Volgende pagina »

Foto: Jakhals Thijs kondigt Jean Pierre Rawie aan

zaterdag 12 mei 2012 | Coen Peppelenbos | 3 reacties
Foto: Jakhals Thijs kondigt Jean Pierre Rawie aan


Jean Pierre Rawie komt op., originally uploaded by coen peppelenbos.

Een dichter aankondigen is een delicate zaak. Ik heb wel eens bij een festival gezeten waar een presentator al zijn informatie van Wikipedia had gehaald en de hele avond door de aangekondigde dichters werd gecorrigeerd.

Van Jakhals Thijs had ik geen hoge verwachtingen als presentator van een dichtersfestival. Hij is het neefje van een van de organisatoren werd gezegd en hij trad, net als de dichters, bijna voor niets op in Museum De Buitenplaats in Eelde. Hij had twee uur in de auto gezeten vertelde Jakhals Thijs, onlangs gedebuteerd als prozaschrijver, en dat had zijn gemoed geen goed gedaan. Dat moet je nooit tegen mensen in het noorden zeggen: dat het ver reizen is. Wij doen niet anders.

Daarna kondigde hij de eerste dichters aan. Over Jean Pierre Rawie zei hij dat deze dichter vaak bij Sonja Barend had gezeten en dat zijn werk vergeleken werd met dat van Annie M.G. Schmidt en Toon Hermans.

Ai.

Annie M.G. Schmidt was een compliment vonden de meeste dichters op de tribune, maar of Rawie met Toon Hermans vergeleken wilde worden wisten we niet. (Ik zou het weer niet erg vinden omdat Toon Hermans een van mijn jeugdidolen was.) Als Rawie het al als kritiek zou opvatten dan lijkt hij me wel gehard in de loop der jaren en bestand tegen de zoveelste merkwaardige aankondiging.

Vanavond keek ik op de Wikipedia-pagina van Rawie en zag ik waar de informatie vandaan kwam.

Later werd ik op hetzelfde podium aangekondigd door Jakhals Thijs. Ik had (mede dankzij het verschrikkelijke Jakhalzenfilmpje dat hij over Delphine Lecompte maakte) een beetje een afkeer van zijn optreden. Van dichtbij is Jakhals Thijs echter een zachtmoedige, lieve jongen met angstig-treurige ogen. Zo’n jongen die ook maar zijn best doet voor zijn tante.

Hij kondigde mij keurig aan. Tzum sprak hij uit zoals het hoorde. Mijn Wikipedia-pagina klopt dan ook heel aardig.

Filmpje: Jean Pierre Rawie leest ‘Ritueel’

zondag 22 april 2012 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Filmpje: Jean Pierre Rawie leest ‘Ritueel’

Op de vrijdag onthulde site Dichtstad Groningen zijn (op dit moment) 32 Groninger dichters te vinden met bibliografische informatie, gedichten en filmpjes. Eén van hen is Jean Pierre Rawie.
YouTube voorvertoningsafbeelding

Nieuws: Jean Pierre Rawie en de krokodillentranen over Selexyz

zaterdag 7 april 2012 | Coen Peppelenbos | 1 reactie
Nieuws: Jean Pierre Rawie en de krokodillentranen over Selexyz

In het Dagblad van het Noorden vandaag een venijnige column van Jean Pierre Rawie over de teruggang van boekhandels in de stad Groningen. Vooral het ontbreken van goede vertaalde literatuur is hem een doorn in het oog. Het aanbod is steeds schraler geworden.

Thans zijn de ‘ketens’, nadat ze alle kleine boekhandels hebben kapot geconcurreerd, zelf in nood, en stort men krokodillentranen over ‘zo’n prachtige zaak als Selexyz’. Dat die nu gered moet worden door een eveneens noodlijdend ramsjconcern (lamme leidt blinde) is niet zonder ironie.

