Volgende pagina »« Vorige pagina

Recensie: Elvis Peeters – Dinsdag

donderdag 3 mei 2012 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Recensie: Elvis Peeters – <em>Dinsdag</em>

De duivelse variant van Rambo

Wie ouder wordt, sleept herinneringen met zich mee. Hoe ouder je wordt, hoe meer herinneringen. In de roman Dinsdag van Elvis Peeters (de nom de plume voor zijn vrouw Nicole Van Bael en zichzelf) is een oude man aan het oord. Alles is vervallen, zijn huis, zijn omgeving en zijn lichaam. Geestelijk is echter alles in orde en je volgt hem een dag, van opstaan tot slapen gaan – met de suggestie van de eeuwige slaap – waarbij flarden herinneringen door zijn hoofd spoken.

Peeters vertelt de herinneringen in de ik-vorm, terwijl hij voor het heden een personale verteller gebruikt. Een aardige keus, alsof het verleden meer leeft, heftiger aanwezig is dan het heden. Dat klopt in dit geval ook, want die oude man die de hele dag wat rondkeutelt en zijn huis provisorisch onderhoudt, heeft een heftig leven achter de rug. lees verder ›

Recensie: Jonathan Franzen – Farther Away

maandag 30 april 2012 | Koen Schouwenburg | 1 reactie
Recensie: Jonathan Franzen – <em>Farther Away</em>

Aanstekelijke passie

In zijn boek Staande receptie neemt Jos Joosten de positie van afstandelijke wetenschapper in – behalve in de polemische essay’s over Connie Palmen en Elsbeth Etty. Joosten wil absoluut geen waardeoordelen vellen: ‘men [zit] in het huidige tijdsgewricht minder dan ooit te wachten op een hooggeleerde die (…) oordelen uitvent inzake goed en kwaad.’ Juíst in dit tijdsgewricht zit ik te wachten op deze oordelen, omdat we te kampen hebben met de erfenis van het postmodernisme (het onderuit halen van waarheden en autoriteit), een erfenis die enerzijds zeer bevrijdend is (was), maar anderzijds wordt misbruikt door populistische types die allerlei verwerpelijke onzin verkondigen voor electoraal gewin.

Afgelopen week werd ook Jonathan Franzens tweede essaybundel Farther Away gepubliceerd en deze is in alles het tegenovergestelde van Staande receptie. Franzen merkt op, na het lezen van een inleidend essay van Randel Jarrell, ‘what outstanding literary criticism used to look like: passionate, personal, fair-minded, thorough, and intended for ordinary readers.’ Niet geheel toevallig begint de opsomming met het woord ‘passionate’ het kernwoord voor alle essays in deze bundel. Franzen weet wél waar men in tijdsgewricht op zit te wachten: passie. lees verder ›

Recensie: Mensje van Keulen – Liefde heeft geen hersens

zondag 29 april 2012 | Marleen Nagtegaal | 0 reacties
Recensie: Mensje van Keulen – <em>Liefde heeft geen hersens</em>

Wat men liefde noemt

Is het liefde, wanneer je gelaten de klappen van je echtgenoot incasseert? Als je in antwoord op het venijn van je moeder haar boterhammen smeert? Of een moord verdoezelt om je kind tegen verdachtmaking te beschermen? In Liefde heeft geen hersens, de meest recente roman van Mensje van Keulen, worden de duistere kanten van de liefde beschreven. Het hoofdpersonage Romy licht de titel al op de eerste pagina van het boek toe:

Dat ik aan die woorden moet denken komt door Maria Callas. Ik hang mijn jas aan de kapstok en kijk dan vanzelf de slaapkamer in waar ze als een Madonna boven een wijwaterbakje hangt. Ze staat op het punt in tranen uit te breken en haar iets geopende lippen willen vertellen waarom, maar in hoeveel woorden ze het ook zou zingen, het is wel duidelijk.

De ingehouden tranen van Callas zullen in diverse vormen terugkeren in het verhaal, waarin het begrip liefde wordt verbonden aan ontbinding, obsessie, eenzaamheid en drift. lees verder ›

Recensie: A.L. Snijders – Brandnetels & verkeersborden

zondag 29 april 2012 | Coen Peppelenbos | 1 reactie
Recensie: A.L. Snijders – <em>Brandnetels & verkeersborden</em>

Omdat het onzinnig is om elke keer een recensie te schrijven over een nieuwe bundel zkv’s van A.L. Snijders, deze keer een puzzel.

Bij 5 verticaal deze aanwijzing van de Glasnostici.
lees verder ›

Recensie: Ilja Leonard Pfeijffer – Hoe word ik een beroemd schrijver?

zaterdag 28 april 2012 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Recensie: Ilja Leonard Pfeijffer – <em>Hoe word ik een beroemd schrijver?</em>

‘Voordat je het weet, zegt de schrijver live in de uitzending opeens een woord van meer dan drie lettergrepen’

In Nederland worden boeken waarin je kunt leren hoe je moet schrijven meestal gemaakt door auteurs die zelf niet zo heel erg uitblinken in hun vak. Er zijn een paar uitzonderingen, maar meestal moet je het als beginnend schrijver doen met types als drs. Cees van der Pluijm. Alsof de trainer van een club uit de vierde klasse zaterdagamateurs je zegt wat je moet doen in plaats van Frank de Boer.

