Aforismen

De invloed van Charles Baudelaire (1821-1869) is nog lang niet uitgewerkt. Zo trof ik bij de Amsterdamse Boekenmarkt op het Spui een vertaling aan van Baudelaires De bloemen van het kwaad, vertaald door Menno Wichman [sic], gesigneerd en al. Wigman was weliswaar twintig toen hij het boekje uitgaf – zo’n achtentwintig jaar geleden – maar De bloemen van het kwaad zal nog steeds bij een enkele puber met dichterlijke aspiraties op het nachtkastje liggen. Dichterschap bloeit niet op goedaardige bedjes, daar groeit goedburgerlijkheid op.

Naast dichter was Baudelaire eveneens criticus en prozaïst. Aan het einde van zijn leven had hij, zo staat op het omslag van het onlangs bij Uitgeverij Voetnoot verschenen Flitsen, Mijn hart blootgelegd, België uitgekleed, een project ondernomen om zich in een groot prozawerk ‘leeg te schrijven’ waarmee hij zich zou ‘wreken op de moderne wereld en op de menselijke soort’. De aantekeningen (aforismen, gedachten, observaties) die Baudelaire voor dat doel tussen 1855 en 1866 maakte, zijn nu voor het eerst integraal vertaald door Rokus Hofstede. Onafgemaakte projecten zijn als nooit uitgekomen dromen. Baudelaire poogde de droom van Edgar Allen Poe – je hart volledig uitstorten – te realiseren. Een droom is het gebleven.

Op de middelbare school had ik een klasgenoot die bij godsdienst altijd zei dat hij naar de hel zou gaan omdat het daar lekker warm was. Daarbij wreef hij in zijn handen. Door eenzelfde sensatie werd ik overvallen toen ik het boek van Baudelaire opensloeg; ik zou de hel betreden, maar daardoor ook het paradijs, want de hel kan nooit zonder het paradijs, zoals Satan niet zonder God kan, en zoals de gelovige niet zonder atheïst kan. Ze leven hartstochtelijk voor elkaar; zonder de ander stellen ze weinig voor.

Baudelaire

Aforismen bespreken zoals uit Flitsen en Mijn hart blootgelegd is als het bespreken van een kermis; er gebeurt te veel en er is te veel te horen om een eenheid te ontwaren, maar hel en paradijs zijn een uitstekende manier om Baudelaires invallen te categoriseren, zoals in het algemeen invallen en uitingen goed zijn in te delen in hel en paradijs. De wereld ertussen is aan de mens.

De hel: ‘Zich uitleveren aan Satan, wat houdt dat in?’

Het paradijs: ‘Muziek diept de hemel uit.’

In België uitgekleed, een frontale aanval op België, laat Baudelaire zien dat haat een manier is om jezelf en anderen te vermaken – zelfs als je van België houdt.

Een lezer van aforismen is als iemand die afkijkt tijdens het proefwerk dat leven heet.

Johannes van der Sluis

Charles Baudelaire – Flitsen, Mijn hart blootgelegd, België uitgekleed. Vertaald door Rokus Hofstede, Voetnoot, Antwerpen. 136 blz. € 19,-.

0