Volgende pagina »« Vorige pagina

Reportage: Literatuur op Lowlands 2011

dinsdag 23 augustus 2011 | Bart Temme | 1 reactie
Reportage: Literatuur op Lowlands 2011

‘Ik kom hier om het niveau wat op te krikken’

Ik kwam naar Lowlands om muziek te horen. En ik hoorde muziek. De prachtige samenzang van de mannen van Fleet Foxes, terwijl langzaam de avond inviel. U kent het wel: een zacht briesje na een warme dag, een oranje-achtige lucht, wolkeloos. Ik heb bij dat optreden even gehuild, geloof ik. De grappige hup van de bassist van The Horrors. De fantastische drumster van Warpaint en de vervreemdende theatrale indierock van Wild Beasts met de typische falset van Hayden Thorpe. Een stem waar ik al tijden verliefd op ben. lees verder ›

Column: Karel ten Haaf – Prozangen

woensdag 27 juli 2011 | Karel ten Haaf | 1 reactie
Column: Karel ten Haaf – Prozangen

Er zijn nogal wat prozaschrijvers die ook een enkel gedicht publiceerden. Ik heb het hier natuurlijk niet over auteurs die naast romans en/of verhalenbundels ook een of meer dichtbundels het licht lieten zien, het gaat om schrijvers die zichzelf afficheren als prozaschrijver en uitsluitend als zodanig bekendstaan; om schrijvers dus van wie nooit een zelfstandige poëziebundel verscheen.
Jeroen Brouwers gebruikte een zelfgeschreven gedichtje als motto bij het titelverhaal in de bundel De toteltuin (1968) – ‘Schrijven is als het laten van een wind: / in de meeste gevallen hoeft het niet, / maar het schenkt wat opluchting.’ – en incorporeerde drie haiku’s in de roman Bezonken rood (1981). Bob den Uyl nam zes gedichten op in de verhalenbundel Met een voet in het graf (1971) en L.H. Wiener publiceerde maar liefst tien gedichten in de verhalenbundel Bomen die te mooi zijn moeten worden omgezaagd (1980).
Cipier van Sal Santen verscheen in Literama (1984) en later als bibliofiele uitgave: het gedicht werd ‘in april 1986 door de “jongens met de Rot(h)naam” te Amsterdam gedrukt ter gelegenheid van Sal’s verjaardagen op 3 augustus 1985 en 1986, in een oplage van 10 exemplaren’. Het laatste hoofdstuk van Santens roman De B van Bemazzel (1989) is een gedicht: Kaddisj van een ongelovige; de eerste strofen van deze aangrijpende finale: ‘Je loopt en je hoopt en je staat in de rij, / Vertwijfelde zoeker naar naasten en vrinden, / Er hangt weer een lijst waar je namen kan vinden, / Is vader, is moeder, staat Maurits erbij? // Je loopt en je hoopt en mijdt schichtig de krant / Die verhaalt van het lot, dat de joden moest treffen, / Je vlucht voor wie meeleeft, kan iemand beseffen / Hoe ’t simpelste woord een illusie verbant?’
(In 1995 verscheen de bundel Een veertje in de wind – ‘Voor Sal, ter gelegenheid van je tachtigste verjaardag, van je kinderen en kleinkinderen’ – in een oplage van 80 exemplaren; omdat deze eigenbeheer uitgave hors commerce bleef, reken ik Santen toch tot de schrijvers van wie geen zelfstandige dichtbundel verscheen.)
lees verder ›

Reportage: Wie wordt de nieuwe Mulisch?

woensdag 20 juli 2011 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Reportage: Wie wordt de nieuwe Mulisch?

Wie wordt de nieuwe Mulisch?

In de vakantietijd enkele succesnummers uit het rijke papieren archief van Tzum. In 1998 ging Derwent Christmas op pad om uit te zoeken wie de opvolger zou worden van Harry Mulisch. Niet door inhoudelijke analyse, maar door een paragnost te vragen om een voorspelling te doen aan de hand van foto’s. Ondergetekende had het idee bedacht, maar ik was te schijterig om het uit te voeren. Derwent niet. Het resultaat was een opmerkelijke reportage met even opmerkelijke voorspellingen. Niet iedere recensent was lovend over deze reportage. Peter Swanborn in de Volkskrant had het over een ‘lasterpaktijk van een paragnost’.

