Johan Polak was in 1964 blij met de komst van Dialoog, het ‘tijdschrift voor homofilie en maatschappij’. De uitgever maakte geen geheim van zijn geaardheid. Maar Polak zou Polak niet zijn als hij niet af en toe wat geheimzinnig over homoseksualiteit deed, zoals hij ook met vage verhalen het raadsel omtrent zijn imposante bibliotheek vergrootte. Op 20 mei 1981 ontving Gerrit Komrij een complimenteus briefje van Polak over een bijdrage aan Haagse Post over homoseksualiteit. Dat woord kort hij af tot ‘hs.’ Gevolgd door: ‘beetje cryptisch geformuleerd (uit luiheid, maar je begrijpt me wel).’
Ouwe jongens krentenbrood.
Artistiek Bureau: Lui (2)
Column: Karel ten Haaf – Vervalsingen
Wie denkt dat alleen in de beeldende kunst sprake is van verwarring over wie welk werk maakte, dat ‘vervalsen’ in ieder geval in de letteren niet voorkomt (en waarom zou men ook: er valt geen groot geld mee te verdienen), wie dat denkt vergist zich deerlijk.
Over eerlijke vergissingen gaat het natuurlijk niet: dat in de bundel nagelaten verhalen van Jan Arends, Ik had een strohoed en een wandelstok (De Bezige Bij, Amsterdam 1974), een verhaal van Eelke de Jong werd opgenomen (‘Jan Arends I presume’) is zo’n eerlijke vergissing. Het verhaal werd – met toestemming van De Jong en onder vermelding van zijn naam – desalniettemin ook opgenomen in de tweede druk (idem 1976).
Ook pastiches kunnen niet gerekend worden tot de vervalsingen, al kunnen ze soms voor veel verwarring zorgen. In 1985 schreef Theodor Holman voor De Groene Amsterdammer een reeks waarover de Volkskrant op 29 juni 1985 berichtte:
De Groene Amsterdammer […] kreeg begin 1985 een nieuwe hoofdredacteur, Martin van Amerongen, die binnen een half jaar alle bekende en in kleinere kring bekende columnisten van Nederland wist over te halen een enkele bijdrage te leveren aan het blad.
[…]
Allemaal nep. De stukjes waren een parodie. Het waren “pastiches” van de columns die her en der in de gedrukte media verschijnen.
Knappe staaltjes. Sommige stukjes waren zo “echt” dat het maar langzaam tot het wereldje doordrong dat er weer eens een (bekende) grap werd uitgehaald.
Nieuws: Gerrit Komrij stelt dichtbundel van Hans Keilson samen
Volgend jaar april verschijnt de dichtbundel met de titel Gedichten van Hans Keilson (1909-2011). De bundel is vertaald, samengesteld en wordt ingeleid door Gerrit Komrij. Uit de catalogus van uitgeverij Van Gennep:
De bijzondere kwaliteit van deze gedichten werd ogenblikkelijk herkend door Anton van Duinkerken, die een aantal ervan voor de oorlog nog publiceerde in het tijdschrift De gemeenschap. De gedichten verschijnen nu voor het eerst in het Nederlands.
Hans Keilson vluchtte in 1936 naar Nederland. Pas in ons land begon hij met dichten. Keilson verwierf pas op zeer late leeftijd wereldfaam, nadat hij in 2010 in The New York Times jubelend besproken was. In januari staat bij uitgeverij Van Gennep de uitgave van de essaybundel Waar de taal niet bij kan op de planning.
Recensie: Gerrit Komrij – Mijn poëziekalender en Victor Schiferli en Tjitske Jansen – Dagkalender van de poëzie
Gisteren werd bekend dat uitgeverij Meulenhoff stopt met de Dagkalender van de Poëzie. Dat is jammer. Volgens een van de samenstellers Victor Schiferli had het verdwijnen van de Dagkalender niet te maken met de komst van Mijn poëziekalender van Gerrit Komrij (Van Gennep). Tijd voor een vergelijking.
