Column: Karel ten Haaf – Vervalsingen

donderdag 19 januari 2012 | Karel ten Haaf | 0 reacties
Column: Karel ten Haaf – Vervalsingen

Wie denkt dat alleen in de beeldende kunst sprake is van verwarring over wie welk werk maakte, dat ‘vervalsen’ in ieder geval in de letteren niet voorkomt (en waarom zou men ook: er valt geen groot geld mee te verdienen), wie dat denkt vergist zich deerlijk.
Over eerlijke vergissingen gaat het natuurlijk niet: dat in de bundel nagelaten verhalen van Jan Arends, Ik had een strohoed en een wandelstok (De Bezige Bij, Amsterdam 1974), een verhaal van Eelke de Jong werd opgenomen (‘Jan Arends I presume’) is zo’n eerlijke vergissing. Het verhaal werd – met toestemming van De Jong en onder vermelding van zijn naam – desalniettemin ook opgenomen in de tweede druk (idem 1976).
Ook pastiches kunnen niet gerekend worden tot de vervalsingen, al kunnen ze soms voor veel verwarring zorgen. In 1985 schreef Theodor Holman voor De Groene Amsterdammer een reeks waarover de Volkskrant op 29 juni 1985 berichtte:

De Groene Amsterdammer […] kreeg begin 1985 een nieuwe hoofdredacteur, Martin van Amerongen, die binnen een half jaar alle bekende en in kleinere kring bekende columnisten van Nederland wist over te halen een enkele bijdrage te leveren aan het blad.
[…]
Allemaal nep. De stukjes waren een parodie. Het waren “pastiches” van de columns die her en der in de gedrukte media verschijnen.
Knappe staaltjes. Sommige stukjes waren zo “echt” dat het maar langzaam tot het wereldje doordrong dat er weer eens een (bekende) grap werd uitgehaald.

lees verder ›

Recensie: Adriaan van Dis – Stadsliefde. Scènes in Parijs

zondag 25 december 2011 | Koen Schouwenburg | 0 reacties
Recensie: Adriaan van Dis – <em>Stadsliefde. Scènes in Parijs</em>

Een moedige schrijver in de buitenwijken

Twee keer ben ik in Parijs geweest; één keer als ongeïnteresseerde middelbare scholier en de laatste keer samen met mijn familie in 2009 tijdens het Paasweekend. Het leek mij toen een leuk idee om de roman De wandelaar van Adriaan van Dis te lezen in de auto op weg naar de Franse hoofdstad. De roman speelt zich immers af in Parijs en even daarvoor had ik met plezier Nathan Sid, Zilver of het geluk van de onschuld en Familieziek gelezen. Nog voor de tweede tankpauze heb ik de roman, na vijftig pagina’s, weggelegd (het is zeker niet uit te sluiten dat het mijn eigen tekortkoming was).

Het is misschien flauw om Stadsliefde. Scènes in Parijs te vergelijken met Hemingway’s A Moveable Feast en Getrude Stein’s The Autobiography of Alice B. Toklas, want Van Dis speelt in een andere literaire klasse dan deze twee modernistische grootheden. Maar wat Hemingway en Stein met succes deden, het evoceren van het Parijse leven in een bepaalde tijd, doet Van Dis eveneens. Met zijn lucide proza schetst Van Dis het Parijs van de jaren nul van deze eeuw. En het is niet allemaal Louvre, Kunst, Literatuur, Musée d’Orsay en Romantiek wat de klok slaat in Stadsliefde. De verschillende anekdoten zijn grofweg te verdelen in drie categorieën; het leven van Van Dis in Parijs, met wie en waar hij dineert; Parijs als historische en culturele stad én de andere kant van Parijs: de armoede, de immigranten, de buitenwijken.

Van Dis verhuisde naar Parijs en is dus zelf ook een immigrant. Integratie vereist inspanning. Van Dis past zich aan, gaat om met zijn buren, met de bewoners uit zijn straat, mag op de pof kopen bij de eigenaares van de buurtsuper, maakt contact met M. Dubois, de vaste zwerver van de straat. Stuk voor stuk zijn het leuke anekdotes: de naïeve Van Dis die niet in augustus verhuist. Welke idioot verhuist er nu in een andere maand? In augustus is iedereen de stad uit en rijden de bussen rijden minder vaak. De volgende verhuizing vindt plaats in augustus. Integreren leer je met vallen en opstaan. lees verder ›

Filmpje: Adriaan van Dis en de enge dingen in Museum Meermanno

donderdag 17 november 2011 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Filmpje: Adriaan van Dis en de enge dingen in Museum Meermanno


Zaterdag 19 november opent Adriaan van Dis in museum Meermanno in Den Haag de tentoonstelling ‘Het aangetaste lichaam’. De tentoonstelling is te zien tot 19 februari. In De Wereld Draait Door sprak hij over zijn gastconservatorschap.

De tentoonstelling combineert beeldmateriaal uit medische boeken met driedimensionale wasmodellen. Hierdoor ontstaat een visueel palet van het aangetaste lichaam uit vooral de negentiende en twintigste eeuw. Van misgeboorten uit het werk van de Amsterdamse anatoom Willem Vrolik tot de handingekleurde foto’s van huidziekten uit 1868 en de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog in Krieg dem Kriege.

Bij de tentoonstelling verschijnt een gelijknamige publicatie met een inleiding van Adriaan van Dis en een essay van Mieneke te Hennepe en veel foto’s. De uitgave verschijnt bij Wbooks, prijs: € 19,95

Recensie: Adriaan van Dis – Tikkop

zaterdag 9 oktober 2010 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Recensie: Adriaan van Dis – Tikkop

Tegen beter weten in

‘Zie je wel, hij kon het niet laten zich met de wereld te bemoeien.’ De laatste zin van Tikkop, de nieuwste roman van Adriaan van Dis, geeft goed de strekking weer van het boek. Hoofdpersoon is Mulder, die de lezer al kent uit De wandelaar. In Mulder (de vadersnaam van de schrijver) herkennen we Adriaan van Dis. Wie het verzamelde journalistieke werk Leeftocht gelezen heeft, tv-reportages van hem gezien heeft en fictiewerken tot zich heeft genomen, zoals het Boekenweekgeschenk Palmwijn kent Van Dis’ jarenlange fascinatie voor Zuid-Afrika. Daarom is het des te pijnlijker dat het huidige Zuid-Afrika zich lijkt af te wenden van de mensen die ooit streden voor de opheffing van de Apartheidspolitiek, zoals Van Dis, zoals Mulder in dit boek. lees verder ›

Essay: De opkomst van de rancunerecensie

zaterdag 25 september 2010 | Coen Peppelenbos | 2 reacties
Essay: De opkomst van de rancunerecensie

Hoe Arie Storm en Jeroen Vullings zich afkeren van het publiek

Dit jaar was ik voor het eerst op Manuscripta. Ik heb er wat rondgelopen en hier en daar een interview bijgewoond. Bij sommige schrijvers was het heel druk, bij anderen stond een handjevol mensen, vooral uitgeverijmedewerkers, te kijken. Dat laatste was het geval bijvoorbeeld bij Arie Storm die zich door enkele bladzijden uit zijn nieuwe boek zwoegde, bang contact te maken met die paar ogen die op hem gericht waren. Hoe anders was dat bij Adriaan van Dis en Tzum-medewerker Arthur Japin, twee schrijvers die zich nadrukkelijk wel om hun publiek bekommeren. Lange rijen mensen die er rustig een half uurtje wachten voor over hadden om de door hen bewonderde schrijver te zien optreden. lees verder ›