Foto: Driek van Wissen en Jean Pierre Rawie

zondag 11 maart 2012 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Foto: Driek van Wissen en Jean Pierre Rawie

‘Vriendschap en andere ongemakken’ zo luidt het thema van de komende Boekenweek. Op de foto Driek van Wissen en Jean Pierre Rawie in 2008. De twee dichters kenden elkaar uit hun studententijd. Als redacteuren werkten ze mee aan De Nieuwe Clercke, een semi-literair blad met satirische inslag. Hoofdredacteur Albert Zondervan bestond alleen op papier, want dat was een gezamenlijk pseudoniem van de twee jonge dichters.

Al die jaren bleven Rawie en Van Wissen met elkaar bevriend. Ze waren regelmatig te vinden in café Wolthoorn & Co. Aan de sigaar van Van Wissen te zien mocht je toen nog onbeperkt genieten.
Op 21 mei 2010 overlijdt Driek van Wissen plotseling in Turkije tijdens een vakantie. Een week later schrijft Rawie in zijn column voor het Dagblad van het Noorden:

De dood van Driek van Wissen heeft een beetje een weduwnaar van mij gemaakt. Omdat onze vriendschap, geboekstaafd door een aantal gezamenlijke publicaties, in brede kring bekend was, word ik overstelpt met betuigingen van medeleven. Dat is goed, maar ik mis in dit koor de relativerende stem die nu voor immer zwijgt. Vanaf de eerste ontmoeting was dat namelijk wat ons bond: eenzelfde gevoel voor ironie.
Zijn humor – en ik heb met niemand zoveel gelachen als met Driek – was daarbij van de milde soort.

In de week die ertussen lag, stond een enorme hoeveelheid rouwadvertenties in de krant. Op woensdag 26 mei staat er ook een grote advertentie in de krant met een lange lijst namen. Op de een na laatste plaats van die rij vind je het ultieme voorbeeld van die ironie: ook Albert Zondervan treurt om het heengaan van zijn vriend.

Column: Karel ten Haaf – Vervalsingen

donderdag 19 januari 2012 | Karel ten Haaf | 0 reacties
Column: Karel ten Haaf – Vervalsingen

Wie denkt dat alleen in de beeldende kunst sprake is van verwarring over wie welk werk maakte, dat ‘vervalsen’ in ieder geval in de letteren niet voorkomt (en waarom zou men ook: er valt geen groot geld mee te verdienen), wie dat denkt vergist zich deerlijk.
Over eerlijke vergissingen gaat het natuurlijk niet: dat in de bundel nagelaten verhalen van Jan Arends, Ik had een strohoed en een wandelstok (De Bezige Bij, Amsterdam 1974), een verhaal van Eelke de Jong werd opgenomen (‘Jan Arends I presume’) is zo’n eerlijke vergissing. Het verhaal werd – met toestemming van De Jong en onder vermelding van zijn naam – desalniettemin ook opgenomen in de tweede druk (idem 1976).
Ook pastiches kunnen niet gerekend worden tot de vervalsingen, al kunnen ze soms voor veel verwarring zorgen. In 1985 schreef Theodor Holman voor De Groene Amsterdammer een reeks waarover de Volkskrant op 29 juni 1985 berichtte:

De Groene Amsterdammer […] kreeg begin 1985 een nieuwe hoofdredacteur, Martin van Amerongen, die binnen een half jaar alle bekende en in kleinere kring bekende columnisten van Nederland wist over te halen een enkele bijdrage te leveren aan het blad.
[…]
Allemaal nep. De stukjes waren een parodie. Het waren “pastiches” van de columns die her en der in de gedrukte media verschijnen.
Knappe staaltjes. Sommige stukjes waren zo “echt” dat het maar langzaam tot het wereldje doordrong dat er weer eens een (bekende) grap werd uitgehaald.

lees verder ›

Filmpje: Kees Stip en Jean Pierre Rawie

zondag 8 januari 2012 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Filmpje: Kees Stip en Jean Pierre Rawie

Het Theater van de Natuur heeft een serie filmpjes online gezet van dichters die een gedicht voorlazen in Sellingen. Elk gedicht werd een trede van een trap. Hier een opname van Kees Stip uit 1997 en Jean Pierre Rawie in 1999.

