Afgelopen donderdag werd in Middelburg deel 141 uit de Slibreeks ten doop gehouden. Voorafgaand aan de presentatie was er nog sprake van enige paniek omdat het omslag verkeerd gedrukt was. Men wilde graag een mat omslag met een glanzende titel, omdat het door Nyk de Vries geschreven deel Glans heet. Vlak voor de presentatie werd het euvel hersteld. Dolf Verlinden, een van de huisfotografen van Tzum, was vooraf met de redactieleden druk bezig met het vouwen van de nieuwe omslagen om de boekjes, maar was net op tijd klaar om deze bijeenkomst te vereeuwigen. F. van Dixhoorn sprak, René Everts speelde en Nyk de Vries droeg voor. (Glans is hier te bestellen voor €7,50 excl. verzendkosten)
Fotoreportage: Presentatie Glans van Nyk de Vries
Fotoreportage: Presentatie Augustusland van Paul Gellings
‘Dit is een boek om weg te geven,’ sprak Kader Abdolah tijdens de presentatie van Augustusland van stadsgenoot en vriend Paul Gellings in het Stedelijk Museum Zwolle. Uitgever Anton Scheepstra van Passage zal het niet tegenspreken. Fotograaf Dolf Verlinden maakte een kleine fotoreportage:
Reportage: Nacht van de Poëzie 2013
Nacht van de Poëzie 2013 – Kom nacht en wis mij uit
Het 31e motto van de Nacht van de Poëzie, gehouden in Media Plaza te Utrecht, is afgeleid van de zin: ‘Kom, o nacht, en wis mij uit, kom en doe mij in u verdwijnen.’ De versregel komt uit Het verstrijken der uren van de Portugese dichter Fernando Pessoa (1888 – 1935). Het verlangen uitgewist te worden door de nacht was bij ondergetekende zeker aanwezig, maar de Sehnsucht sloeg kort na binnenkomst om in angst: uitgewist te worden tijdens het oversteken van één van de futuristische bruggetjes en te verdwijnen in de nacht van een parallel universum.
Er vonden gelukkig geen zorgelijke celdelingen plaats en na een kort bezoek aan het warptechnologisch centrum (persruimte) was het haasten naar het hoofdpodium, dat was omgedoopt tot ‘Totaal Witte Kamer’, naar een gedicht van Kouwenaar. Een witte ruimte met daarin twee witte presentatoren: Ingmar Heytze en Ester Naomi Perquin introduceerden om beurten het indrukwekkende arsenaal aan dichters.
Ellen Deckwitz begon met een ode aan de tien jaar terug overleden C.O. Jellema. Cees Nooteboom haalde een Chinese dichter uit de achtste eeuw aan en reclameerde onder meer de zin: ‘De pijnboom zingt maar er is geen wind’. Wind was er echter wel degelijk, want boven de Totaal Witte Kamer klapperde vervaarlijk een Totaal Wit Zeildoek. lees verder ›
Reportage: Kees van Kooten komt langs
Vooraf was ik duidelijk geïnstrueerd. Slechts een kwartier mocht ik met de auteur van het Boekenweekgeschenk praten, de rest van de tijd zou hij signeren in de bibliotheek van Groningen in de stand van Scholtens / De Slegte. Het interview duurde echter een half uur en hij trok er nog een kwartier bij door voor te lezen. Tot groot genoegen van het aanwezige publiek.
Van Kooten is wars van protocollen. De CPNB had aangekondigd dat hij om 14.45 aanwezig zou zijn in de bibliotheek en tot 16.00 zou blijven. Ik kreeg echter al vroeg op de middag een mail dat hij een half uur eerder zou komen. Toen ik tegen 14.00 naar de bibliotheek ging, kwam ik iemand tegen die zei dat hij er al was, om vooraf ook alvast te signeren. Hij was zo vroeg aanwezig dat de boekhandel in allerijl de de tafel moest inrichten. Daarna hebben ze het niet rustig meer gehad.
‘Moeten we nog voorbespreken?’ vroeg ik hem.
‘Welnee,’ zei de schrijver. ‘Dat komt wel goed.’ Een voorgesprek haalt alle spontaniteit uit het gesprek. Ik was het daar helemaal mee eens.
De rij wachtenden voor een handtekening zwol aan. De veertig stoeltjes voor het interview van een kwartier waren een half uur van tevoren al ingenomen, snel werden er veertig stoelen bijgezet, die in mum van tijd ook bezet waren. De rest moest maar even staan.
