Next Page »

Foto: Anil Ramdas

zondag 19 februari 2012 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Foto: Anil Ramdas


Anil Ramdas, originally uploaded by deBuren.

‘We zijn allemaal wat armer door zijn overlijden,’ zei premier Rutte, op de wekelijkse persconferentie, naar aanleiding van de dood van Anil Ramdas.

Ik heb hem slechts één keer de hand geschud, in de jaren negentig. Ik moest Stephan Sanders interviewen in een bijzaaltje van de Stadsschouwburg en Ramdas was zijn vriend achterna gereisd. Volgens mij maakten ze rond die tijd ook het programma Het Blauwe Licht. Ik zou willen dat zo’n programma dat kritisch keek naar andere televisieprogramma’s nog bestond.

Sanders en Ramdas: twee mooie, intelligente en ambitieuze mannen. Ze representeerden voor mij een nieuw soort Nederland.

In een reactie op de radio zei Sanders dat ze elkaar de laatste jaren wat minder zagen.

Presentator: Hij is heel belangrijk voor de Hindoestaanse gemeenschap.
Sanders: Nou, niet alleen voor de Hindoestaanse, ik denk voor überhaupt de Nederlandse gemeenschap, omdat hij Nederlanders, geboren en getogen Nederlanders, blanke Nederlanders heeft laten zien hoe die andere Nederlanders – Surinamers waren natuurlijk heel lang Nederlanders – zich hebben gevoeld ten opzichte van het moederland Nederland. Dus ik denk dat hij zowel Surinamers heel veel over Nederland heeft geleerd als Nederlanders heel veel over Suriname. En dit alles op een niet pittoreske manier, maar op een intellectuele manier.

Foto: Aidan Chambers

vrijdag 3 februari 2012 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Foto: Aidan Chambers

Aidan Chambers, originally uploaded by coen peppelenbos.

Je verwacht het niet, maar ook schrijvers kunnen dyslectisch zijn. Aidan Chambers zorgde voor komisch momenten tijdens een lezing door aan het publiek te vragen naar de spelling van woorden.
Op het einde van de lezing gaf hij aan uit welke bestanddelen een boek bestond. Van oppervlakte, via actie, karakters, ruimte, thema’s naar taal.

‘Langage’ schreef Chambers.

Schrijven is ook schrappen en herschrijven.

‘Language’ werd het.

Foto: K. Schippers op de rug van K. Michel

zaterdag 21 januari 2012 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Foto: K. Schippers op de rug van K. Michel

Dat zie je niet vaak: twee dichters die allebei K punt heten. En zeker niet gezamenlijk op een openbare plaats waarbij de een de rug van de ander gebruikt om te signeren.

Een paar keer per jaar komen dichters en masse naar buiten. Een kleine poëtische invasie en de rest van het jaar moeten we het doen met Oh oh Cherso.

Als voorproefje voor Gedichtendag Nicolaas Beets:

Rijmelarij

Zoo veel
Het filomeelgekweel
Verschilt van ‘t schorre meeuwgeschreeuw
En ‘t rauw gekras
Van ‘t ravenras,
Zooveel verschilt de Bard,
Wiens hart
Zich-zelf verplicht
Tot zang en dicht,
Van hem, die ook poëet
Zich heet,
Maar van gevoel noch geestdrift weet,
En enkel regels smeedt
En kneedt,
Als een, die slaafs zijn taak verricht. -
O zie! met doodsverf op ‘t gezicht.
Met de oogen strak op ‘t blad gericht,
Dat voor hem ligt,
Zit daar
Jan Rijmelaar;
En zwoegt
En ploegt
Aan zijn gedicht,
Alsof ‘t een reuzenarbeid waar,
Voor menschenkracht te zwaar.
‘t Gerimpeld voorhoofd van
Den man,
Zijn wenkbrauwboog, zoo laag hij kan
Op ‘t oog gedaald
En neergehaald,
Zijn daar de blijken van.
Op eens! daar slaat hij ‘t oog
Omhoog,
Daar staart hij strak naar boven, O!
Wat deert mijn sukkel dan?….
Daar slaat hij, met een woest misbaar,
De linkerhand in ‘t zweetend haar,
En hijgt en steunt zoo zwaar:
Daar brengt zijn maagre rechterhand
De ganzenveder, die ze omspant,
Stuiptrekkend naar zijn mond,
Mond, waar zij ‘t woeden van zijn tand
Zoo dikwijls ondervond.
Baloorig stampt hij op den grond,
Verschriklijk rolt zijn blik in ‘t rond;
Hij slaat zich voor den kop;
Hij grijpt zijn rijmregister op….
Daar leggen hem de ontsloten blaân
Nog eens zijn ijslijk noodlot bloot,
En siddrend staart hij ‘t aan.
Daar valt hij ruglings in zijn stoel.
En, meer dan half in zwijm,
En snikt (wien laat zijn jammer koel?):
‘Helaas!… ik… vind… geen… rijm!’