YouTube voorvertoningsafbeelding YouTube voorvertoningsafbeelding

Nieuws: Jean Pierre Rawie aan de beterende hand

zaterdag 3 september 2011 | Coen Peppelenbos | 3 reacties
Nieuws: Jean Pierre Rawie aan de beterende hand

Inmiddels ben ik dan ook weer thuis, waar ik verder werk aan mijn wederopstanding, en Esther zoveel mogelijk tot last ben: van de arts moest ik grenzen opzoeken. Aan de zomer schijn ik niet veel gemist te hebben.

Goed nieuws in het Dagblad van het Noorden: schrijver Jean Pierre Rawie schrijft over zijn herstel nadat hij begin juli getroffen was door een herseninfarct (of ‘beroerte’ zoals Rawie het zelf liever pleegt te noemen). De dichter denkt dat de beroerte veroorzaakt is door een ongelukkige beweging en weet ook al waar hij die gemaakt heeft.

Ik houd het erop dat ik het heb opgelopen tijdens mijn noodlottige bezoek aan de Efteling, waar ik doodsangsten heb uitgestaan in de Vogel Rok, al wordt dit door Esther bestreden.

Het paginagrote stuk van Rawie gaat verder voornamelijk over de hel die de anderen zijn, zoals zijn medepatiënten op Beatrixoord (‘stervenden worden er als regel niet toegelaten’). De dichter beklaagt zich erover dat er wel een discussie komt over gevangenen die met twee op één cel moeten, maar dat niemand klaagt over vier zieken op één verpleegkamer.

‘Na enige tijd kon ik het meeste nachtelijke geveest en gesnorkel wel determineren, maar sommig gestommel, gebonk en gekraak bleef mij een raadsel. Wat voerden mijn kamergenoten uit in het duister?

Rawie heeft het allemaal overleefd en zijn ironische toon is gelukkig gebleven.

Column: Karel ten Haaf – Samenwerk

woensdag 20 juli 2011 | Karel ten Haaf | 1 reactie
Column: Karel ten Haaf – Samenwerk

Vrijwel iedereen kent de beroemde regel van Adriaan Roland Holst over Simon Vestdijk: ‘O, Gij, die sneller schrijft dan God kan lezen!’ Het is het laatste vers van het openingsgedicht uit de door Roland Holst en Vestdijk gezamenlijk geschreven bundel Swordplay – Wordplay, kwatrijnen overweer (1950).

Het is een verschijnsel dat relatief zeldzaam is in de wereld van de schone letteren: het duo-schrijverschap. Waarschijnlijk geïnspireerd door Roland Holst en Vestdijk, begonnen Willem Brakman en Nol Gregoor een soort briefwisseling in (meest) kwatrijnen; de op deze wijze tussen 1952 en 1957 ontstane gedichten werden in 1980 gebundeld onder de titel Op Het Quatrijn. In beide bovengenoemde bundels is elk gedicht ondertekend door de schrijver ervan. De gedichten horen weliswaar bij elkaar, vormen een compositorisch, misschien zelfs organisch geheel, er is geen sprake van versmelting. Die is er wel wanneer twee dichters samen één tekst schrijven. C.B. Vaandrager en Hans Sleutelaar schreven drie door beiden ondertekende gedichten. Maar er is pas echt versmelting bij Jean Pierre Rawie & Driek van Wissen in de Rijmkroniek des Vaderlands – drie delen gezamenlijk geschreven poëzie waarin de dichters de geschiedenis der Nederlanden berijmd presenteren, want: ‘neem nu de doorsnee Nederlander / die vaak aan de voorbije tijd / geen enkele gedachte wijdt, / terwijl wat er vandaag gebeurt / steeds meer door vroeger wordt gekleurd, / want er komt, denk ik, volgens mij / per dag een stuk historie bij.’
lees verder ›

Volgende pagina »