Volgende pagina »« Vorige pagina

Artistiek Bureau: Moraal

zaterdag 14 januari 2012 | Nick ter Wal | 1 reactie
Artistiek Bureau: Moraal

William Burroughs, de drank- en drugsverslaafde schrijver, verwekte in 1946 een kind bij Joan Vollmer, een naar verluidt lieve vrouw, ondanks haar psychoses en neiging naar amfetamine. Toen zijn zoontje vier jaar oud was, schoot Burroughs senior per ongeluk zijn vrouw dood. William (‘Billy’) Burroughs junior kwam bij zijn grootouders terecht. De schrijver reisde naar Tanger om in losbandige kringen een bestseller te schrijven. De seksuele moraal was er vrij. Jongens lieten zich voor een paar kwartjes nemen.

In juli 1963 besloot Burroughs zijn zestienjarige zoon naar de Marokkaanse kustplaats te laten overkomen. Hij liep over van schuldgevoelens. Maar het ontbrak Burroughs aan een praktische instelling. In de chaotische huishouding moest Billy op de bank slapen. Om de volgende ochtend half aangerand te ontwaken. In een onhandige poging om zijn zoon als een gelijke, een volwassene te behandelen gaf Burroughs hem marihuana bij het ontbijt. Uiteindelijk was het een goede vriend van Burroughs die Billy, na de mislukte hereniging met zijn vader, terugstuurde naar Amerika. ‘You don’t want to live in a household of fags.’

Zo staat het letterlijk in Ted Morgans Burroughs-biografie Literary outlaw (1988). Met Billy Burroughs ging het in Amerika alsmaar slechter: weer die drank, weer die drugs. Hij schreef drie autobiografische romans en overleed op 33-jarige leeftijd aan leverfalen. Na het zien van een documentaire over William Burroughs nam ik me voor nooit een boek van deze man te lezen. Vrouw vermoord, zoon verpest. Weg met die vent.

Toen dacht ik aan de prachtige verzen van Achterberg.

Artistiek Bureau: Zitvlees

vrijdag 6 januari 2012 | Nick ter Wal | 1 reactie
Artistiek Bureau: Zitvlees

Ze leerden elkaar kennen bij Vindicat, L.A. Ries en H.J. Bouman. Hun in 2009 uitgegeven briefwisseling begint in 1923 en eindigt in 1962 met de dood van Ries. Wij van het verloren ras laat zien dat hun vriendschap onvoorwaardelijk was. Wanneer de homoseksuele Ries betrokken raakt in een zedenschandaal, staat de in Zwolle gesettelde advocaat Bouman hem bij. Het is geen straf om hun lange, intelligente en witty brieven te lezen, zeker niet als Hans Lodeizen opeens het leven van Ries binnenstapt. Bouman wordt graag op de hoogte gehouden van nieuws omtrent deze bijzondere jongen. Diens homoseksualiteit was allerminst geheim. Wanneer Lodeizen naar een baantje bij het ministerie van Buitenlandse Zaken solliciteert, heeft Ries zo zijn twijfels: ‘Of Hans voldoende zitvlees voor zoo’n periode zal hebben, lykt me meer dan problematiek, vooral waar dat zitvlees zeer weinig met rust gelaten wordt.’

Artistiek Bureau: Poëzieproeven

vrijdag 26 augustus 2011 | Nick ter Wal | 0 reacties
Artistiek Bureau: Poëzieproeven

De Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland heeft een eenmalig magazine uitgegeven. In de zojuist verschenen glossy Mooi schrijft Bert Louwerse een column over de dichter die hem, als student aan de Theologische School, hevig interesseerde: Arend Theodoor Mooij, zoon van dominee M.J. Mooij, publicerend onder de nom de plume A. Marja. ‘We waren eigenlijk niet zo zeer geïnteresseerd in literatuur of poëzie. Hier was een telg uit een in Vrije Evangelische kringen beroemd voorgangersgeslacht die de moed had om zich tegen (groot)vaders en ooms af te zetten’. Volgens Louwerse spiegelden studenten zich aan Marja, omdat de dichter tot zijn laatste snik in innerlijke strijd was met zichzelf en het geloof van zijn afkomst.

Louwerse doet in zijn column tweemaal aan poëzieproeven. Het is immers niet moeilijk om in Marja’s verzamelbundel Nochtans een christen (1962) toepasselijke regels te vinden. Helaas is het gedicht ‘Confessio Mystica’, door de smalle kolommen van de glossy, in vrije regelval beland. Louwerse citeert de eerste regel overigens niet geheel correct, schrijft ‘U’ waar sinds de eerste publicatie van het gedicht in de bundel Confidentieel (1952) ‘u’ staat, maar het zal in Vrije Evangelische kringen een hardnekkige verschrijving zijn. In de digitale versie van het magazine is de poëzie van Marja proza geworden.

