Volgende pagina »« Vorige pagina

Gedicht: Rense Sinkgraven – ‘Geen God’

donderdag 6 januari 2011 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Gedicht: Rense Sinkgraven – ‘Geen God’

Geen God

Wij botsten, jij viel,
een vorm van gerechtigheid.
Onder de fiets lag je breekbaar
als een vader, wat weet jij nou?
Dat de aarde plat is, dat God
bestaat, de schepping prachtig is.
Wij vragen om genade.

Zeker zal de dood komen en dan?
Dan denk ik aan je ogen, je bruine
ogen, ik ben het vader.
Hoe je licht gebogen – loop
toch rechtop – naast me gaat
en me uitzwaait. Wees niet bang.
Wees niet bevreesd.

Rense Sinkgraven
lees verder ›

Gedicht: Gerrit Achterberg – ‘Kerstmis’

zaterdag 25 december 2010 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Gedicht: Gerrit Achterberg – ‘Kerstmis’

Kerstmis

Klokken haalden mij uit de slaap vandaan:
Kerstmis over den Haag om middernacht.
Hij, die ik dagelijks te wezen dacht,
trok uit mij weg en kwam alleen te staan.

Ik keek tegen mijn eigen leven aan,
alsof een ander het had doorgebracht.
Een lege helderheid betrok de wacht
tussen mij en het opgeschoven raam.

De stad verstomde. Mijn verbeelding ging
over de torens heen naar Bethlehem.
2000 jaren her is daar een kind
zojuist geboren en de moeder windt
het in een doek. De ezel en de man
maken het nuchter mee. Een engel zingt.

Gerrit Achterberg

Gedicht: Jan Glas – Als was zij mijn vrouw

donderdag 9 december 2010 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Gedicht: Jan Glas – Als was zij mijn vrouw

Als was zij mijn vrouw

Ik trof haar half bevroren aan.
De hele winter had ze op de ganzen gewacht.
Ik nam haar in huis als was zij mijn vrouw.

Binnenshuis deed ze plastic zakjes
om haar vieze voetjes.
‘Ach, dat hoeft toch helemaal niet,’ zei ik.
Ritselend liep ze naar de koelkast.
Ik ging mijn bed verschonen.

‘Weet jij eigenlijk wel
dat je aan de hemel ontsnapt bent?’
Ja, dat wist ze wel.

Boven stond ik nog even
voor het slaapkamerraam.
Het water in de vijver, zag ik,
was vis geworden.

Jan Glas lees verder ›

Gedicht: Hieronymus van Alphen – Winterzang

donderdag 25 november 2010 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Gedicht: Hieronymus van Alphen – Winterzang

Winterzang

‘k Zie de geele bladers vallen,
   met den zomer is ‘t gedaan:
En ‘t gehuil van sneeuw en regen
   kondigt ons den winter aan.
Ach! hoe trillen mij de leden,
   ‘k loop naar ‘t hoekjen van den haart;
Vader zegt: in zulk een koude
   dient er hout noch turf gespaard.
o Wij hebben zo veel voorraad
   voor den schralen wintertijd;
Daar men mij met warme kleeren
   voor den strengen vorst bevrijdt.
Winterpeeren, koel, en appels,
   boter vleesch, ja wat niet al,
Ligt er reeds in onze kelder,
   Dat ons lekker smaken zal.
Mogt ik nu maar dankbaar wezen,
   over mijn gelukkig lot;
Ja ik wil gehoorzaam leven,
   en u danken, goede God!
Ja ik wil gedurig denken,
   als de koude mij verdriet,
Ach! hoe menig duizend menschen
   hebben zo veel voorraad niet.
Ja, ik wil dan wat besparen,
   en wat van mijn overvloed
Aan een arrem kindje geven,
   dat van honger schreien moet.

