn echt; dat is de duvel zelf. Die beheersen alle toegangen tot de geheime krach… wist je dat?

– Ik hou nu van de Duitsers, want het zijn keurige mensen, nee echt waar, Duitsers zijn keurig. Nazi’s kom je niet meer tegen. We moeten het vergeten. Ze herdenken het ook.

– Oostenrijk is nu, moet ik maar eens zeggen, dat woord mag wel eens genoemd worden, een kutlandje. Een kutlandje!

– Vrouwen kunnen na tienen niet meer de weg over. Zo is het hoor. Ga maar eens naar zuid, het zuiden van Den Haag, hè. En dan zeg ik niks tegen de lelijke mensen, want ik woon zelf tussen de Turken in Hilversum en het zijn de aardigste mensen ter wereld.

– Ik eet altijd bij Chinezen. Ik aanbid ze. Nee, echt waar, dat is de liefste mensen die er zijn. Die zitten nooit in de misdaad. Die zorgen alleen voor heerlijk eten en spreken halfgebakken Nederlands. Selexyzpresentator: Nou, ik weet niet of dat zo is. Ach, schei toch uit. Selexyzpresentator: De Chinese misdaad. Sst. Hou je mond. Praat mij niet tegen.

– Je kan met die Dalai Lama dwepen of niet, maar hij heeft dat land ja armoedig achtergelaten en die Chinezen herstellen een beetje de welvaart daar.

– Ik hoop dat de mensen er wat aan hebben. En dat ze ondanks dat het zo ver weg ligt, Afrika en die negers zijn zo zwart, wat hebben we met ze te maken. We hebben alles met ze te maken, alles.

– En er is heel veel goeds ook uit Afrika gekomen, laten we elkaar niet vergissen. Maar ook heel veel slechts.

– Maar die negers zijn helemaal niet zo onbeschaafd. Er is nu een neger, ja ’t was toch een neger, is president van Amerika en die zet daar de medaille om. Die gaat weg uit Irak. Het is toch zo. Er is toch ook een goede kant aan ze.

– Ze [de Arabieren, cp] rijden graag drie dagen op een kameel zonder water door de woestijn. Dat doen Arabieren. Het is een ongelooflijk star, abstract volk.

– In Afrika, ik moet met alle respect voor Afrika, ik bewonder elke Afrikaan, ik heb zelf een boek over Haïti geschreven dat een kniebuiging is voor elke zwarte, dus daar gaat het nu niet over, maar het is wel vreselijk wat die mensen uitvreten.

– Duitsland, Oostenrijk hebben nooit gedeugd hè. Zij zijn toch begonnen met die oorlog.

– Je moet houden van de negers. Ik zeg het nu een beetje bedrukkelijk, want als je dit boek leest zonder meer te weten, dan zeg je: ik houd niet meer van de negers. Er staat ook op het omslag een neger die nou ja, die eruit ziet dat ie net met genoegen tien andere negers in elkaar geplunderd heeft. [David van ReybroeckCongo, cp]

Ik, Martin Ros

– Hij had ontzettend last van aambeien. Ik weet niet of u er wel eens last van gehad hebt. Misschien niet. Ik heb er vroeger ook toen ik wielrende had ik er ook last van. Ik sneed de helft van mijn zadel weg, want overal zat ik op die aambeien. Ja. Het is een gruwelijke pijn. En toen hadden ze geen goede middelen. Hij zat er op een stoel, hij kon niet eens op zijn paard zitten. Hij zat op een stoel en wipte de hele tijd: ‘Godverdomme, die aambeien.’ Hij was er niet helemaal bij. Hij heeft die slag (bij Waterloo, cp) bij toeval verloren.

– Selexyzpresentator: ‘Nietzsche is een filosoof uit de negentiende eeuw. Waarom is het belangrijk om die man nu te vertalen en te lezen?’

Nee, ja waarom was het belangrijk 25 jaar geleden? Toen ben ik er mee begonnen.

– Ik heb hem heel goed gekend, want ik heb ooit een Louis Ferronnummer gemaakt.

– Vroeger heb ik een Chinese bibliotheek gebracht, bij De Arbeiderspers. Die kunnen ze wel weer eens oprakelen, want die liep vooruit op de wederopstanding van dit land nu.

– De grootste zonde die de Arbeiderspers, ja de Arbeiderspers, die bestaat nog steeds, dankzij [lachje] de boeken die ik heb ingebracht, denk ik.

