Willem Bilderijk – Meester Fop. Zie hier het gratis te downloaden e-book.
Gedicht: Willem Bilderdijk – Dichter Fop
Gedicht: Arghe winter, ghy zijt cout, Een nyeu liedeken
Arghe winter, ghy zijt cout.
Vergangen is ons tgroene wout,
Vergangen zijn ons
die loverkens aender heiden.
Die looverkens die aender heyden staen
daer op singt die nachtegale,
Van minnen singhet ons
Die fiere nachtegale.
Tsavonts als ick slapen gae,
Vinde ic mijn bed alleine staen,
daer op so rust
die fiere nachtegale.
Tsmorgens als ick op stae
Ende ick mi wel gheciert hae,
So coemt mijn lief
Ende biedt mi goeden morghen.
Goede morghen, so wil ick wel voorwaer.
Ic seg: ‘vrou maecht, bint op u hayr
Met roode gout
Ende met groene side.’
Si ginc voor, ic volchde na,
si brochte my daer een schaecbert na
In elcke hant
Twee dobbelsteenen.
Si ley tschaecbert op tvelt:
‘dye dobbelen wil die brenget gelt,
Anders mach hi
Tsoheyme wel blijven.’
Gedicht: Lammert Voos – ‘Ultiem Testament’
Ultiem Testament
eenzaam dwaalde ik jarenlang
over Gods dorre akkers bezaaid
met zwartgeblakerde stoppels, het
eertijds wuivend goudgeel gewas,
en ik was omhuld door een wolk roet,
trachtte de raven van me af te slaan die
op mijn schouders en hoofd neerstreken
om mijn ogen uit te pikken en zwaar was
elke stap, de voeten van lood, maar ik moest,
moest mij voortbewegen, moest ontdekken,
vorsen en ondergaan en ik verloor nooit
de oase uit het oog, zag het glinsterende
water van de bron, de belofte van koel water,
de zware zoete vruchten aan de bomen,
de vlinders in de bloesems, de bijen
feestend op nectar en ik vorderde, langzaam,
maar gestaag en liet de leegte achter en
naderde de groene weelde en toen ik die betrad,
de vruchten at, werd ik door de bijen gestoken,
was het fruit zuur en rot, het water brak en toen
ik huilend op mijn knieën bij de zoute bron zat,
viel mijn oog op een perkament, aan de stam van
een dode dadelpalm gespijkerd met gouden nagels,
waar met sierlijke letters gekalligrafeerd stond:
het woord ‘eenzaam’ is cliché, helpt ieder vers om zeep
en dit gedicht is sowieso niet veel, veel te pretentieus en
dat Bijbelse toontje van jou
staat me ook niet aan
Lammert Voos lees verder ›
Gedicht: Anton Ent – ‘Ochtend’
Ochtend
Vanmorgen stond ik me te scheren
mijn oog viel op de wekker, half zes
nu kon mijn vader de grindweg
aflopen richting wilgenrij in het weiland
zijn roeiboot losmaken en de sloot uitvaren
door het kanaal en de rivier naar zee
geroepen door de lichtblauwe naam
die hij gehoorzaamde, natuurlijk
aarzelend zoals hij had geleefd
Anton Ent
Het gedicht ‘Ochtend’ komt uit de bundel Binnen de wildroosters die gisteren verschenen is.
De bundel is te koop in de boekhandel of rechtstreeks bij Uitgeverij kleine Uil voor €15,- (geen portokosten).
Gedicht: Ellen Deckwitz – ‘Een documentaire over jappen die zich doodwerken’
-
Een documentaire over jappen die zich doodwerken
en mijn grootvader zet het geluid harder.
Knokkels tegen lippen, te weinig sigaretten
voor dit gesprek.
Buiten lachen allochtonen. Hun vlees spant
en een merel valt over de rand.
Mijn broertje stampt
zijn naamvallen.
De weggeblazen straat, waar iedereen een tatoeage wil
als bekend wordt dat jeweetwel op gave huiden jaagt.
Onder monumenten een doek
over mijn stoppels vertel ik
dat onze voorouders goed waren.
Ze schonken ons een lans als ruggengraat,
een pen om een kussen te maken
van pijn. De korst een pleister,
een verband voor onze ogen,
ons om te blijven een huls.
Ellen Deckwitz
lees verder ›
Gedicht: Boele Bregman (vertaler) – ‘Om het portret van een vogel te maken’
Om het portret van een vogel te maken
Eerst een kooi schilderen
met een open deurtje
dan iets moois
schilderen
iets eenvoudigs
iets aardigs
iets nuttigs
voor de vogel
dan het doek tegen een boom zetten
in een tuin
in een bos
of in een woud
je verstoppen achter de boom
zonder iets te zeggen
zonder te bewegen.
Soms komt de vogel vlug
maar hij kan er net zo goed jaren over doen
voordat hij er toe komt
niet moedeloos worden
wachten
wachten zo nodig jaren lang
omdat de snelheid of de traagheid
van de vogel geen enkel verband
houdt met het welslagen van het schilderij.
Wanneer de vogel komt
áls hij komt
de diepste stilte in acht nemen
wachten tot de vogel de kooi ingaat
en als hij binnen is
zachtjes het deurtje sluiten met de penseel
en dan
één voor één alle tralies wegvegen
er op lettend geen van de veren van
de vogel te raken.
Dan het portret van de boom maken
en de mooiste van z’n takken uitkiezen
voor de vogel.
Ook het groene gebladerte
en de frisse wind en het stof dat
in de zon danst en het geritsel van
de dieren in het gras en de zomer-
warmte schilderen
en dan wachten tot de vogel ertoe
komt te gaan zingen.
Als de vogel niet zingt
is dat een slecht teken
teken dat het schilderij slecht is
maar als hij zingt is dat een goed teken
teken dat je kunt tekenen.
Dan trek je heel voorzichtig
één van de veren van de vogel uit
en je schrijft je naam in een hoek
van het schilderij.
Jacques Prévert, vertaald door Boele Bregman ©familie Bregman lees verder ›
Gedicht: Jan Pieter Heije – ‘Een karretjen op den Zandweg reed’
Twee Voerlui
Een karretjen op den Zandweg reed;
De maan scheen helder, de weg was breed,
Het paardje liep met lusten
(‘k Wed, dat het zelf zijn weg wel vindt);
De voerman leî te rusten….
Ik wensch je wèl-thuis, mê-vrind!
Een karretje reed langs Berg en Dal;
De nacht was donker, de weg was smal,
Het paard liep als met vleugels
(De sneeuwjacht zweept zijn oogen blind);
De voerman houdt de teugels….
Ik wensch je wèl-thuis, mê-vrind!
Eén karretje keert behouden weêr;
Het ànder heeft geen voerman meer; -
Waar mag hij zijn gebleven?
‘k Wed-dat je’em op den Zandweg vindt
Of mooglijk wel daarnéven….
Hij komt niet weêr thuis, die vrind!
Jan Pieter Heije lees verder ›











