Volgende pagina »

Column: Karel ten Haaf – Verdubbeldubbeling

woensdag 9 mei 2012 | Karel ten Haaf | 3 reacties
Column: Karel ten Haaf – Verdubbeldubbeling

Bijna een jaar geleden, op 22 juni 2011, meldde ik hier de vondst van twee in de verzamelde gedichten van C.B. Vaandrager (Made in Rotterdam) ontbrekende verzen. Nu gebeurt het vaker wel dan niet dat een verzameld werk geen compleet werk is, maar in dit geval was de ontdekking van belang: de gedichten stamden uit de periode 1975-1985, jaren waarin de schrijver Vaandrager zweeg. Uit dat decennium waren slechts twee verzen bekend:

In Made in Rotterdam staan slechts twee gedichten uit de jaren 1975-1985: ‘Waar’ (1976) en ‘Vleeswagen naar Parijs’ (1978). Met de vondst van ‘Caid in gebed’ en ‘Lust for wife’ is de oogst aan gedichten uit deze dorre periode dus verdubbeld.

Zo eindigde ik mijn stukje waarin ik de vondst van de twee in 1980 gepubliceerde verzen wereldkundig maakte.
Vaandragers periode van zwijgzaamheid komt ook aan de orde in ‘Ik isoleer zinnen, ik been ze uit, haal ze door de machine en het mooiste is dan er zelf op kicken’, de neerslag van een interview dat hem werd afgenomen door Rudie Kagie, gepubliceerd in Vrij Nederland, 23 mei 1987:

Sinds de publikatie van zijn lijvige autobiografische roman De hef in 1973 werd tot vorig jaar geen nieuwe poëzie of proza meer van hem vernomen.
‘Niet alleen als auteur heb ik dertien jaar gezwegen, ook als mens,’ zegt hij. ‘Op het laatst zei ik geen stom woord meer.’

Heden kan ik melden, met grote vreugde, dat het aantal bekende door Vaandrager in de jaren 1975-1985 gepubliceerde gedichten opnieuw is verdubbeld: in De Vlaamse Gids, 59e jaargang, nummer 4, juli-augustus ’75, verschenen ‘NOW A TRAVELLER’, ‘HERE WITH THE POET’, ‘FREE VOLENDAM / B.B. H.H.?’ en ‘Psychadelia’.
‘NOW A TRAVELLER’ had niet misstaan in De Hef – stilistisch ligt dit gedicht in het verlengde van het speedproza waaruit die roman bestaat (zelfs het in dat boek meermaals ontbrekende aanhalingsteken sluiten ontbreekt niet). Opvallend is verder de preoccupatie met seks, die ik wijt (psychologie van de koude grond natuurlijk) aan de eenzaamheid van de dichter, aan het feit dat Vaandragers vrouw hem een jaar voordat dit gedicht geschreven werd had verlaten: lees verder ›

Column: Karel ten Haaf – Reclame

woensdag 21 maart 2012 | Karel ten Haaf | 0 reacties
Column: Karel ten Haaf – Reclame

In het kader van het Boekenweekthema én van de reclame: de vriendschap tussen Daniël Dee en Karel ten Haaf – de schrijvende vrienden werken ook samen: in 2010 verscheen hun vechtsportboek K-1, van de schoonheid en de kracht en momenteel werken ze aan een vooralsnog titelloze roman-in-dichtvorm. Onderstaande werd overgenomen (min of meer, licht bewerkt) uit de ‘uitleiding’ bij de novelle van C.B. Vaandrager – Sleutels, een ‘straat-collage’, afgelopen weekend bij Uitgeverij Passage verschenen ter gelegenheid van de twintigste sterfdag van de auteur.

In 1981 verhuis ik naar Groningen, om Nederlandse taal- en letterkunde te studeren – ik verkeer in de veronderstelling dat dat de ideale studie is voor iemand die schrijver wil worden. Eind jaren tachtig (reuzenstappen) bruist de stad van poëzie en van literaire activiteiten. Veel beginnende dichters, allemaal nog ongepubliceerd of met wat eigenbeheerbundels op hun naam, treden zo vaak mogelijk op in zoveel mogelijk cafés. Maar helaas: ook onder de vele jonge poëten in Groningen vind ik geen medestanders waar het mijn bewondering voor het werk van Vaandrager betreft. lees verder ›

