‘Ik was helemaal nergens geschikt voor, nou toen ben ik maar gaan schrijven’
In 2007 won Jeroen Brouwers de Tzum-prijs. Roos Custers en Dolf Verlinden togen naar Vlaanderen om de prijs uit te reiken. Het interview stond eerder in Tzum 40.
Met de zin ‘Al stond in het centrum van het huis een kachel als uit de machinekamer van een stoomschip en stortte ik deze vol kolen en hout uit het bos, ze verspreidde geen warmte, -zoals er ook van mij, volgestort met het witte water van de firma Bols, niet echt meer iets constructiefs uitging.’ afkomstig uit de inleiding van het boek In het midden van de reis door mijn leven won Jeroen Brouwers de Tzum-prijs 2007. Eveneens dat jaar kreeg Brouwers de Prijs der Nederlandse Letteren toegekend, die hij weigerde, en werd er in de Vlaamse gemeente Zutendaal een monument voor hem opgericht. In december kreeg hij de Tzum-prijs, bestaande uit een beker en 52 euro, in zijn woning te Zutendaal overhandigd.
Alstublieft, deze beker is de Tzum-prijs.
JB: Prachtig, hartelijk dank. Kan dit klepje los? Dan kan ik er jenever uit drinken.
Nou dan moet je wel hard trekken, heeft u eerder een beker gekregen?
JB: Dit is de eerste. Tja, die komt dan in het prijzenkastje hè, op de kast in de hal, daar staan ook die twee Gouden Uilen die ik ooit gekregen heb, en verder heb ik de Multatuliprijs ontvangen, die bestaat uit een kilo zilver, die bevindt zich onder m’n bed.
Ik geef u ook gelijk het prijzengeld, 52 euro, een euro per woord van de winnende zin. Ik heb nu de neiging uzelf te citeren; in de krant zei u in reactie op het bedrag dat verbonden is aan de Prijs der Nederlandse Letteren: ‘een heel oeuvre. En daar krijg je dan een prijsje voor -koop jij daar maar een glaasje bier voor, ouwe’
JB: Ach, ik vind dit een veel aardiger prijs dan die hele staatsprijs, en dat monument dat ze hier in Zutendaal gemaakt hebben, dat vind ik ook veel aardiger dan die grote prijs. Dat is een stuk minder pretentieus. Die grote prijs bestaat uitsluitend uit een handdruk van de koning cq de koningin, nou als die man mij een hand wil geven dan komt hij maar naar Zutendaal hoor! Maar men vindt dat kennelijk zo’n grote eer dat over dat schertsbedragje niet gepraat wordt, en daar heb ik nu een schop tegenaan gegeven.
Dat is dan gelukt, gezien de ophef, wellicht dat het prijzengeld de volgende keer omhoog gaat?
JB: Daar heb ik toch niets aan! Kijk, ik heb om te beginnen de Taalunie, dat is de club die die prijs uitreikt, een brief geschreven dat die prijs mij teleurstelde, en toen zeiden ze dat de ministers dat moesten beslissen en die vergaderen dan en dan, in oktober. Daar heb ik dus op gewacht. Na afloop van die vergadering belde Plasterk mij, vanuit zijn auto, ‘Meneer Brouwers, we zijn het niet eens geworden, de prijs gaat niet omhoog, maar de kans bestaat dat over drie jaar, de volgende laureaat’ en toen zei ik ‘Jaaa, en waarom kan dat over drie jaar dan wel?’, waarop hij zei dat dat lag aan de regelementen. Maar waarom kun je die regelementen dan niet veranderen? Dat soort gelul weet je wel.
Tja, ik denk dan, wat is 16.000 euro op een begroting?
JB: Niks, 16.000 euro, en dat dan eens per drie jaar, en ook nog gedeeld door twee landen dat komt neer op nog geen drieduizend per jaar. Afijn, ik werd ook opgebeld door de Belgische minister, dat is meneer Anciaux, die belde vanuit een trein, hij was het wel met me eens en begon door de telefoon met: ‘Ik ben beschaamd, ik ben beschaamd! Ik zal niet rusten totdat…’ Ja, dat is die diplomatieke wolkenpraat.
Maar goed, hij meende het wel.
JB: Ja, staat er een paar dagen terug in De Morgen, dat die Anciaux vergevorderde plannen heeft om een pensioen in te stellen voor oudere kunstenaars -niet alleen schrijvers- een écht pensioen, dat is dan heel goed maar ik ben een Hollander en kom dus niet in aanmerking voor die Vlaamse pensioenen dus dat moet Holland nu ook van de grond krijgen, dan heb ik iets bereikt.
Want kunstenaars kunnen over het algemeen geen pensioen opbouwen.
JB: Precies, maar dan staat er weer een hatelijke brief in De Telegraaf: ‘Die Brouwers moet een schop onder z’n kont krijgen!’ en andere mensen zeggen: ‘Die Brouwers is gek, die had z’n hele leven een pensioen moeten opbouwen.’ Dat zijn dus mensen die nergens verstand van hebben. Natuurlijk kun je als kunstenaar geen pensioen opbouwen! Waar OP moet je dat bouwen? Je moet toch ook eten, en je sigaretten kunnen kopen? Nou, ik hoop dus dat daar iets aan gedaan gaat worden, daar heb ik dus door die prijs te weigeren de eerste trap tegen gegeven.
lees verder ›