– Ja, ik heb toch wel bestsellers gebracht, waar nog De Arbeiderspers van leeft: Tessa de Loo, Zwagerman, Pamuk, Nietszche, Privé-Domein, die hele uitgeverij draait erop.

De Selexyzpresentator eindigt met een persoonlijke noot: ‘Van harte beterschap!’ Hartelijk dank, kan ’t ook niet helpen. Ik heb me hier naartoe gesleept, ik heb m’n best gedaan. Je kunt er een hele hoop uitsnijden of uitknijpen en mij toch als een fatsoenlijke man opvoeren.

– Ik heb dit boek verslonden, ook in de nacht, het vroor, dus je kon toch nauwelijks buiten spelen.

– Het is een heel gelukkige dag voor mij, want ik ben op 2 januari jarig. En dan komen al die uitgeslapen figuren, met een gezin van vier vijf kinderen op bezoek bij mijn moeder, weet je wel, ooooh ellende. Ik heb aan december alleen maar ellendige herinneringen. Gillende kinderen voor wie het nooit genoeg was, weet je wel, altijd meer, meer hebben. Kinderen zijn niet zo leuk. Soms zijn ze leuk, in een klein wagentje, als je ze voort mag duwen door de stilte.

Herman Koch, die ik heel goed kende, want hij was in een overgangsperiode bij de Arbeiderspers werd zijn vader tijdelijk directeur. Die wist nauwelijks het verschil tussen een Engels en een Amerikaans boek, maar hij deed ook toch zijn best. Het was een hard werkende man. Hij ging altijd op tijd naar huis en nam mij dan mee en liet zich door mij allerlei suggesties inpraten, begrijp je wel, want ik wist alles van boeken, ik leidde dat fonds toen.

– Ik spreek hier wartaal, denk ik. Voor. Ik ben niet pro of ik ben niet contra hond: ik geef de weerslag van dat boek.

– Ik heb er ontzaglijk veel gedaan en ook heel veel figuren gelanceerd die nu iets zijn en dan nemen ze later natuurlijk ook een beetje afstand van je. Ik was natuurlijk iemand die zo veel deed dat niemand kon dat bijhouden.

– Het is een wonderlijk boek over mezelf. Ik verwonder me over mezelf. Wat zullen andere mensen dan niet genieten. Hahahaha.

– ’t Is schitterend geschreven. Dit is uniek dat dit boek nu, ook bij de feestelijkheden van Arbeiderspers die 70 jaar bestaat en waarvan de directeur toch Privé-Domein nog een beetje hoog houdt – helaas wordt mijn naam niet genoemd, maar goed, ik heb toch die twaalf delen van Léautaud heb ik uitgegeven in die reeks.

– [Daarna breekt het Roshalfuurtje wat vreemd af (Ros in tranen?) na de zin:] En de moeder is het enige waar je in de grond van je hart altijd altijd, ook als ze gestorven is, naar terug verlangt.

– Hij heeft bij mij zijn debuut gemaakt. Hij lag toen nog eens een keer ziek thuis, in Den Haag, bij zijn zu, bij zijn geliefde en daar ben ik met de auto naar toe geweest en die auto had het merkwaardige euvel dat eh hoe heet dat, de dingetjes om de regen weg te houden hoe heten die? Selexyzpresentator: Ruitenwissers. Die deden het niet. En ik ging in de stromende regen naar Den Haag, uit Hilversum! En ik heb toch die wagen in bedwang gehouden. En die heb ik voor de deur gezet en toen heb ik drieënhalf uur met hem zitten praten en die vrouw in die auto laten zitten. Je kon wat meemaken toen.

– [Ros wil een stukje voorlezen] Heb je nog een bril? Ja, want ik word bijziende. Dat zullen de mensen ook betreuren, op een gegeven moment zullen ze mij niet meer horen: Ros is bijziende. Het is heel erg.

– Misschien dat het nog wel eens uit kan vallen, want ja, ik ben een beetje, ik word een beetje onderzocht aan alle kanten. Ouder wordende mannen worden altijd onderzocht. Ze steken de gekste dingen in je anus om erachter te komen wat je hebt. Ze denken toch: dat doet geen pijn, maar ik heb dat hele huis, dat hele ziekenhuis bij elkaar gegild. Ik vind het wel pijnlijk.

Reacties