Column: Karel ten Haaf – Ledernek

woensdag 29 februari 2012 | Karel ten Haaf | 0 reacties
Column: Karel ten Haaf – Ledernek

De Verloofde, het hoofd vol snot en slijm, vroeg zich onlangs af, tussen twee scheurende hoestbuien door: ‘Waarob houduh schrijvers toch altijd vab klassieke buziek of jazz ed diet vad bevobbeld Iggy Pob?’
‘Ho ho!’ zei ik. ‘De eerste Iggy Pop fanclub in Nederland, de F.C. Iggy Pop, werd opgericht door een schrijver.’
In augustus 1977 verscheen er zelfs een POP Bulletin van drie gestencilde pagina’s A4, volgeschreven door de betreffende auteur. Ik durf te stellen dat het één van de interessantste en best geschreven fanzines ooit is. Ik bedoel:

Iggy Pop neemt in de hele Power Movement de meeste
RISK. Mijn geloof (een zeer persoonlijke zaak) over-
tuigt mij van dit geliek:
Iggy is lief (dus Jezus), maar slaat wel terug  op
wangen om tanden en tijd te sparen. Die Ig, hij
springt over de voetlichten, tot vlak voor een
ledernek, op geweld belust,
Voor hij mij pakt, pak ik hem, besluit Iggy, en
hij pompt de dumdumboy, geen klein bier, met
metalen mike, recht voor de raap. Dat is nieuw
voor de verhitte, loeiende flock [(]Goed dat er vol-
op blondies en bitches in de zaal zijn). Men houdt
Ig’s ‘act’ niet voor mogelijk: wie gaat zichzelf
nou beschadigen met ware messteken in eigen
torso, en ook de eigen voortanden in de vernie-
ling. Stt…stIGmata? Iggy Pop wel, want soms
loopt het uit de klauw, met een trip die nieuw is.

lees verder ›

Column: Karel ten Haaf – Vervalsingen

donderdag 19 januari 2012 | Karel ten Haaf | 0 reacties
Column: Karel ten Haaf – Vervalsingen

Wie denkt dat alleen in de beeldende kunst sprake is van verwarring over wie welk werk maakte, dat ‘vervalsen’ in ieder geval in de letteren niet voorkomt (en waarom zou men ook: er valt geen groot geld mee te verdienen), wie dat denkt vergist zich deerlijk.
Over eerlijke vergissingen gaat het natuurlijk niet: dat in de bundel nagelaten verhalen van Jan Arends, Ik had een strohoed en een wandelstok (De Bezige Bij, Amsterdam 1974), een verhaal van Eelke de Jong werd opgenomen (‘Jan Arends I presume’) is zo’n eerlijke vergissing. Het verhaal werd – met toestemming van De Jong en onder vermelding van zijn naam – desalniettemin ook opgenomen in de tweede druk (idem 1976).
Ook pastiches kunnen niet gerekend worden tot de vervalsingen, al kunnen ze soms voor veel verwarring zorgen. In 1985 schreef Theodor Holman voor De Groene Amsterdammer een reeks waarover de Volkskrant op 29 juni 1985 berichtte:

De Groene Amsterdammer […] kreeg begin 1985 een nieuwe hoofdredacteur, Martin van Amerongen, die binnen een half jaar alle bekende en in kleinere kring bekende columnisten van Nederland wist over te halen een enkele bijdrage te leveren aan het blad.
[…]
Allemaal nep. De stukjes waren een parodie. Het waren “pastiches” van de columns die her en der in de gedrukte media verschijnen.
Knappe staaltjes. Sommige stukjes waren zo “echt” dat het maar langzaam tot het wereldje doordrong dat er weer eens een (bekende) grap werd uitgehaald.

lees verder ›

Column: Karel ten Haaf – Schrijfdaad

donderdag 5 januari 2012 | Karel ten Haaf | 0 reacties
Column: Karel ten Haaf – Schrijfdaad

Waarom bundelen literaire auteurs liefdesbrieven van onbekenden? In mijn stukje van vorige week heb ik getracht een antwoord op die vraag te formuleren, maar wat hebben de samenstellers van zulke bundelingen zelf over deze kwestie te melden?
‘Voor mijn tweede boek, een verhalenbundel: Seks vóór zestien, had ik brieven nodig van een meisje van + vijftien jaar. Omdat ik me niet helemaal meer in de gedachten van een meisje van die leeftijd kon verplaatsen,’ aldus Eva Hoornik in de ‘Inleiding’ (p. 5) van de door haar gebundelde selectie liefdesbrieven Ik hou van jou (De Bezige Bij, Amsterdam 1970). Tijdens het lezen van haar eigen briefwisseling met een klasgenote – ‘In de brieven hadden we het behalve de komende natuurkunderepetitie, de nieuwe beha, uitsluitend over jongens.’ – ontwikkelde zich een idee:

Al lezend kwam ik op de gedachte ‘liefdes’-brieven te verzamelen. En net als een echte verzamelaar raakte ik verslaafd aan het onderwerp. Ik vroeg liefdesbrieven aan kinderen, aan middelbare scholieren, aan hen die verliefd waren/zijn, getrouwd, gescheiden, overspel pleegden. Aan hen die dolgelukkig waren, wanhopig, verdrietig, woedend. Ik las duizenden brieven, ik selecteerde honderden. Ik heb uiteraard alle namen veranderd. ‘Elke gelijkenis van figuren in deze brieven met werkelijke personen of gebeurtenissen’ is dus WEL toevallig. Misschien maakt u dat nog nieuwsgieriger.

lees verder ›

Column: Karel ten Haaf – Vaanrianten

woensdag 16 november 2011 | Karel ten Haaf | 0 reacties
Column: Karel ten Haaf – Vaanrianten

Afgelopen week verwierf ik een interessant exemplaar van de avonturen van cornelis bastiaan vaandrager 1 (Nijgh & Van Ditmar, [’s Gravenhage][1963]), de eerste en enige verhalenbundel – ‘ongekuist’ – van Vaandrager.
Ik schafte het boek aan omdat ik las in Nieuwsbrief 435 (8 november 2011) van antiquariaat Fokas Holthuis in Den Haag:

Exemplaar met handgeschreven, gesigneerde opdracht van de auteur aan een collega: ‘een kwestie van oefening/ jan ’64, voor/ Remco [Campert]/ Cornelisbastiaan’. Bovendien met een drietal inhoudelijke correcties in de tekst, van de hand van de auteur, in dezelfde groene balpen.

Het ging mij daarbij niet zozeer om de opdracht, als wel om de tekstvarianten. Desalniettemin mailde ik (na ontvangst van het boek) aan Nick ter Wal, werkzaam bij Fokas Holthuis en degene die mij erop wees dat dit exemplaar in de Nieuwsbrief stond: ‘Een vraagje: hoe weten jullie dat de Remco in de opdracht Campert is?’ – ik wil namelijk altijd graag alles weten en kon nergens uit op maken dat het boek aan Campert had toebehoord.
Ik kreeg antwoord per omgaande:

De exacte bron is moeilijk te achterhalen, maar de vorige handelaar die het boek aanbood gaf tussen vierkante haken aan dat het om Campert ging. Niet onwaarschijnlijk, aangezien Campert meerdere keren al en bij verschillende handelaren boeken uit zijn bibliotheek heeft verkocht. Als je nu op Boekwinkeltjes zoekt naar boeken met opdracht aan Campert, dan vind je bij zeker drie boekwinkeltjes opdrachtexemplaren van o.a. Arnon Grunberg, Mensje van Keulen en Tom Lanoye.

Goed, dan ga ik er maar vanuit dat het klopt, en leg ik dat hierbij vast in de wellicht ijdele hoop dat mijn niet-bibliofiele erfgenamen (die rotlui die mijn bibliotheek uit elkaar gaan trekken) die Campert hoger hebben zitten dan Vaandrager, dit kleinood niet in de asemmer zullen werpen.

In het slechts iets meer dan twee pagina’s tellende verhaal Een Midzomernachtsdroom bracht Vaandrager maar liefst twee correcties aan: op pagina 51 veranderde hij ‘Dijkzicht’ in ‘Dijkzigt’; op pagina 52 was de ingreep groter: ‘Ik zet mijn tanden er in en bijt door.’ werd middels een krachtige doorhaling ingekort tot ‘Ik bijt door.’
de avonturen van cornelis bastiaan vaandrager 1 werd bij leven van de auteur niet herdrukt, dus hoe hoog deze twee zaken de auteur zaten zullen we helaas nooit weten. lees verder ›

Column: Karel ten Haaf – Bijvangst

woensdag 31 augustus 2011 | Karel ten Haaf | 0 reacties
Column: Karel ten Haaf – Bijvangst