Ik zag oude mensen geduldig wachten. Ik zag een jonge vrouw met tranen in haar ogen omdat ze een handtekening had van Kees van Kooten. Ik zag mensen die met cadeautjes en oude foto’s kwamen. Ik hoorde een verhaal dat Van Kooten al van tevoren met mensen in gesprek was gegaan, toen er nog helemaal niemand was; een vrouw in een rolstoel had verteld dat ze schilderde, maar dat de verf zo duur was, en Van Kooten trekt zo maar een flap van vijftig tevoorschijn en geeft het biljet aan haar, zodat ze verder kan schilderen. Ik zag Van Kooten signeren en spelen tegelijk.
Er zijn interviews waarbij je moet trekken en duwen en er zijn interviews waarbij je haast niets hoeft te doen. Wie Van Kooten interviewt heeft zelf ook een leuke middag. Er zat meteen stemming in de zaal, op dat moment zaten (en stonden) er wel zo’n driehonderd man en vanaf het eerste moment entertainde de schrijver zijn publiek. Ik probeerde hem nog wel te verleiden tot een gesprek over het literaire karakter van zijn Boekenweekgeschenk (over fictie, kleine onwaarheden, dat zijn hele geschenk gaat over verhalen schrijven en vertellen, van het kleinste onderdeel – het woord – tot het grote geheel), maar dat was niet de kant die Van Kooten op wilde met het gesprek. Als interviewer buig je dan mee, ook al omdat het afgesproken kwartier al snel op was.
‘s Ochtends had ik nog een oude Rijam-agenda (de vader van Van Kooten was vertegenwoordiger in die agenda’s) uit 1980 uit de kast gehaald waarin een foto stond van Koot en Bie. Het leverde zowaar een applausje op.
In die agenda stond ook een aforisme van het duo: ‘omdat ze al zo jong spaghetti hebben moeten leren eten, zijn er zoveel goede Italiaanse jongleurs’. Van Kooten keek er verbaasd naar. In het nieuwe Boekenweekgeschenk zit ook een literaire agenda, aangevuld met aforismen. Zo’n agenda leek de schrijver wel handig, want nu lees je altijd achteraf in de krant dat er een leuk festival is geweest. Het kwartier was al lang voorbij, ik kreeg tekens dat ik stoppen moest. ‘Maar dan heb ik nog wel wat,’ zei Van Kooten, die gewoon doorging en een oude ‘Treitertrend’ voorlas en daarna, want het publiek wilde meer, een column van Hans Wiegel, die zo absurd ijdeltuiterig was, dat het vanzelf een cabarettekst werd. We waren ver over de toegestane tijd heen en Van Kooten haastte zich terug naar de signeertafel met het verzoek dat iedereen weer de plaats in de rij zou innemen zoals die was voor het interview. Hij bleef nog tot een half uur na de afgesproken tijd. Hij houdt namelijk niet zo van protocollen.
(foto: © Frans Oldersma en Coen Peppelenbos)
Reportage: De J. Kessels fandag
J. Kesselsfandag: lachen
Kon niet beter: buiten staat een man in een Sankt Pauli-piraten-T-shirt te roken, binnen klinkt huilerige country-muziek. Alle stoelen zijn bezet en anders dan verwacht hebben nog aardig wat vrouwen de weg naar de eerste J. Kesselsfandag gevonden. Art Garfunkel zelf hangt rond in de buurt van het podium en in één oogopslag spotten we Arie Storm, Anton Valens, Pieter Boskma en Herman Koch. De werken van P.F. Thomése liggen in optimistisch hoge stapels bij het standje van de uitgever en los van het drumstel op het podium en de hoge opkomst zou je zeggen dat je op een gewone literaire avond terecht bent gekomen. En eigenlijk blijft dat zo. Want als dit – zoals het affiche beloofde – een fandag is, waar is dan het standje met T-shirts en sjaaltjes met oneliners van Kessels? Waar zijn de op echte fandagen zo prominent aanwezige geblondeerde, met buttons behangen wijven die in de rij staan voor de meet-and-greet die ze hebben gewonnen met het insturen van een slagzin die de regel: ‘ik wil naar de J. Kesselsfandag, want…’ completeert. Waar is het J. Kesselsrookhok, waar de handelaar in tweedehands country-cd’s (Kessels-fandag-aanbieding: 2 halen, 1 betalen?) Waar is de bami, en waar, godsakke ja, is J. Kessels zelf?
‘Ik heb hem vanochtend gebeld,’ zegt zijn vriend, gezellig hangend aan een bartafeltje op het podium, ‘maar hij heeft nou eenmaal een kuthekel aan dit soort gelegenheden.’