Het is lastig om een kalender te beoordelen, een kalender is een bijzondere manier van bloemlezen. De keuze van de gedichten heeft voor een deel met het seizoen te maken. Ik denk dat de keuze van Komrij iets concreter is bij de hoogtijdagen. Op 30 april (Koninginnedag zegt de kalender van Komrij erbij, bij de Dagkalender wordt zo’n vermelding steeds weggelaten) staat het gedicht ‘Koninginnedag’ van Ingmar Heytze, Schiferli en medesamensteller Tjitske Jansen hebben gekozen voor ‘Het meisje en de schim’ van Ruben van Gogh, waarbij je weer even moet nadenken dat dat gedicht gaat over de aanslag op Koninginnendag in Apeldoorn. Op 17 juni (Vaderdag) kiest Komrij voor een vadergedicht van Jos Versteegen, terwijl Schiferli en Jansen een gedicht van Hertmans op de kalender hebben gezet dat ik niet direct aan vaderdag kan koppelen (wel aan vergankelijkheid).
Schiferli en Jansen kiezen vaker voor serieuze gedichten, Komrij kiest ook af en toe voor een platvloers gedicht of een gedicht dat als niet-literair wordt beschouwd. Zo neemt hij een gedicht op van Nel Benschop (dat hij op de achterkant van het kalenderblad ridiculiseert) en van Nico Dijkshoorn (voor wie hij het opneemt). Daarmee komen we meteen bij een extraatje van de Komrijkalender: op de achterkant van elk kalenderblad schrijft Komrij iets over het gedicht of het thema. Groot voordeel van de Dagkalender van Schiferli en Jansen is weer dat zij op elke dag een gedicht hebben, terwijl op de Komrijkalender de zaterdag en zondag op één blaadje staan. De Komrijkalender besteedt veel aandacht aan Zuid-Afrikaanse poëzie en biedt daarmee een introductie op een andere poëzie.
Dan blijft er niets anders over dan het telraam ter vergelijking. Hieronder een top 5 van de dichter die het vaakst is gekozen op de kalender. lees verder ›
Filmpje: Gerrit Komrij op de Nacht van de Poëzie
Hoog in de zaal maakte Reinier Schat het afgelopen weekend filmpjes op de Nacht van de Poëzie. Hier Gerrit Komrij.


Op zijn YouTube-kanaal kun je verder filmpjes vinden van Chrétien Breukers, Kees van Kooten, K. Schippers en Herman Finkers.
Foto: Gerrit Komrij komt naar de Roze Zaterdag
Gerrit Komrij, originally uploaded by Dolf Verlinden.
Gisteren kreeg ik de bevestiging dat Gerrit Komrij zal optreden tijdens Roze Zaterdag op 2 juli in Groningen. Als mede-organisator van de literaire manifestatie ‘Schrijvers aan het Hoge der A’ kan ik daar alleen maar heel erg verguld mee zijn. Op mijn eigen blog zal ik later meer over het programma schrijven.
Deze foto werd gemaakt door Dolf Verlinden in Vila Pouca. Achter zijn rug zie je de boekenkast. Mooie oude bandjes waar menig antiquariaat begerig de handjes naar zou uitsteken. Op de site van NRC Handelsblad heeft Komrij een column over internet. Denk niet dat hij bij de doemdenkers hoort die de ondergang van het boek voorspellen. Integendeel:
‘Toegegeven: ik ben op mijn best waar boeken en internet elkaar raken, aanvullen, overlappen en omhelzen. Ik bestel mijn nieuwe boeken bij Amazon, mijn sexy stofnesten bij Antiqbook of MareMagnum, ik haal mijn gegevens over boeken bij Picarta of WorldCat, en dan zijn daar nog al die sites van bibliotheken, geleerde genootschappen, vakidioten en universiteiten.
Op het terrein van het boek is internet gewoon geweldig. Degenen die klagen dat internet het boek overneemt zou ik willen toeroepen dat ze niet beseffen hoezeer het boek internet al heeft overgenomen.’
(Lees de hele column hier.)
Nieuws: Gerrit Komrij is helemaal geen estheet
In de Aula van de Radboud Universiteit Nijmegen heeft Gerrit Komrij vanmiddag de Kellendonklezing 2011 gehouden, getiteld De triomf en treurigheid van de vermomming. In zijn lezing gaf Komrij een eigen invulling aan Kellendonks adagium ‘oprecht veinzen’. Hij hing zijn verhaal op aan een uitroep die Bas Heijne in een nachtelijk gesprek in een Amsterdamse hotellounge had gedaan: ‘Maar je bent helemaal geen estheet!’ Zoveel jaar later zette de beschuldiging Komrij aan het denken.