Hij werpt zich op zijn legerstee,
Maar slaapt (o smart!) niet in;
Nog maalt die halve regelsnee
Den dichtworm door den zin.
In ‘t eind bezwijkt hij voor ‘t geweld
Des zoeten slaaps. Maar nu beknelt
Een bange droom den rijmerheld,
Die hem met duizend angsten kwelt,
Hem rillende op de pijnbank stelt,
Alwaar de diepbeklaagbre bloed
Zijn vers voltooien moet. -
Het is hem of hij ‘t doet,
En of de faam, door stad en veld,
Zijn zuur behaalde zege meldt….
Maar hij ontwaakt en ‘t woord
Is voort,
En – vruchtloos nagespoord!

Ach, staak een pogen, rijmerstoet,
Met zooveel zweets betaald;
Zoo u de ware dichtgeest faalt,
‘t Is vruchtloos wat gij doet!
Het is een ingeschapen gloed,
Die dichter maakt. Geen vlijt en zweet,
Geen duizend reeglen, saamgesmeed
Met moeite, zorg, en kunst,
Verheffen immer tot poëet;
En, schoon ‘t u schaamle domheid heet,
Die van gevoel noch vinding weet,
De muzen, dwaze rijmerdrom!
Ontzeggen u haar gunst;
Zij sluiten u haar heiligdom.
Ei, keer weerom!
En spaar uzelf ‘t onvruchtbaar leed
Der distelige paân,
Die de eerzucht op doet gaan.

Geslacht, dat niet gewaardigd zijt
Tot Phebus’ hooge luit!
Verslijt
Den tijd
Met veêlgespeel;
Beschouw de houten kermisfluit
Als uw gerechte deel;
Maar strek, in onbesuisde vaart,
Geen handen naar de citer uit,
Voor waardiger bewaard! -
O gij, wien dichtvuur ‘t hart niet blaakt,
Dat van verrukking gloeit!
Waartoe een enklen toon geslaakt,
Waartoe met beuzlend rijmgelijm
Uw duizlig brein vermoeid?

En gij,
Die mooglijk Poëzy
Erkent in ’s rijmers lied;
In wie de geest dier bastaardij
Nog heftige bewondraars ziet,
Nog schutspatronen vindt,
Wat, ezels! maakte u zoo ontzind?
Wat heeft uw oog verblind?

Zoo schaart, wanneer de wijde mond
Eens luiaards opengaat,
Die, van de wijs en uit de maat,
Langs gracht en straat
Zijn jammerdeunen hooren laat,
De domme volkshoop zich in ‘t rond,
En ieder staat
Genageld aan den grond.
Maar, als de zachte filomeel
Haar duizendtonenrijke keel
Ontsluit tot lief gekweel,
En ‘t lied weergalmen doet door ‘t woud,
Dan gaat die zelfde hoop voorbij,
Die haar zoo zuivre melody
Voor slechten wildzang houdt.
Ach, maakte eenmaal uw dwaasheid plaats
Voor dichterlijk gevoel;
Ontvonkte eenmaal die gloed
Uw bloed,
Hoe liet u ‘t beuzlend rijmen koel,
Hoe streelde u ‘t dichtrenkoor
‘t Gehoor,
Hoe zoudt gij hun verheven toon
Eerbiedigen als ‘t eenig schoon,
Hoe ruischte u die in ‘t oor!
In ‘t oor?…. o neen, de ware Bard
Dringt tot het hart
En innigst leven door!

Foto: The Globe Theatre

zondag 8 januari 2012 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Foto: The Globe Theatre


The Globe Theatre, originally uploaded by coen peppelenbos.

Een beetje Shakespeare-fan gaat tijdens zijn vakantie in Londen op bezoek in het Globe theater. Het echte Globe Theatre is afgefikt, maar de (Amerikaanse) acteur Sam Wanamaker werd één van de drijvende krachten aan de ‘remake’ van het theater.

Heel goed. Prachtig. Aan alle regeltjes is voldaan. Ik had het voor geen goud willen missen, maar toch heb je het idee dat je een beetje in de Efteling bent terecht gekomen.

Overal, maar dan ook overal zie je wie heeft meebetaald aan dit theater. Van elke stoel, elke dakpan, elke pilaar weet je wie de gulle schenker is. Ik ben zeer voor gulle schenkers, zolang ze maar anoniem blijven.

Intussen staat er wel mooi een theater. Er komen ook mensen die nog nooit een stuk van Shakespeare hebben gezien. Ook dat is goed. De meeste mensen die de Sacre Coeur bezoeken hebben ook nooit een mis uitgezeten. Je kunt iets afstrepen op je lijstje.

Foto: Gebruik een boekenlegger

woensdag 4 januari 2012 | Coen Peppelenbos | 2 reacties
Foto: Gebruik een boekenlegger

Er zijn mensen die boeken behandelen als gebruiksvoorwerpen en mensen die boeken in de hand houden alsof het kunstwerken zijn. Ik behoor tot de laatste categorie. Niet uit zuinigheid, maar uit gevoel voor esthetiek. Een knak in de rug voel ik in mijn maag.

