Column: Karel ten Haaf – Conceptueel

donderdag 3 november 2011 | Karel ten Haaf | 0 reacties
Column: Karel ten Haaf – Conceptueel

In De Morgen gisteren: ‘poëzie is, helaas, niet meer van deze tijd. Dat is geen beschuldiging, maar een vaststelling. Poëzie lezen vereist geduld en concentratie – twee bedreigde eigenschappen in onze 3.0-tijden. Volgens Philip Roth zal romans lezen binnen vijfentwintig jaar “cultisch” zijn: alleen kleine groepen mensen zullen de nodige toewijding kunnen opbrengen. Vandaag is poëzie al cultisch; de roman zal volgen. De roman is een 19de-eeuwse uitvinding voor verveelde dames in salons die geen andere bezigheid hadden dan boeken lezen. Sindsdien is ons levensritme ingrijpend veranderd, en de letteren – ook gewoon producten onderhavig aan tijdsgeest en conjunctuur – dragen daarvan de gevolgen.’ Aldus Ann De Craemer in een column in het Vlaamse dagblad.

Het is niet voor het eerst dat ‘de roman’ wordt doodverklaard: in de jaren zestig van de vorige eeuw kondigde Harry Mulisch aan (voorlopig?) geen romans meer te zullen schrijven, omdat ze niet van die tijd waren. In de bibliografie van Mulisch gaapt dan ook een gat van ruim tien jaar tussen de romans Het stenen bruidsbed (1959) en De verteller. Of een idioticon voor zegelbewaarders (1970) – met een beetje goede wil is dat gat te vergroten tot ruim vijftien jaar: De verteller is dermate experimenteel dat het geen roman in de klassieke zin genoemd kan worden; in dat geval gaapt het tot 1975, het jaar dat Twee vrouwen verschijnt.
Zo lang als de literaire vorm ‘de roman’ bestaat, zo lang zijn er schrijvers bezig met het opzoeken van de grenzen van de vorm. Sommige auteurs experimenteerden uit artistieke drang – om er enkele te noemen: Theo van Doesburg, Paul van Ostaijen, Louis Paul Boon, Bert Schierbeek, Sybren Polet, C.C. Krijgelmans, Ivo Michiels, Vaandrager –; anderen uit ideologische (‘ideologiese’) motieven – de bekendsten zijn Jacq Firmin Vogelaar en Lidy van Marissing. lees verder ›

Artistiek Bureau: De punt van Belcampo

zaterdag 24 april 2010 | Nick ter Wal | 0 reacties
Artistiek Bureau: De punt van Belcampo

Hield Belcampo eigenlijk van poëzie? Het stipendium dat zijn naam draagt is de afgelopen drie keer uitgereikt aan dichters (al publiceerde de laatste winnaar Nyk de Vries ook drie romans). Belcampo schreef zelf drie, vier versjes. In De eerste Nederlandse tiftie (1983) noteerde de schrijver desondanks een beetje nukkig: ‘een dichter ben ik niet’. Ik vermoed vooralsnog dat hij niet veel op had met vrije verzen, al is het bewijs dat ik opvoer broodmager.
lees verder ›