Een curieus filmpje dat al een tijdje op het net staat met de schrijvers Bril, Chabot en Giphart achter de schermen van hun theatershow.
‘Voor een tentoonstelling in het Letterkundig Museum / de Koninklijke Bibliotheek zijn video-opnames gemaakt in de kleedkamer en de coulissen tijdens een optreden van de heren in theater de Beun in Heiloo. Van deze opnames is een compilatie van 29 minuten gemaakt, waarvan hiernaast enkele fragmenten.’
Vrijwel iedereen kent de beroemde regel van Adriaan Roland Holst over Simon Vestdijk: ‘O, Gij, die sneller schrijft dan God kan lezen!’ Het is het laatste vers van het openingsgedicht uit de door Roland Holst en Vestdijk gezamenlijk geschreven bundel Swordplay – Wordplay, kwatrijnen overweer (1950).
Het is een verschijnsel dat relatief zeldzaam is in de wereld van de schone letteren: het duo-schrijverschap. Waarschijnlijk geïnspireerd door Roland Holst en Vestdijk, begonnen Willem Brakman en Nol Gregoor een soort briefwisseling in (meest) kwatrijnen; de op deze wijze tussen 1952 en 1957 ontstane gedichten werden in 1980 gebundeld onder de titel Op Het Quatrijn. In beide bovengenoemde bundels is elk gedicht ondertekend door de schrijver ervan. De gedichten horen weliswaar bij elkaar, vormen een compositorisch, misschien zelfs organisch geheel, er is geen sprake van versmelting. Die is er wel wanneer twee dichters samen één tekst schrijven. C.B. Vaandrager en Hans Sleutelaar schreven drie door beiden ondertekende gedichten. Maar er is pas echt versmelting bij Jean Pierre Rawie & Driek van Wissen in de Rijmkroniek des Vaderlands – drie delen gezamenlijk geschreven poëzie waarin de dichters de geschiedenis der Nederlanden berijmd presenteren, want: ‘neem nu de doorsnee Nederlander / die vaak aan de voorbije tijd / geen enkele gedachte wijdt, / terwijl wat er vandaag gebeurt / steeds meer door vroeger wordt gekleurd, / want er komt, denk ik, volgens mij / per dag een stuk historie bij.’
lees verder ›
‘Totale poëzie van C.B. Vaandrager bevat alle tussen 1958 en 1974 in boekvorm en tijdschriften verschenen gedichten,’ aldus samensteller Hans Sleutelaar in de ‘Aantekening’ achterin de in 1981 bij De Bezige Bij verschenen verzamelbundel.
Dit nu, is niet geheel correct. Ik ben helaas nog niet in de gelegenheid geweest om alle nummers van het tijdschrift Gard Sivik door te nemen – ik heb de meeste afleveringen van dit tot in 1964 verschijnende periodiek zelfs nog nooit in handen gehad – maar ik weet wel dat in nummer 6 van de jaargang 1962-63 een gedicht van Vaandrager staat (‘Zonder grenzen, een gedicht van 150 lettergrepen’) dat niet werd opgenomen in de afdeling ‘Verspreide gedichten (1958-1968)’ in Totale poëzie.
Goed, dat kan gebeuren. Ik verwachtte echter toen in 2008 Made in Rotterdam verscheen, de verzamelde gedichten van Vaandrager (1935-1992), dat in die verzamelbundel het eerder gemiste gedicht zou zijn afgedrukt. Dit bleek niet het geval – des te opmerkelijker daar het gedicht in 2002 werd opgenomen in de bij Uitgeverij Podium verschenen bloemlezing Het lichte gedicht. De grappigste en gekste gedichten van Nederland en Vlaanderen; en de samenstellers van Made in Rotterdam, Martin Bril en Hans Sleutelaar, op p. 455 schrijven over Totale poëzie: ‘Het boek bevat nagenoeg al zijn tussen 1958 en 1974 in boekvorm en tijdschriften verschenen gedichten’ (cursivering van mij) en dus blijkbaar niet voetstoots hebben aangenomen dat Sleutelaars claim van volledigheid in Totale poëzie zonder meer juist was. Maar goed, toch een gedicht gemist. Jammer, kan gebeuren. lees verder ›
Een vrolijke fatalist
‘Mooi zat, denkt de oude man, en de boosheid sijpelt weg, want ongemerkt is het gaan regenen.’ Dit is de laatste zin die Martin Bril schreef voordat hij stierf aan kanker. De laatste zin van een nieuwe reeks columns die hij begonnen was op de voorpagina van de vernieuwde Volkskrant. Het zou blijven bij een handjevol columns. ‘Boosheid’ heet de laatste column. In Het evenwicht, ineens kanker zijn de columns van Martin Bril uit zijn laatste levensjaar verzameld, aangevuld met mailtjes naar vrienden, artsen en onbekenden.
Ik was geen liefhebber van de columns van Martin Bril. Zijn onderwerpen waren de mijne niet, zijn toon was de mijne niet. Rokjesdag, Bob Dylan, auto’s, het zijn onderwerpen die horen bij een bepaald soort man. De toon was vol bravoure, terwijl ik houd van twijfel en onzekerheid. Soms passen schrijvers gewoon niet bij je. Je probeert het een paar keer en dan ga je op zoek naar een volgende schrijver. Schrijvers zat. En toen kreeg Martin Bril kanker. Dat is een onderwerp waar ik wel een heel klein beetje mee te maken heb gehad. En vanaf dat moment kon ik de toon van Bril aan. De bravoure was gebleven, zeker in het begin, maar de ondertoon van onzekerheid sijpelde door in de columns.
lees verder ›
Bij ons hangt op het toilet een ingelijste kopie uit een straatnamenkwartet met daarop de bepruikte kop van Pieter Langendijk (1683 – 1756). Onder zijn geboorte- en sterfdatum staat ‘Tekende damastpatronen, geschiedschrijver van Haarlem’. Ik maak daaruit op dat de maker van het spel geen Nederlands heeft gestudeerd. Anders had hij zich de schrijver van o.a. het geestige Don Quichot op de bruiloft van Kamacho wel herinnerd. Pieter Langendijk dankt de vermelding op een Amsterdams straatnaambord aan zijn faam als (toneel)schrijver. Dat hij daarnaast niet onverdienstelijk punniken kon en werkte aan een geschiedenis van Haarlem die nooit voltooid, laat staan uitgegeven werd, is voer voor scriptieschrijvers. Wij mogen het meteen weer vergeten. Als uw leraar Nederlands in uw dromen bij u komt spoken, kunt u volstaan met het antwoord ‘toneelschrijver, vooral bekend om zijn Wederzijds huwelijksbedrog en Don Quichot op de bruiloft van Kamacho. lees verder ›