Column: Karel ten Haaf – Spookboeken

woensdag 14 december 2011 | Karel ten Haaf | 1 reactie
Column: Karel ten Haaf – Spookboeken

In Herinneringen aan mijn uitgevers (Uitgeverij Contact, Amsterdam/Antwerpen 2008) schrijft L.H. Wiener over een

dummy die ik hier thuis heb staan, met een afgrijselijk smakeloos omslag overigens, maar met duidelijk leesbare titel en auteursnaam: Koningswater, L.H. Wiener, uitgeverij Bert Bakker. Het is een paars omslag met okergele belettering en in een gifgroen kader een geknakte geneverfles met een gouden kroontje op de hals en een hartvormig etiket waarin de vervlochten initialen L.H.W. te ontwaren zijn. Ongetwijfeld goed bedoeld, maar precies verkeerd. Loodzware ‘losers-symboliek’ en geen spoortje afstand of ironie. Die fles lijkt zelfs nog in de as te staan ook, maar echt goed heb ik daar nooit naar gekeken. In hoeverre de aanblik van die dummy zelf mijn plannen heeft doorkruist, kan ik niet beoordelen, maar hoe dan ook, ik heb dat boek niet afgemaakt en het is dus ook nooit verschenen. Het had een roman moeten worden, maar ik ben geen romanschrijver, daarvoor werk ik te strak en te sober, te compact en te kaal. Ik voelde me gegeneerd dat ik aan iets begonnen was dat ik niet kon waarmaken, temeer omdat de roman Koningswater in de reeds verzonden herfstaanbieding van 1986 wel stond aangekondigd. Bert vatte het echter allemaal nogal laconiek op en verzekerde me dat dergelijke gevallen zich vaker voordeden. Zoiets heette een spookboek in het uitgeversjargon, zei hij. Niets om je druk over te maken.

[pp. 118-119]

lees verder ›

Column: Karel ten Haaf – Tzummer-tzumst

woensdag 21 september 2011 | Karel ten Haaf | 1 reactie
Column: Karel ten Haaf – Tzummer-tzumst

Afterbok nig jamer, iftenblak za jogelse kraleweer. Tessen sliekt jalletje brust mef ok zastelemig ratvekerij. Azuls ro birtel il schrie, sel kijpe ak weuzelteries – zipzap wundt dranen; pendolisch:

oemmenoem oemmenoem
oemm
tjaa
doemezoem
bomb doem
homb oem
hei ha
hehehe

Motsel oedela knuift lietse kres maaf ekel, zef ‘oze wiezewoze wiezewalla kristalla / kris oze wiezewoze wieze wies wies wies wies.’ Ilte vroek dijl jodsers, tettenkont roeptekijl, ag hopi zaldik. Masintekro falebie, rando bippen beut calos:

Loemoem lammoem laroem lakoem
bergamotse pergolas
boestroem bastroem bestroem bostroem
arboesti arboesas
oemoem ammoem aroem akoem
postolorum postolas
akroem baroem fakroem faroem
synagobi syncopas
oeloem aloem oesdroem nosdroem
akolasi rabotas
oeldroes knoeldroes boeldroes moeldroes
pastellorum crammacas
oemboem hoemboem zoemboem boemboem
castranorum castrafas

Trot skiber mates ol glap! Dif  jonemal geschroveniederd, slep glurreveekse rasten – ‘porgel’, ‘porulan’, ‘Raban! Raban Raban!’, ‘korgel’, ‘Rabijst! Rabijst! Rabijst!’, ‘worgel’, ‘knoester’, ‘knezidon’, ‘Rabon! Rabon! Rabon!’, ‘schorgel’, ‘kriks’ – slep miko tes loe.
Kurrelaar krint schrevel Oote (‘Oote oote oote boe’):

Da da demband
Demband demband dembrand dembrandt
Dembrandt Dembrandt Dembrandt
Doe d doe d doe dda doe
Da do do do da do do do
Do do da do deu d

[…]

Kneu kneu kneu kneu ote kneu eur

Wapping oedel schameur. Kessen lo beures, fiek wir frunaste kepagel bijlt zaffer galoving. Spochelen (spochelden?) schanul: lees verder ›

Column: Karel ten Haaf – Samenwerk

woensdag 20 juli 2011 | Karel ten Haaf | 1 reactie
Column: Karel ten Haaf – Samenwerk

Vrijwel iedereen kent de beroemde regel van Adriaan Roland Holst over Simon Vestdijk: ‘O, Gij, die sneller schrijft dan God kan lezen!’ Het is het laatste vers van het openingsgedicht uit de door Roland Holst en Vestdijk gezamenlijk geschreven bundel Swordplay – Wordplay, kwatrijnen overweer (1950).