Toch leuk om eens over A. Marja te lezen, in plaats van schrijven.

Artistiek Bureau: Ansicht

donderdag 30 juni 2011 | Nick ter Wal | 1 reactie
Artistiek Bureau: Ansicht

Ellen Warmond is dood, maar ik was vergeten dat ze nog leefde. Van minder bekende schrijvers en uitgerangeerde dichters moet je haast een administratie bijhouden, wil je niet verrast worden door hun doodstijding. Zoals eergisteren met Ellen Warmond. Max Dendermonde: dood, Max Nord: overleden. Ferdinand Langen: alive and kicking, Ad den Besten: still going strong. lees verder ›

Artistiek Bureau: Huizen van Bewaring

vrijdag 20 mei 2011 | Nick ter Wal | 0 reacties
Artistiek Bureau: Huizen van Bewaring

Menno Wigman had ooit de ambitie om in de gevangenis te belanden, niet als gevangene maar als bibliothecaris. In Red ons van de dichters (2010) schrijft hij dat het plannetje mislukte: geen gevangenis wilde hem hebben.

A. Marja slaagde wel. Na een als sollicitatiebrief vermomde smeekbede werd de dichter in 1948 aangenomen als sociaal ambtenaar bij de Huizen van Bewaring. Zijn belangrijkste opdracht was het inrichten van niet minder dan vijftig gevangenisbibliotheken. Het budget dat hem ter beschikking werd gesteld was veel te klein, maar hij probeerde er iets van te maken en bedelde bij uitgevers – die hem bijna allemaal wel konden schieten – om licht beschadigde exemplaren. Of de dichter zijn missie heeft volbracht weet ik eigenlijk niet. Al in 1950 kreeg hij een nieuw baantje als directeur van het Haagse consultatiebureau voor alcoholisme. Van misdadigers naar dronkenlappen is maar een kleine stap.

lees verder ›

Artistiek Bureau: Verworven

vrijdag 22 april 2011 | Nick ter Wal | 0 reacties
Artistiek Bureau: Verworven

Het Letterkundig Museum in Den Haag lijkt er een concurrent bij te hebben: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam heeft de laatste tijd belangrijke archieven van schrijvers en vormgevers verworven. De komst van het archief van Arnon Grunberg is misschien het opmerkelijkst, omdat de schrijver nog leeft en zijn archief dus alsmaar uitdijt. Bij de Grunberg-paperassen in Amsterdam valt de Haagse collectie Grunberg (een stapeltje foto’s en een drukproef van Blue Mondays) in het niet.

Gisteren voegde Grunbergs uitgever Vic van de Reijt nog een oversized dummy van de roman Huid en Haar aan de collectie toe. Conservator Garrelt Verhoeven liet Van de Reijt daarna enkele originele stukken uit de onlangs verworven collectie zien. Een interview met een vijftienjarige en zeer zelfbewuste Grunberg (Van de Reijt: ‘Dat zegt het kreng op z’n vijftiende!’), een torenhoge rekening van een taxiritje Rome-Eindhoven, een Spaans rijbewijs (waarover Grunberg altijd heeft beweerd dat hij er geen bezat) en een notitieblokje. Van de Reijt vond op een willekeurige pagina van het bloknoot twee Grunbergiaanse oplossingen voor de problemen in het Midden Oosten. ’1. De Joden roeien de Arabieren uit. 2. De Arabieren roeien de Joden uit.’ lees verder ›

Artistiek Bureau: Vrouwengevangenis

woensdag 6 april 2011 | Nick ter Wal | 0 reacties
Artistiek Bureau: Vrouwengevangenis

‘Dit programma bevat emotionele en gewelddadige scènes.’ Een negenjarige jongen trok zich in 1993 niets aan van de waarschuwing waarmee de dramaserie Vrouwenvleugel begon. Hij keek overal naar, als het maar bewoog. Fraude, prostitutie, moord, gijzeling, psychiatrie, drugssmokkel, lesbiennes: een aflevering van Vrouwenvleugel was leerzamer dan een seizoen Klokhuis. Gruwelijk allemaal, maar nooit eng. Klappertjespistolen maakten ketchupvlekken.

lees verder ›

Artistiek Bureau: Provenance

zondag 13 maart 2011 | Nick ter Wal | 0 reacties
Artistiek Bureau: Provenance

Bij schilderijen is het een doodgewoon begrip, maar bij boeken komt het niet vaak langs: provenance. In elke aflevering van Tussen Kunst & Kitsch leert John Hoogsteder de kijker dat de provenance van een schilderij zelfs een factor is bij het bepalen van de waarde. Toch blijft het verhaal over de herkomst van een boek (bij wie stond het in de loop der tijd in de kast?) meestal beperkt tot het noemen van een exlibris op de binnenzijde van het schutblad.

lees verder ›

Volgende pagina »« Vorige pagina