Nieuws: Unieke documenten Buddingh’ opgedoken

dinsdag 7 februari 2012 | Nick ter Wal | 0 reacties
Nieuws: Unieke documenten Buddingh’ opgedoken

Een vergeten verhuisdoos, tot de rand toe gevuld met archivalia, manuscripten en typoscripten van C. Buddingh’ is onlangs toegevoegd aan de collectie van Erfgoedcentrum DiEP. De doos dook op in het oude woonhuis van de Dordtse dichter op Bankastraat 60. Dat meldt Dordrecht.net.

Belangrijke aanwinsten zijn drie mappen met dagboeknotities uit de jaren 1972-1975, een bundel met 94 dierengedichten, circa 165 andere gedichten en korte verhalen in typoscript, een ongepubliceerd jeugdwerk uit 1931, en liefst 82 handgeschreven bladzijden met gedichten, aforismen en korte verhalen. Daarnaast lagen er zo’n 150 persoonlijke en zakelijke documenten in de verhuisdoos: contracten met uitgeverijen, correspondentie met mede-auteurs als J. Bernlef, Gerrit Komrij, Bert Schierbeek, Hans Warren, Jan Cremer en W.F. Hermans. Curiosa zijn een TBC-verklaring, briefwisselingen met de belastingdienst, staten van inkomsten, lidmaatschapskaarten van DFC, entreekaartjes voor cricketwedstrijden, en zelfs een pakje pijpenragers met ideeën voor zijn zogenaamde kastjes.

Buddingh’-biograaf Wim Huijser, die al kennis nam van het materiaal, spreekt dan ook van een belangrijke aanvulling op de vele stukken van en over Buddingh’ die in het Letterkundig Museum worden bewaard.

Het nieuw verworven materiaal zal samen met de vorig jaar bij antiquariaat Fokas Holthuis aangekochte miniaturen en de via antiquariaat Demian verkregen briefwisseling tussen Buddingh’ en de Vlaamse auteur Gust Gils uit de periode 1954-1960 tot een collectie Buddingh’ worden samengevoegd. Na de in de komende maanden uit te voeren inventarisatie zal deze voor Dordrecht uitermate belangrijke verzameling door de bezoekers van Erfgoedcentrum DiEP op de studiezaal kunnen worden geraadpleegd.

Column: Karel ten Haaf – Vervalsingen

donderdag 19 januari 2012 | Karel ten Haaf | 0 reacties
Column: Karel ten Haaf – Vervalsingen

Wie denkt dat alleen in de beeldende kunst sprake is van verwarring over wie welk werk maakte, dat ‘vervalsen’ in ieder geval in de letteren niet voorkomt (en waarom zou men ook: er valt geen groot geld mee te verdienen), wie dat denkt vergist zich deerlijk.
Over eerlijke vergissingen gaat het natuurlijk niet: dat in de bundel nagelaten verhalen van Jan Arends, Ik had een strohoed en een wandelstok (De Bezige Bij, Amsterdam 1974), een verhaal van Eelke de Jong werd opgenomen (‘Jan Arends I presume’) is zo’n eerlijke vergissing. Het verhaal werd – met toestemming van De Jong en onder vermelding van zijn naam – desalniettemin ook opgenomen in de tweede druk (idem 1976).
Ook pastiches kunnen niet gerekend worden tot de vervalsingen, al kunnen ze soms voor veel verwarring zorgen. In 1985 schreef Theodor Holman voor De Groene Amsterdammer een reeks waarover de Volkskrant op 29 juni 1985 berichtte:

De Groene Amsterdammer […] kreeg begin 1985 een nieuwe hoofdredacteur, Martin van Amerongen, die binnen een half jaar alle bekende en in kleinere kring bekende columnisten van Nederland wist over te halen een enkele bijdrage te leveren aan het blad.
[…]
Allemaal nep. De stukjes waren een parodie. Het waren “pastiches” van de columns die her en der in de gedrukte media verschijnen.
Knappe staaltjes. Sommige stukjes waren zo “echt” dat het maar langzaam tot het wereldje doordrong dat er weer eens een (bekende) grap werd uitgehaald.

lees verder ›

Column: Karel ten Haaf – Tzummer-tzumst

woensdag 21 september 2011 | Karel ten Haaf | 1 reactie
Column: Karel ten Haaf – Tzummer-tzumst

Afterbok nig jamer, iftenblak za jogelse kraleweer. Tessen sliekt jalletje brust mef ok zastelemig ratvekerij. Azuls ro birtel il schrie, sel kijpe ak weuzelteries – zipzap wundt dranen; pendolisch:

oemmenoem oemmenoem
oemm
tjaa
doemezoem
bomb doem
homb oem
hei ha
hehehe

Motsel oedela knuift lietse kres maaf ekel, zef ‘oze wiezewoze wiezewalla kristalla / kris oze wiezewoze wieze wies wies wies wies.’ Ilte vroek dijl jodsers, tettenkont roeptekijl, ag hopi zaldik. Masintekro falebie, rando bippen beut calos:

