Intelligente uitspraken en ouwehoeren

‘O Captain! my Captain!’ zegt een leerling terwijl hij op zijn tafel gaat staan wanneer de eigenzinnige leraar John Keating de klas verlaat. De andere leerlingen volgen, als blijk van waardering. Met deze woorden uit Dead Poets Society (de woorden zijn eigenlijk van Walt Whitman en de kapitein is Abraham Lincoln) zouden de studenten uit Lars Iyer’s nieuwe roman Wittgenstein Jr. hun eigenzinnige docent nooit aanspreken, want zijn lessen zijn wel erg onconventioneel.

Wittgenstein Jr. gaat over een filosofieprofessor aan de universiteit van Cambridge en de studenten die zijn lessen volgen. Punt. Dat is de plot. De studenten noemen hun professor in de logica ‘Wittgenstein’ (zijn echte naam blijft onbekend), omdat hij zoveel weg heeft van de werkelijke Wittgenstein. Als Wittgenstein nu op een Nederlandse universiteit zou lesgeven, dan zou hij bij de eerste de beste evaluatie worden ontslagen. Bovendien laten de studenten zijn vak vallen; van de 45 in de eerste week zijn er in de tweede week nog 23 over, 18 in de derde week en uiteindelijk nog 12 – een Groningse gemeente-ambtenaar zou wel raad weten met deze docent. Als de student Doyle zegt: ‘I can’t follow your class.’ antwoordt Wittgenstein: ‘I have no intention of making myself understood.’

Wittgenstein presenteert geen argumenten, hij stelt slechts vragen. Let wel: hij is geen Socrates; hij stelt geen vragen opdat zijn studenten zelf tot inzicht komen. Hij stelt vragen om er achter te komen wat logica betekent. We weten allemaal wat logica is, zegt Wittgenstein, het probleem is echter dat we niet weten wat logica betekent.

‘If the laws of logic are not followed correctly, then reason is impossible. If reason is impossible, then what is said has no validity. If what is said has no validity, then what ought to be done remains undone. If what ought to be done remains undone, morals and art are corrupted. If morals and art are corrupted, justice goes astray. If justice goes astray, chaos and evil run amuck.’

Wittgenstein en zijn studenten gaan het lokaal binnen waar net een docent heeft lesgegeven en de studenten aanstalten maken om te vertrekken. Ze zien een powerpointpresentatie, kernpunten op het bord, handouts op het bureau en kopietjes uit het leerboek. Niks van dit alles in Wittgensteins klas, geen digitale leeromgeving of leerdoelen en wat niet al: ‘His classes are just a series of remarks, separatedbysilences. Ideas, in haiku-like sentences, full of delicate beauty and concision.’ Als Doyle vraagt of hij over een bepaalde theorie doceert, zegt Wittgenstein: ‘I am trying to think, that’s all. I am trying to ask questions.’

Deze roman is bijzonder intelligent, goed geschreven en zeer geestig. Naast alle aforistische, soms paradoxale uitspraken van Wittgenstein, beschrijft Iyer het komische gedrag van de studenten, in en buiten de klas. Een lang citaat is de beste reclame en Iyer is zo onbekend dat hij wel wat reclame kan gebruiken.

‘Competion in class: Who can hold their breath the longest? Guthrie tries, holding his breath for a few minutes, before gasping loudly. Mulberry tries and collapses, blue-faced, on the floor.

WITTGENSTEIN (vexed): What’s the matter with you, man?

Notes passed in class. Mulberry to Doyle: You’re a whiny little bitch. Doyle to Mulberry: You have a micro-penis. Mulberry to Doyle: You have a nano-penis. Doyle to Mulberry: You have a quantum penis. It’s both there and not there.

Fights in class. Mulberry punches Doyle, giving him a dead arm. Doyle pinches Mulberry, making him squeal out load.’

Of buiten de klas: ‘Cindie’s. Saterday night. A dance-off between Mulberry and Doyle.Criteria: flair, originality, acrobatics.’ Zo begint een hilarisch, kort hoofdstuk over de dance-off, terwijl het hoofdstuk daarvoor ging over de zware, serieuze filosofische problemen van Wittgensteins broer en zijn nagelaten notitieboekjes. En na dit komische korte hoofdstuk gaat het verhaal direct over de zelfmoord van Wittgensteins broer. Het is deze compositie die de roman zo lezenswaardig maakt. Verteld in de wij-vorm zorgen de korte hoofdstukken voor vaart en variatie, en de zwaarte van de intelligente Wittgenstein en zijn uitspraken wordt afgewisseld met het geouwehoer van de studenten en hun soms absurde dialogen. Iyer heeft een aparte stijl; hij schrijft inkorte, krachtige en declaratieve zinnen. Bijna notitie-achtig, mededelingen misschien, maar het leest lekker en het is nog mooi ook.

In Dead Poets Society vormde leraar John Keating zijn studenten. Daarom gingen ze op de tafel staan en spraken ze hem aan met woorden van Whitman tijdens zijn larmoyante aftocht in het lokaal. Maar nu, zegt Wittgenstein, is het niet meer mogelijk dat een student wordt gevormd door wat hij leert.

‘We’re drowning in openness, he says. In our sense of the possible. We’re ready to take anything in – to learn about anything, and therefore about nothing. Everything is available to us, and therefore nothing is available to us. Everything is at our disposal, and therefore nothing is at our disposal. We are infinitely open-minded, which is to say, infinitely closed-minded.’

Tot een paar weken geleden had ik nog nooit gehoord van Lars Iyer. Zijn Beckett-achtige debuut Spurious was een goede roman, maar deze nieuwe roman is kwalitatief beter én vermakelijker. Vermaak is vaak een scheldwoord in de hogere literatuur; maar deze roman is zowel vermakelijk als complex.

 Koen Schouwenburg

Lars Iyer – Wittgenstein Jr. Londen: Melville House UK, 226 blz.

Reacties