Hebbes! Jaren van zoeken en speuren en dan eindelijk het begeerde boek of tijdschrift in handen hebben – dat is het ultieme moment voor de verzamelaar, datgene waarom eigenlijk alles draait. Althans voor mij, als Trotski- en Vaandragertekstenverzamelaar. Ik bevoel de uitgave, lees de tekst waarom het gaat en zet het object in de kast. Soms komt het er nog even uit; zeker kort na verwerving moet het nog regelmatig (voorzichtig! voorzichtig!) bevingerd worden, maar de opwinding ebt snel weg – vaak duurt hij korter dan de zoektocht heeft geduurd.
Om het genot te rekken verdient het aanbeveling om wanneer de nieuwe aanwinst een tijdschrift betreft, ook alle teksten van anderen dan de verzamelde schrijver te lezen. Niet alleen omdat zo de tekst van de geliefde auteur genoten wordt tussen die van tijdgenoten, waardoor hij beter te plaatsen is en ik bovendien bevestigd word in mijn voorkeur (dat is althans de bedoeling); maar ook omdat het voorkomt – heel soms, dat is waar – dat ik een pareltje aantref dat niet aan de pen of schrijfmachine van mijn favoriet ontvlood.
Het geluk zo’n schitterende tekst aan te treffen naast die waarom het mij oorspronkelijk te doen was, had ik bij het doorlezen van ‘kerstnummer 1956’ van het periodiek ptt-bedrijfsbanden. Ik had het kerstnummer aangeschaft, na lang zoeken, vanwege het verhaal op de pagina’s 6 tot en met 8: De prijs, geschreven door C.B. Vaandrager. Op de pagina’s 27 en 28 trof ik een geweldige readymade – die op het moment van lezing nog geen readymade was, maar gewoon een mededeling van de redactie, personeelvereniging of directie; maar die na publicatie hieronder (al betreft het hier slechts een gedeeltelijke publicatie, wegens ruimtegebrek) opeens poëzie is geworden, zeker als ik erbij vermeld dat het een voorpublicatie betreft uit een volgende bundel van mij, Van de straat, die naar verwachting najaar 2012 verschijnen zal (excuses voor de springerige opmaak: het hoort een kolom te zijn, maar mijn geringe computerkennis belet mij om de tekst zowel links als rechts te laten uitlijnen). lees verder ›

Column: Karel ten Haaf – Samenwerk

woensdag 20 juli 2011 | Karel ten Haaf | 1 reactie
Column: Karel ten Haaf – Samenwerk

Vrijwel iedereen kent de beroemde regel van Adriaan Roland Holst over Simon Vestdijk: ‘O, Gij, die sneller schrijft dan God kan lezen!’ Het is het laatste vers van het openingsgedicht uit de door Roland Holst en Vestdijk gezamenlijk geschreven bundel Swordplay – Wordplay, kwatrijnen overweer (1950).

Het is een verschijnsel dat relatief zeldzaam is in de wereld van de schone letteren: het duo-schrijverschap. Waarschijnlijk geïnspireerd door Roland Holst en Vestdijk, begonnen Willem Brakman en Nol Gregoor een soort briefwisseling in (meest) kwatrijnen; de op deze wijze tussen 1952 en 1957 ontstane gedichten werden in 1980 gebundeld onder de titel Op Het Quatrijn. In beide bovengenoemde bundels is elk gedicht ondertekend door de schrijver ervan. De gedichten horen weliswaar bij elkaar, vormen een compositorisch, misschien zelfs organisch geheel, er is geen sprake van versmelting. Die is er wel wanneer twee dichters samen één tekst schrijven. C.B. Vaandrager en Hans Sleutelaar schreven drie door beiden ondertekende gedichten. Maar er is pas echt versmelting bij Jean Pierre Rawie & Driek van Wissen in de Rijmkroniek des Vaderlands – drie delen gezamenlijk geschreven poëzie waarin de dichters de geschiedenis der Nederlanden berijmd presenteren, want: ‘neem nu de doorsnee Nederlander / die vaak aan de voorbije tijd / geen enkele gedachte wijdt, / terwijl wat er vandaag gebeurt / steeds meer door vroeger wordt gekleurd, / want er komt, denk ik, volgens mij / per dag een stuk historie bij.’
lees verder ›

Volgende pagina »