Onverdraaglijke lichtheid in dichterlijke vorm

Dichteres Lieke Marsman heeft een roman geschreven. In 176 korte pagina’s komt de koele draaikolk van ideeën en dromen waar hoofdpersoon Ida ons deel van maakt – in flarden en fragmenten, citaten en dichtregels, zelfs een ode aan de sneeuw – op een woeste manier tot leven. Een verwoestende manier. Want Ida is iemand die dagdroomt over atoombommen, damexplosies en –doorbraken; die de politicologie achter zich laat om zich te wijden aan iets wat er écht toe doet, iets tastbaars. Ze wordt klimaatwetenschapper. Na haar afstuderen valt ze in het gebruikelijke gat, tot ze de kans krijgt om een aantal maanden aan een belangrijk klimaatproject in Italië mee te werken. Haar weifelende geliefde, Robin, laat ze achter in Nederland.

Omdat Ida zonder idee of religie is opgevoed, zegt ze, ‘heb ik geen moedertaal wanneer het op betekenis aankomt, geen rode draad om door de wereld om me heen te spannen’. Wat thuis is, is niet elders, en dit niet-elders verveelt haar. Ida is het kind van een uiterst Nederlands milieu: de ‘Vinex-wijk aan de rand van een middelgrote provinciestad’ waar ze opgroeit is het canvas waarop ze haar ongebruikelijke hersenspinsels de vrije loop laat gaan; de gereformeerde buren die ze observeert uit haar slaapkamerraam zijn zo authentiek en herkenbaar dat het lijkt alsof Marsman de buren uit mijn jeugd beschrijft. En het is Ida’s moeder, die, met beelden van de massamoorden in Joegoslavië op de achtergrond, op een dag tegen haar zegt dat de mens ‘door en door slecht’ is.

‘De uitspraak maakte veel indruk: als mensen slecht waren, en ik wilde goed zijn, dan moest ik ervoor zorgen dat ik het tegenovergestelde van een mens was.’ Wat dit precies is, komen we niet te weten; wel dat het Ida leidt naar een plek waar de mens in dienst staat van de natuur, niet andersom, waar leegtes overvloed symboliseren en gaten vol zitten met noodzakelijk magnetisme, dat de aarde én de mens doet draaiden. Waar gedachten voelbaar zijn.

Voor Ida is de klimaatwetenschap een manier om de maatschappij zowel binnen- als buiten te sluiten. Activisme én overpeinzing. Het stelt haar in staat het piekerende kind dat ze al haar hele leven is, om te vormen tot een volwassene die probeert te begrijpen hoe de ‘tikkende tijdswereld’ daarbuiten zich verhoudt tot het innerlijke van de mens. Net als de natuur is de mens niet een wezen dat wordt gestuurd door een ‘consequent en consistent’ bewustzijn, maar juist een bundeltje paradoxale eigenschappen. ‘Je kunt wel én ergens willen blijven, én weg willen.’ Ida’s angstdromen over het lot van de wereld zijn het gevolg van een teveel aan levenslust, niet een gebrek; ze is het spreekwoordelijke vat dat overloopt van verlangen; want als ze een tekort zou hebben, zou ze imploderen.

Het tegenovergestelde van een mens is een roman die existentiële vraagstukken loepzuiver uiteenrafelt. Niet alleen over het klimaat. Het engagement betreft vooral de mens, de mens als ademend wezen tussen andere, steeds vaker naar lucht happende schepsels en natuurfenomenen. Waar, vraagt Marsman, ligt het zwaartepunt? Bij de hemellichamen, of bij de mens? In dat wat wij het klimaat noemen, zegt niets of niemand wat terug, en de mens is onbeduidend in de spiegel die de natuur ons voorhoudt. Wij doen er niet toe: ‘Zelfs de hemel is leeg.’ Hoe ervaart een mens deze leegte, die we ook tegenkomen in de liefde, de taal, in al onze pogingen betekenis toe te kennen aan het zijn? Marsman zet haar beschouwingen uiteen in originele koppels: liefde en taal, hoop en angst, seksualiteit en schuld. Haar essayistische reflecties zijn uiterst relevant, eerlijk en ja, hoopvol.

De roman is gegoten in een dichterlijke, filosofische vorm. In haar zoektocht naar een mens- en natuurwaardiger bestaan omringt Marsman zich door ‘sterke en verdrietige vrouwen’ als Noami Klein, Joni Mitchell en Jean Rhys, die taal omzetten in activisme en wiens woorden ze citeert of parafraseert. Met de literatuurlijst achterin voegt Marsman zich bij andere schrijfsters – Maggie Nelson bijvoorbeeld, of ook Bregje Hofstede – die het experimentele essay tot literatuur maken. Want schrijven, ook in deze intellectuele vorm, komt voort uit inspiratie, en inspiratie is ‘het gevoel je de taal volledig te hebben toegeëigend … een machtig gevoel’. Dit sijpelt door naar de lezer, wiens lichaam plotseling voelbaar deel uitmaakt van de roofbouw die de mensheid pleegt op de tikkende tijdbom waarop we leven, onze planeet.

Dichteres? Misschien is het tijd te stoppen met stempeltjes en Lieke Marsman vanaf nu enkel nog als woordkunstenares aan te duiden.

Ilse Josepha Lazaroms

Lieke Marsman – Het tegenovergestelde van een mens. Amsterdam, Atlas Contact. 176 blz. € 19,99.

Reacties