De weg naar Irnsum is donker. Terwijl ik de auto over de kronkelige weg tussen de duistere weilanden door laveer, kijk ik vluchtig op het dashboardklokje. Ik ben al een keer verkeerd gereden en heel stiekem vraag ik me af of hij dat nu weet. Ik ga op bezoek bij Antoon Wester, paragnost van Irnsum.
‘Twee trappen op,’ zegt de vrouw die me binnen laat en ze gaat me voor naar een vertimmerde zoldering, waar het naar wierook ruikt en waar rustgevende muziek klinkt. In een wit beklede stoel zit Wester op me te wachten. Hij staat niet onmiddellijk op als de vrouw me aan hem presenteert, maar neemt me even heel kort op met een strakke blik. Als we elkaar de hand schudden denk ik: dus jij gaat de toekomst van jonge schrijvers voorspellen.

‘Misschien moet ik eerst even vertellen wat ik precies doe,’ zegt Wester en gaat ontspannen achterover zitten en legt z’n vingertop-pen tegen elkaar aan: ‘Het is namelijk niet eenvoudig om vanaf een foto iets waar te nemen. Daarom werk ik heel gericht op de persoon, dat wil zeggen dat ik me niet zozeer bezig houd met aura’s en dergelijke. Ik richt me op de persoon en krijg zaken door uit diens verleden, heden en toekomst. Vraag me niet hoe dat komt, dat weet ik zelf niet en dat interesseert me ook maar bar weinig. Wat ik probeer, is de lijnen te vinden naar die persoon. Ik probeer de persoon terug te vinden, te kijken waar hij zich op het moment bevind en dan heb ik het niet over een plaats, maar over zijn hele wezen. Hoe voelde hij zich op het moment dat de foto is gemaakt. Als paragnost ben je in staat zaken te zien, horen en voelen die van veel grotere invloed en kracht kunnen spreken dan de normale kracht die we ervaren in de wereld.
Aan gedragingen heb ik niets. Ik moet achterhalen wie de persoon is achter de persoon die ik tegenover me heb zitten. Neem bijvoor-beeld gedrevenheid, ambitie. Aan de houding en het gedrag van iemand lees je vrij gemakkelijk een bepaalde gedrevenheid af. Waar ik me op richt is de herkomst en de werking van de prestatiedrang. Ik kruip daarvoor in de huid van de ander en probeer te ontdekken hoe de persoon in elkaar zit, want ambitie is vaak gerelateerd aan de opvoeding en het opgroeien.’
lees verder ›

Column: Karel ten Haaf – Samenwerk

woensdag 20 juli 2011 | Karel ten Haaf | 1 reactie
Column: Karel ten Haaf – Samenwerk

Vrijwel iedereen kent de beroemde regel van Adriaan Roland Holst over Simon Vestdijk: ‘O, Gij, die sneller schrijft dan God kan lezen!’ Het is het laatste vers van het openingsgedicht uit de door Roland Holst en Vestdijk gezamenlijk geschreven bundel Swordplay – Wordplay, kwatrijnen overweer (1950).

Het is een verschijnsel dat relatief zeldzaam is in de wereld van de schone letteren: het duo-schrijverschap. Waarschijnlijk geïnspireerd door Roland Holst en Vestdijk, begonnen Willem Brakman en Nol Gregoor een soort briefwisseling in (meest) kwatrijnen; de op deze wijze tussen 1952 en 1957 ontstane gedichten werden in 1980 gebundeld onder de titel Op Het Quatrijn. In beide bovengenoemde bundels is elk gedicht ondertekend door de schrijver ervan. De gedichten horen weliswaar bij elkaar, vormen een compositorisch, misschien zelfs organisch geheel, er is geen sprake van versmelting. Die is er wel wanneer twee dichters samen één tekst schrijven. C.B. Vaandrager en Hans Sleutelaar schreven drie door beiden ondertekende gedichten. Maar er is pas echt versmelting bij Jean Pierre Rawie & Driek van Wissen in de Rijmkroniek des Vaderlands – drie delen gezamenlijk geschreven poëzie waarin de dichters de geschiedenis der Nederlanden berijmd presenteren, want: ‘neem nu de doorsnee Nederlander / die vaak aan de voorbije tijd / geen enkele gedachte wijdt, / terwijl wat er vandaag gebeurt / steeds meer door vroeger wordt gekleurd, / want er komt, denk ik, volgens mij / per dag een stuk historie bij.’
lees verder ›

Foto: Ronald Giphart en Phileine

zaterdag 25 juni 2011 | Coen Peppelenbos | 1 reactie
Foto: Ronald Giphart en Phileine

Soms wordt fictie werkelijkheid. Giphart creëerde een personage, Giph, dat wel erg veel weg had van zichzelf. Giph heeft ook een zus: Phileine.
Vorige week, tijdens het literaire festival Zomerzinnen kwam er een vrouw na afloop van het interview naar de schrijver toe om te zeggen dat zij de moeder was van een Phileine. Niet veel later kwamen vader en kind er ook aan. En zo draagt Giphart opeens een echte Phileine op de arm.