Hieronymus van Alphen (1746 – 1803) lees verder ›

Gedicht: Jan Schenkman – Sint Nikolaas in den Boekwinkel

donderdag 4 november 2010 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Gedicht: Jan Schenkman – Sint Nikolaas in den Boekwinkel

Sint Nikolaas in den Boekwinkel

Wel hoe! kwam Sint Niklaas
  Zoo waar nu weêr hier,
Om boekjes te koopen? -
  Dat doet mij plezier;
Want zie, dat ‘s nog beter
  Dan koek of banket;
Een boekje met prentjes
  Geeft jaren lang pret.
O, vond ik er morgen
  Maar een in mijn schoen!
Gaf hem en zijn knecht dan
  Een hand en een zoen.

Jan Schenkman

lees verder ›

Gedicht: Willem de Mérode – Ziektevers

zondag 26 september 2010 | Coen Peppelenbos | 1 reactie
Gedicht: Willem de Mérode – Ziektevers

Ziektevers

Voor Okke

Hij zat gemakkelijk op de rand van ‘t bed,
en sprak van school en leuke jongensspelen,
en hoe de vreemde talen hem vervelen,
en van de vrije zaterdagse pret.

Ik luisterde gelukkig, want het was
of ‘t leven aan mijn leger kwinkeleerde.
Kwellende koorts, die mij verdervend deerde,
verdoofde, tot de felle pijn genas.

Toen ik, een avond lang en zeer bevreesd,
ben voor de poorten van den dood geweest,
kwam plots zijn jonge stem mij achterhalen.

Mijn ogen nog vol nare duisternis,
zag ik verrast, hoe klaar de luister is
van trouw, die onbevreesd zo diep durft dalen.

Willem de Mérode (1887 – 1937)
Uit De gedroomde zoon. Samenstelling Willem Jan Otten en Hans Werkman, Aspekt, Soesterberg. 128 blz. €19,95.

lees verder ›

Gedicht: Bert Bevers – Place des Vosges

maandag 13 september 2010 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Gedicht: Bert Bevers – Place des Vosges

Place des Vosges

Het gonst van lege geluiden. Wat je schrijft lees je zelf.
In boeken van papier slaan we vast wat niet verdwijnen
mag. Gij zuster in dit steen: ‘Wij ogen verwant als
verlegen geliefden naar elkaar, belaagd in onstuim

van gevaar. Want, zie ginds het wenken van de lijken.’
Zeg me, vroeger, dat ik van je weg ben. Dat ik zo weinig
nog weet van de pozen dat alles hier slechts aarde, hout
en water was. Behalve dan dat wolven niet luisteren

onder het eten. Van cirkelgang wisten de ouden reeds,
langs de geur van de jacht op kalme lichte dieren zonder
sporen. Vandaag rust dat verleden onder huizen. In een

ervan branden vroege lampen. Zachte handen dekken
er of ze dat dagelijks doen een bruiloftstafel. Dit plein
weet het zeker: leven is van allemaal en glas van zand.

Bert Bevers
lees verder ›

Gedicht: C.O. Jellema – Ontmoeting met een blaarkop

woensdag 18 augustus 2010 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Gedicht: C.O. Jellema – Ontmoeting met een blaarkop

Ontmoeting met een blaarkop

Je vindt me vreemd, eng haast, blijkt uit je blik,
met zo’n geboortemasker, wit, en ogen
zo zwart omrand die jou enkel gedogen,
denk je, op afstand, want ik merk jouw schrik

als je je hand uitsteekt en kopschuw ik
terugdeins zelf – voor wat, voor een te hoge
verwachting? die, bij voorbaat al bedrogen,
maakt dat, uit schaamte wijs, ik weeg en wik.

Maar vaak, ontwaakt in ochtendschitterdauw
- ze slapen nog, de anderen, gewonen -,
mijmer ik hoe me niet meer te verschonen

voor dat ik zo ben, me lijk te verbergen,
prins van Sneeuwwitje en haar zeven dwergen -
wat niemand aan me ziet vertel ik jou.

C.O. Jellema uit: Verzameld werk, gedichten. Querido, Amsterdam, 2005.
lees verder ›

Volgende pagina »« Vorige pagina