Loemoem lammoem laroem lakoem
bergamotse pergolas
boestroem bastroem bestroem bostroem
arboesti arboesas
oemoem ammoem aroem akoem
postolorum postolas
akroem baroem fakroem faroem
synagobi syncopas
oeloem aloem oesdroem nosdroem
akolasi rabotas
oeldroes knoeldroes boeldroes moeldroes
pastellorum crammacas
oemboem hoemboem zoemboem boemboem
castranorum castrafas

Trot skiber mates ol glap! Dif  jonemal geschroveniederd, slep glurreveekse rasten – ‘porgel’, ‘porulan’, ‘Raban! Raban Raban!’, ‘korgel’, ‘Rabijst! Rabijst! Rabijst!’, ‘worgel’, ‘knoester’, ‘knezidon’, ‘Rabon! Rabon! Rabon!’, ‘schorgel’, ‘kriks’ – slep miko tes loe.
Kurrelaar krint schrevel Oote (‘Oote oote oote boe’):

Da da demband
Demband demband dembrand dembrandt
Dembrandt Dembrandt Dembrandt
Doe d doe d doe dda doe
Da do do do da do do do
Do do da do deu d

[…]

Kneu kneu kneu kneu ote kneu eur

Wapping oedel schameur. Kessen lo beures, fiek wir frunaste kepagel bijlt zaffer galoving. Spochelen (spochelden?) schanul: lees verder ›

Column: Karel ten Haaf – Eindonderzoek

woensdag 14 september 2011 | Karel ten Haaf | 0 reacties
Column: Karel ten Haaf – Eindonderzoek

Zoals in mijn stukje van vorige week te lezen staat, bloemleesde C. Buddingh’ in Het gevleugelde hobbelpaard een gedicht van E. du Perron in een versie die afwijkt van de door Du Perron in zijn bundels Het Boozige Boekje en Poging tot afstand gepubliceerde tekst: ‘de diepe kus der ongewassen tanden’ is bij Buddingh’ een ‘sterke kus’ geworden; daarnaast heet het oorspronkelijk titelloze gedicht bij Buddingh’ De grote dichter.
Wie veranderde wanneer de ene soort kus in de andere – en waar komt de titel van het gedicht opeens vandaan?

Eerst maar eens bij een antiquariaat Het gevleugelde hobbelpaard besteld, wellicht dat daarin staat aan welk boek C. Buddingh’ het gedicht ontleende. En Poging tot afstand aangeschaft om te controleren of de door Buddingh’ in 1961 gebloemleesde versie meer afwijkingen vertoont van die in de uit 1928 stammende uitgave van A.A.M. Stols (Brussel en Maastricht) – het door mij verworven exemplaar van Poging tot afstand is ‘No. 103’ – ‘Gedrukt bij Boosten & Stols te Maastricht in een oplage van 265 exemplaren: 15 op geschept Hollands papier (I-XV, waarvan I-V niet in de handel); en 250 op Engels papier (1-250, waarvan 1-50 niet in de handel).’ Dit laatste overgenomen voor de bibliofiele lezers van dit stukje.

In Poging tot afstand is het gedicht titelloos – nou ja: ‘I’ staat er boven; zonder aanhalingstekens uiteraard. lees verder ›

Nieuws: Prado herdenkt Buddingh’

zaterdag 7 augustus 2010 | Nick ter Wal | 0 reacties
Nieuws: Prado herdenkt Buddingh’

Prado nummer 80 is uit. Het onregelmatig verschijnende tijdschrift van Willem Bierman, stadsdichter van Apeldoorn, heeft een themanummer C. Buddingh’ gemaakt, ter gelegenheid van de 25e verjaardag van ‘s dichters overlijden. Bestonden vorige nummers meestal uit toevallig op straat gevonden teksten, readymades in de bekende traditie, dit jubileumnummer bevat veel op het onderwerp geselecteerde bijdragen van Frans H. Venema, Jaap Reiding, Gerard Kools en Sylvia Hubers. A.L. Snijders dacht een dag na over Buddingh’, maar zond uiteindelijk een velletje van een oude poëziekalender in.

Hoofdredacteur Bierman maakte onder de titel ‘Schoten uit de puddingbuks’ een keuze uit Buddingh’-zinnen in zijn eigen dagboek. Op donderdag 11 juni 1970 ontmoette hij zijn idool tijdens een sjiek diner, waarbij ook Riekus Waskowsky en Jacq Firmin Vogelaar aanschoven. ‘Waskowsky stak na afloop een stickie op nadat hij zich enigszins verontrust had afgevraagd of dat hier wel kon.’