Ik vroeg me af hoe het zou gaan als je ouders je Lolita hadden genoemd. (‘Lolita, niet snoepen voor het eten!’) Of Ibbeltje. Is het aantal Tirza’s toe- of afgenomen na de roman van Grunberg?

Nieuws: Ronald Giphart schrijft lofrede bij boek Campert voor ‘Nederland leest’

dinsdag 24 mei 2011 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Nieuws: Ronald Giphart schrijft lofrede bij boek Campert voor ‘Nederland leest’

De lofrede op Het leven is vurrukkulluk van Remco Campert, het boek dat centraal staat tijdens Nederland Leest 2011, wordt geschreven door Ronald Giphart. Gipharts ode aan dit 50 jaar oude literaire meesterwerk wordt afgedrukt in de Nederland Leest-editie van Het leven is vurrukkulluk. In zijn boek Planeet literatuur (samen geschreven met Bert Natter) gaf Giphart in de lijst met 51 tips uit de Nederlandse literatuur nog de voorkeur aan het boek Tjeempie! of Liesje in Luiletterland. Elders in het boek staan al lovende woorden over Campert en de vijftigers: ‘Heel erg veel later hebben wij (Bert & ik) ons nog een tijdje bij de groep aangesloten, maar niemand die er erg in had. Voornamelijk de twee grote K’s vonden wij zeer goed: Campert en Kouwenaar (…)’

‘Hoogtepunt in mijn leven is dat ik ooit gezoend heb met Remco Campert,’ zo onthult de Lofredenaar op de site van Nederland leest. Over zijn zoenen met Campert: ‘Het was tijdens de literaire tour van Saint Amour die eindigde in een bonte avond in een Antwerps hotel. Meer daarover leest u in de Lofrede op Het leven is vurrukkulluk!’ Het boek met de Lofrede van Giphart wordt vanaf vrijdag 21 oktober gratis uitgedeeld door de openbare bibliotheken aan hun leden.

Vorige jaar tekende Rosita Steenbeek voor de lofrede bij De grote zaal van Jacoba van Velde.

Nieuws: Juryvoorzitter Ronald Giphart maakt shortlist Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs 2011 bekend

maandag 18 april 2011 | Bart Temme | 0 reacties
Nieuws: Juryvoorzitter Ronald Giphart maakt shortlist Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs 2011 bekend

Juryvoorzitter Ronald Giphart heeft vanmorgen de nominaties van de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs 2011 bekendgemaakt. De jury bekroont zowel een Nederlandstalige als een vertaalde roman.

In de categorie Nederlandstalig zijn genomineerd:
Vogels die vlees eten – Thijs de Boer (Uitgeverij Nieuw Amsterdam)
De hemel van Heivsj – Benny Lindelauf (Querido)
Spiegeljongen – Floortje Zwigtman (Uitgeverij De Fontein)

De genomineerden in de categorie voor het beste vertaalde boek zijn:
Ik lieg maar één keer – Judy Blundell, vertaald door Aimée Warmerdam (Moon)
Ik ben de sterkste – Christian Frascella, vertaald door Henrieke Herber (Moon)
Luke en Jon – Robert Williams, vertaald door Auke Leistra (Uitgeverij Prometheus)

De bekendmaking en uitreiking van de prijzen vindt plaats op dinsdagmiddag 17 mei. Daar zal ook de publieksprijs uitgereikt worden, waarvoor nog tot 30 april gestemd kan worden via www.cjp.nl. Per winnaar is een prijzengeld van € 15.000 beschikbaar. De buitenlandse auteur deelt zijn bekroning met de vertaler van zijn boek.

Nieuws: Aftrap Dioraphte Jongerenliteratuurprijs 2011

donderdag 7 april 2011 | Coen Peppelenbos | 0 reacties
Nieuws: Aftrap Dioraphte Jongerenliteratuurprijs 2011

Arjen Lubach, Ernest van der Kwast en Thijs de Boer waren op 31 maart aanwezig bij de aftrap van de Dioraphte Jongerenliteratuurprijs in een café in Amsterdam. Deze schrijvers hebben elk een boek geschreven dat op de longlist van twintig titels staat. Op 18 april wordt de shortlist bekend gemaakt. De CJP organiseert naast de juryprijzen voor het beste Nederlandstalige en het beste vertaalde boek een publieksprijs. (Zie het filmpje onder aan deze pagina.) Dinsdag schreef juryvoorzitter Ronald Giphart in de Volkskrant een hartstochtelijk pleidooi voor Het konijn op de maan van Paul Mennes. De roman is ook genomineerd voor de prijs. Giphart is voorzitter van de jury.

lees verder ›

Volgende pagina »« Vorige pagina