Met Hoe word ik een beroemd schrijver? heeft Ilja Leonard Pfeijffer zich ook op de groeimarkt van potentiële schrijvers gestort. Het boek is opgebouwd uit zo’n zeventig hoofdstukken die allemaal een vraag beantwoorden, van ‘Hoe schrijf je een bestseller?’ tot ‘Hoe gedraag je je op het Boekenbal?’. In deze verzameling columns (eerder verschenen in NRC.Next) uitgebreid met een enkel essay wordt antwoord gegeven op alle prikkelende vragen die je maar zou kunnen hebben over het schrijverschap. lees verder ›

Recensie: Stephen J. Burn (red.) – Conversations with David Foster Wallace

zaterdag 28 april 2012 | Koen Schouwenburg | 0 reacties
Recensie: Stephen J. Burn (red.) – <em>Conversations with David Foster Wallace</em>

Het gevecht tegen eenzaamheid

Vier jaar geleden overleed David Foster Wallace (1962-2008). Tijdens zijn studententijd begon David Foster Wallace (1962-2008) met het slikken van het antidepressivum Nardil, een pil uit de jaren vijftig met veel bijwerkingen. In zomer van 2007 besloot hij te stoppen met het medicijn. Het was het enige wat hem in leven hield, zei zijn zus Amy. Hij raakte in een depressie en kwam er niet meer uit – wat de dokters ook probeerden. In zijn roman Infinite Jest schreef hij dat iemand geen zelfmoord pleegt uit ‘hopelessness’, maar dat de zelfmoord van een depressief persoon het ondragelijke niveau bereikt heeft van iemand die gevangen zit in een brandend gebouw. De angst om te springen is gelijk voor iemand die rustig het uitzicht bekijkt alswel voor de persoon die vast zit in het brandende gebouw: ‘the fear of falling remains a constant. The variable here is the other terror, the fire’s flames: when the flames get close enough, falling to death becomes slightly less terrible of two terrors. It’s not desiring the fall; it’s terror of the flames.’ In september 2008 pleegde hij zelfmoord, een keuze ‘slightly less terrible’ dan het depressieve leven. lees verder ›

Recensie: John Barth – Every Third Thought

donderdag 26 april 2012 | Koen Schouwenburg | 0 reacties
Recensie: John Barth – <em>Every Third Thought</em>

All that Death-of-the-Novel crap

Een van de dingen waardoor de lezer al snel afhaakt is ‘door ze te veel met het vak als vak te vervelen’, aldus de Realistische Schrijver in Cees Nootebooms novelle Een lied van schijn en wezen. De term voor deze vlucht is metafictie: fictie over fictie, of de illusie van fictie doorbreken enzovoorts. Metafictie is de combinatie van creatie en kritiek. Maar juist in een tijd waarin veelvuldig hardop wordt getwijfeld over de waarde van het medium literatuur zijn romans die deze waarde onderzoeken in hun eigen vertellingen relevant.

In Nederland is de postmoderne metafictie niet zo aangeslagen als in Amerika. De naam John Barth (1930) zal in Nederland de wenkbrauwen doen fronsen – misschien door het ontbreken van Nederlandse vertalingen – , terwijl aan de overkant van de Atlantische Oceaan, deze schrijver met zijn experimentele fictie een National Book Award won met Chimera (1972), en zijn het korte verhaal ‘Lost in the Funhouse’ en het essay ‘The Literature of Exhaustion’ niet weg te denken valt uit de naoorlogse Amerikaanse literatuur. De woorden ‘experiment’ of ‘metafictie’ worden veelal geassocieerd met moeilijk, onleesbaar proza. Dat is niet het geval bij Barth, zijn novellen in Chimera over mythologische en Griekse helden zijn hilarisch. Eigenlijk is al het werk van Barth geestig, intelligent, metafictief en geschreven in de stijl van een bijzonder taalvirtuoos. lees verder ›

Recensie: Anne-Gine Goemans – Glijvlucht

dinsdag 24 april 2012 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Recensie: Anne-Gine Goemans – <em>Glijvlucht</em>

Getrainde ganzen naast het vliegveld

Ganzen die commando’s kunnen opvolgen, een roekeloze, altruïstische moeder in Afrika, een vader en zijn gehandicapte broer in Nederland die vlakbij een startbaan wonen, een flamboyante kapster, een megadikke vetzak in een scootmobiel met interesse in stoomgemalen en een klein gansje dat zelfs tafeltennis kan spelen. Glijvlucht van Anne-Gine Goemans won vorige week de juryprijs van de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs 2012. Maar liefst 15.000 euro voor een rariteitenkabinet.

Hoofdpersoon is de puber Gieles, eigenaar van twee ganzen, die later nog gezelschap krijgen van twee jonge ganzen, waarvan de een zich dus specialiseert in tafeltennis. De vader van Gieles werkt op het vliegveld en is verantwoordelijk voor het wegjaren van de vogels. Een vogel in de motor en je kunt de grootste problemen krijgen met landende en stijgende vliegtuigen. De grootste held van Gieles is captain Sully die ooit een Airbus liet neerkomen in de Hudson Baai nadat er ganzen in de motor waren gevlogen. Vanaf het begin tot het einde van het boek is Gieles bezig om zijn ganzen te trainen voor een spectaculaire actie bij de thuiskomst van zijn moeder uit Afrika. lees verder ›

Volgende pagina »« Vorige pagina