Vorige week vrijdag werd herdacht dat 100 jaar geleden meesterdrukker Hendrik Nicolaas Werkman een drukkerij begon in de Pelsterstraat in Groningen. De onopvallende gevelsteen, destijds aangebracht, werd gerestaureerd. Doeke Sijens, kenner van kunstkring De Ploeg dook in de geschiedenis van het pand.

De andere drukkerij van Werkman

Het hoge pakhuis aan de Lage der A in Groningen is het gebouw waar de kunstenaar Hendrik Nicolaas Werkman meestal mee geassocieerd wordt. In de stad is echter nog een adres te vinden waar hij zijn stempel op gedrukt heeft en wel de door hem zelf gebouwde drukkerij op het adres Pelsterstraat 31-33. Hoewel in het pand nu een filiaal van Wibra is gevestigd, is in de gevel van het gebouw nog de band met Werkman te zien. In de muur zit een steen met daarop de initialen van Werkman en zijn vrouw Jansje Cremer en het jaartal 1912.

In 1909 begon Werkman een kleine drukkerij in de Peperstraat. Omdat hij zakelijk meer armslag wilde hebben, zocht hij naar uitbreiding van het bedrijf. Om dit te bekostigen leende hij geld van zijn schoonfamilie. In juli 1912 kreeg hij van de gemeente toestemming om twee oude panden aan de Pelsterstraat af te breken en hier een nieuwe drukkerij te bouwen. Uit de bouwtekening is de inrichting van het nieuwe pand duidelijk op te maken: beneden de drukkerij ‘met kantoor en monsterkamer’ en daarboven twee woningen. Wanneer de bouw is begonnen is niet bekend, maar in ieder geval was deze in februari 1913 voltooid. Werkman ging met zijn gezin op de eerste verdieping wonen. Hij kreeg van de gemeente toestemming om voor zijn drukkerij een elektromotor van 5 PK te gebruiken, die onder andere twee snelpersen en een vouwmachine in werking brachten.

In de eerste jaren gingen de zaken goed. Werkman wist met zijn flair veel klanten binnen te halen. Hij werd in deze tijd naar eigen zeggen ‘altijd overladen met orders’. Naar verluidt had hij op een gegeven moment wel 27 mensen in dienst. Af en toe fungeerde hij zelf als uitgever, maar meestal voerde hij opdrachten van anderen uit. Eén van zijn opvallendste uitgaven was het Camp Magazine dat hij drukte voor de Engelse soldaten die in de stad krijgsgevangen werden gehouden ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. In 1915 kreeg Werkman de Openbare Leeszaal als klant, die vlakbij de drukkerij aan de ‘stille kant’ van de Vismarkt gevestigd was. De leeszaal had besloten om voor het contact met de leden een eigen maandblad uit te geven. Sedert 1914 had de leeszaal een nieuwe directeur, de literator Josef Cohen, die zeer actief was in het werven van leden. Het initiatief om een blad uit te geven was dan ook van hem afkomstig. Werkman sloot een contract met de leeszaal waarin werd vastgelegd dat hij de exploitatie van het blaadje voor zijn rekening nam. In ruil daarvoor kreeg hij advertentieruimte, die hij naar eigen inzicht mocht vullen. Het eerste nummer van het Maandblad van de Openbare Leeszaal en Boekerij Groningen verscheen in april 1915. Leden kregen het blad gratis, niet-leden konden het kopen voor negen cent. Commercieel gesproken was het blad geen groot succes. Al na een jaar bleek dat de uitgave Werkman een behoorlijk tekort opleverde omdat hij te weinig advertenties verkocht. Toch werd het contract tot en met 1918 gecontinueerd. In 1917 drukte Werkman voor de Openbare Leeszaal ook een catalogus, die destijds nog in boekvorm verscheen en aan leden werd verkocht. De publicaties voor de bibliotheek zijn degelijk uitgevoerd, in niets herinneren ze aan de latere artistieke uitgaven van Werkman.

Na de eerste succesvolle jaren kreeg Werkman steeds meer tegenslagen te verwerken. In 1917 overleed zijn vrouw plotseling, waarna hij met drie kleine kinderen achterbleef. Hij hertrouwde in 1918, maar dit leverde problemen op met zijn eerste schoonfamilie. Hierdoor was Werkman gedwongen de lening die hij van hen had gekregen in één keer af te lossen. In 1920 ging hij in zee met zijn zwager, maar deze samenwerking leverde al snel nieuwe strubbelingen op. De mannen bleken totaal niet met elkaar overweg te kunnen. Ondertussen was Werkman zich meer op de kunst gaan richten en begon hij zakelijk waarschijnlijk nonchalanter te worden. Zo werd bijvoorbeeld de uitgave van het Noordelijk Sportblad een financieel fiasco. In 1922 dreigde een faillissement, wat hij alleen kon voorkomen door zijn drukkerij aan de Pelsterstraat te verkopen. De nieuwe eigenaar werd het confectiebedrijf Leefsma. Werkman zette zijn drukkerij in sterk afgeslankte vorm voort aan de Lage der A met gehuurde machines. Hier begon hij te experimenteren met druksels en de uitgave van The Next Call. Werkman bleef als huurder met zijn gezin boven de drukkerij aan de Pelsterstraat wonen. Pas op 1 juli 1931 verliet hij het pand en verhuisde hij naar de Prinsesseweg.

Doeke Sijens

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Feith nr. 2, 2012, blz. 16-17.

2