De baas van Uitgeverij kleine Uil wil een boek nog wel eens testen op stevigheid. Hij slaat het boek open, ragt even met de volle hand in het midden, schudt het boek vervolgens aan de flap heen en weer, gooit het boek daarna op de grond en concludeert dan: ‘Best stevig.’ De conclusie hoor ik nooit omdat ik bij de eerste mishandeling al aan het zuurstof ben.

Dit is een poster uit Amerika. Ik denk dat deze gemaakt is in opdracht van een bibliotheek of een boekhandelketen. Het waarschuwt tegen nog zo’n barbaarse gewoonte van de onbehouwen lezer: het omvouwen van een bladzijde om aan te geven waar je gebleven bent.

Voor de barbaren is de e-reader uitgevonden.

Foto: McGinley – Twelfth night

zaterdag 24 december 2011 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Foto: McGinley – Twelfth night

Het mooiste aan Kerstfeest is dat het weer voorbij gaat. Phyllis McGinley (1905-1978) schreef een gedicht over het moment dat de boom weer het huis uit gedragen wordt en de stofzuiger de naalden uit het tapijt zuigt. Met Driekoningen moet de boom weg. Dan kunnen we weer gewoon doen.

Twelfth Night

Down from the window take the withered holly.
Feed the torn tissue to the literal blaze.
Now, now at last are come the melancholy
Anticlimatic days.

Here in the light of morning, hard, unvarnished,
Let us with haste dismantle the tired tree
Of ornaments, a trifle chipped and tarnished,
Pretend we do not see

How all the rooms seem shabbier and meaner
And the tired house a little less than snug.
Fold up the tinsel. Run the vacuum cleaner
Over the littered rug.

Nothing is left. The postman passes by, now,
Bearing no gifts, no kind or seasonal word.
The icebox yields no wing, no nibbled thigh, now,
From any holiday bird.

Sharp in the streets the north wind plagues its betters
While Christmas snow to gutters is consigned.
Nothing remains except the thank-you letters,
Most tedious to the mind,

And the gift gadget (duplicated) which is
Marked for exchange at Abercrombie-Fitch’s.

Phyllis McGinley (1905 – 1978)

Foto: Václav Havel (1936-2011)

zondag 18 december 2011 | Coen Peppelenbos | 1 reactie
Foto: Václav Havel (1936-2011)

Václav Havel, originally uploaded by Karel Čech.

In een documentaire over zijn presidentschap zit één van de beelden die me altijd zal bijblijven van Václav Havel. De president, kettingroker, staat in een officiële gang te wachten op iets of iemand. Als zijn sigaret op is, ziet hij geen asbak. Hij gooit de peuk op het tapijt en drukt die met zijn voet uit. Een ongemanierde hork zou je zeggen, maar de president, die als schrijver en denker jarenlang vervolgd is door de machthebbers van Tsjecho-Slowakije, mag veel vergeven worden. In Brieven aan Olga staan zijn overdenkingen die hij in gevangenschap heeft geschreven. Taaie kost, maar wel geschreven door iemand die zijn denkkracht gebruikt om te ontkomen aan het monotone gevangenisbestaan. Er is een leven buiten de gevangenis, alleen zou Havel nooit kunnen bevroeden hoe zijn toekomst er nog uit zou zien.

Het presidentschap lijkt me ook een soort gevangenschap.

Op deze foto wandelt hij met een jonge boxer. Achter hem ligt een jonge man in het gras te slapen, onwetend van het feit dat een van de mensen die ervoor hebben gezorgd dat hij dat onbezorgd kan doen, langsloopt.

Foto: Christa Wolf (1929-2011)

zondag 4 december 2011 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Foto: Christa Wolf (1929-2011)


Christa Wolf (1929-2011), originally uploaded by elwetritsche.

De bovenstaande foto komt van een Duitse fan, die na de dood van de schrijfster deze foto op Flickr plaatste met het onderschrift: ‘niemand konnte berichten wie sie!’

Het is niet goed om met je eigen onkunde te koop te lopen, maar volgens mij heb ik nog nooit iets gelezen van Wolf. Ik dacht dat ik Kassandra in de kast had staan (Van Gennep), maar zelfs dat kan ik niet vinden. Opgeruimd of weggegeven.

Het is ook niet goed om direct na de dood van een schrijver aan een oeuvre te beginnen. Dan had je maar eerder moeten zijn, nu heeft het geen zin meer. Soms moet even wachten en dringt een oeuvre zich na verloop van tijd op.

In de tussentijd neem je genoegen met de necrologieën. In de Nederlandse en Duitse kranten natuurlijk aandacht aan haar activiteiten voor de Stasi (van 1959 tot 1962)die pas in 1990 bekend werden voor een groot publiek en het feit dat zelf jarenlang door de Stasi was gevolgd omdat haar romans soms een verborgen subversief karakter hadden. Ze is tot het laatst partijlid gebleven.

De criticus Marcel Reich-Ranicki noemde de schrijfster bij leven ‘overgewaardeerd’, na haar dood was ze ‘een moedige schrijfster die de belangrijkste vragen van haar tijd nadrukkelijk aan de orde gesteld heeft.’

Eén ding snap ik niet op de foto. Dat rode ding aan een touwtje. Er is vast wel germanist die dat kan uitleggen.

Next Page »