Even daarvoor heeft hij voorgelezen uit J.Kessels, the novel. Een geweldige, misschien wel dé geweldigste passage uit het boek, waarin Thomése en Kessels (de personáges, dan hè) een toplesstent bezoeken:
Oben ohne heette het pittoreske toplesstentje, maar aan de zware kutstank te oordelen stond de zaak von unten ook behoorlijk open.
Reportage: Uitreiking Tzum-prijs aan L.H. Wiener
Het was nat en koud in Amsterdam, regendruppels vielen als ijsspetters uit de lucht. De reis uit Groningen via Utrecht (werkzaamheden) en met voetbalsupporters (bij de Arena: ‘Kijk het mooiste gebouw van Nederland.’) was lang. Maar het schuilcafé De Bekeerde Suster op de Kloverniersburgwal was warm en knus. Daar stapte om drie uur L.H. Wiener binnen, samen met Annelies Hemmes (die de winnende zin had ingestuurd). Bij Wiener gaat het gesprek meteen over literatuur. De recensenten die hun glorie verloren hebben, collega’s die zijn achting hebben.
‘Het is toch een grof schandaal dat Jeroen Brouwers nooit de P.C. Hooft-prijs heeft gekregen.’
Ook de Tzum-redactie gunt Brouwers de P.C. Hooftprijs zeer, maar we waren gekomen voor de uitreiking van de Tzum-prijs, voor een zin afkomstig uit de roman zijn boek Shanghai Massage. We zitten op vijftig meter van de bewuste massagesalon.
De dames in het gezelschap zijn voor een foto van L.H. Wiener op de massagetafel terwijl er een Chinees meisje over zijn rug loopt, ‘You like?’ vragend. De schrijver en ondergetekende zijn daar niet voor. De foto zal ongetwijfeld prachtig zijn, maar dan wordt literatuur toch te veel kermis. De scheidslijn tussen feit en fictie is bij Wiener in zijn boeken soms nauwelijks te trekken, maar hij is er wel degelijk en voor de auteur is de fictie (al is het in sommige gevallen slechts de suggestie van fictie) bittere noodzaak. Juist door het te fictionaliseren is het leven vol liefde en literatuur, trauma’s en tegenspoed, te beheersen. Geen foto dus van een Chinees meisje lopend op de rug van de auteur, maar een gewone foto met beker voor Beauty Massage Center Shanghai.
De eigenaar van Beauty Massage Center Shanghai ziet opeens drukte voor zijn zaak en nodigt ons uit binnen te komen. We gaan naar binnen. Links staan twee ligbedden met witte handdoeken erop. Rechts zit een Chinezige jongen iets te lezen. De oudere eigenaar, een rechtgeaarde Amsterdammer, vindt het wel leuk dat er een boek over zijn zaak is verschenen. Wiener benadrukt nog dat er niet onbetamelijks in staat over zijn zaak, maar dat maakt de eigenaar niet uit: ‘De mensen praten toch. Dat houd je niet tegen.’ We mogen buiten en binnen foto’s maken en bij het afscheid krijgen we nog een kaartje van de zaak (klik hier voor meer info).
Reportage: Presentatie Eeuwige trouw
Vandaag werd het derde deel van de gay-soap Tavenier gepresenteerd: Eeuwige trouw. Regina Leeger vertaalde het eerste deel van de trilogie in het Duits en kreeg het eerste exemplaar van Männer WG. Doeke Sijens en ondergetekende kregen de eerste exemplaren van Eeuwige trouw van uitgever Peter ten Hoor en werden daarna geïnterviewd door Derwent Christmas. Dichter Joost Oomen gaf een spetterend optreden met één speciaal geschreven homogedicht. Een fotoreportage:
(foto’s Annet Peppelenbos en Peter ten Hoor)
Eeuwige trouw ligt vanaf volgende week in de winkel, maar is alvast te bestellen bij Uitgeverij kleine Uil (geen verzendkosten).
Reportage: Presentatie Zelf bommen leggen van Th. van Os
Toet literair Amsterdam bevolkte vanmiddag boekhandel Vrolijk waar de roman Zelf bommen leggen van Th. van Os ten doop werd gehouden. Het boek kwam gisteren van de pers en wordt dus pas volgende week uitgeleverd aan de boekhandel, dus Vrolijk is even de enige plaats naast de uitgeverij waar het boek te koop is.
Seks, ongeloof en islam mogen in bed uitstekend samengaan, in de huidige Nederlandse verhoudingen zorgt deze combinatie voor een explosief mengsel en juist daarover gaat de roman. Een kleine fotoreportage.






