Het is een verschijnsel dat relatief zeldzaam is in de wereld van de schone letteren: het duo-schrijverschap. Waarschijnlijk geïnspireerd door Roland Holst en Vestdijk, begonnen Willem Brakman en Nol Gregoor een soort briefwisseling in (meest) kwatrijnen; de op deze wijze tussen 1952 en 1957 ontstane gedichten werden in 1980 gebundeld onder de titel Op Het Quatrijn. In beide bovengenoemde bundels is elk gedicht ondertekend door de schrijver ervan. De gedichten horen weliswaar bij elkaar, vormen een compositorisch, misschien zelfs organisch geheel, er is geen sprake van versmelting. Die is er wel wanneer twee dichters samen één tekst schrijven. C.B. Vaandrager en Hans Sleutelaar schreven drie door beiden ondertekende gedichten. Maar er is pas echt versmelting bij Jean Pierre Rawie & Driek van Wissen in de Rijmkroniek des Vaderlands – drie delen gezamenlijk geschreven poëzie waarin de dichters de geschiedenis der Nederlanden berijmd presenteren, want: ‘neem nu de doorsnee Nederlander / die vaak aan de voorbije tijd / geen enkele gedachte wijdt, / terwijl wat er vandaag gebeurt / steeds meer door vroeger wordt gekleurd, / want er komt, denk ik, volgens mij / per dag een stuk historie bij.’
lees verder ›

Nieuws: Herman Brusselmans in de mode

donderdag 19 mei 2011 | Nick ter Wal | 0 reacties
Nieuws: Herman Brusselmans in de mode

‘Iedereen is uniek, behalve ik’ staat er op het t-shirt dat een kleine Arnhemse uitgeverij deze maand in een oplage van 100 stuks verspreidt. Herman Brusselmans is de schrijver van dit mantra, dat afkomstig is uit de roman Vergeef mij de liefde (2000). De vormgeving en belettering van het shirt is gedaan door Jeroen Klaver, bekend van de Kijkwijzerpictogrammen. Bibliografen en titelbeschrijvers zullen zich achter de oren krabben. Het literaire t-shirt wordt geleverd met een genummerde en gesigneerde kaart, bij wijze van colofon. Is het dus een uitgave? Hoort bedrukt textiel in een bibliografie thuis? Vanaf 21 mei 2011 verkrijgbaar via de website van de uitgever. lees verder ›

Recensie: Herman Brusselmans – Van drie tot zes

zaterdag 2 april 2011 | Obe Alkema | 4 reacties
Recensie: Herman Brusselmans – <em>Van drie tot zes</em>

De drukpers niet waard

‘De onderdirecteur werd nu helemaal paars, explodeerde van woede, trok Zundap van z’n stoel en riep zelf in de microfoon: “Fabiola is dood! Fabiola is dood! Ze is godverdomme dood!”‘ Hoewel koningin Fabiola van België dood is, wil Zundap – genoemd naar een personage uit Great Expectations van Charles Dickens en in het dagelijkse leven een diskjockey bij de VRT – het duistere liefdeslied, dat hij zojuist heeft opgezet niet stop zetten. Dit kost hem zijn baan.

Toch gaat Zundap diezelfde week nog naar de opgebaarde Fabiola toe, waar hij, om sneller aan de beurt te komen, iedere persoon voor hem beledigt. Zo komt hij zijn eerste seksuele partner tegen, Irène, met wie hij uiteindelijk zal gaan trouwen. Maar voelt hij zich wel gelukkig bij Irène of al zijn eerdere scharrels? Totaal niet, hij kan maar aan één iemand denken: Blue. Tijdens zijn radioprogramma bij de VRT, ’s nachts van drie tot zes, praat hij voluit over haar. Zij is het mooiste wat hij ooit gezien heeft, hij wil met haar zijn leven slijten. De vraag die het hele boek door aan de orde blijft, is: bestaat ze wel?
lees verder ›