In Nederland was Klaus Mann in 1933 vrijwel onbekend. Het Nederlandse publiek had nog niet in vertaling kennis van zijn werk kunnen nemen.

Alleen voor een Nederlandse editie van Symphonie Pathétique tekende Klaus Mann tijdens zijn leven een contract, in december 1948, om precies te zijn. De roman verscheen onder de titel Tsjaikofski, werd vertaald door Jan Wormhoudt en van een korte inleiding voorzien door Eduard van Beinum. Eerst in 1963 volgde Vergittertes Fenster, Het getraliede venster, vertaald door Johan de Molenaar. De novelle werd als Paaspremie ten geschenke gegeven aan de leden van de Wereld-Bibliotheek-Vereniging. De keuze van beide titels is typerend voor de receptie van Klaus Manns werk in Nederland: beide boeken dateren van zijn Nederlandse periode, en van alle boeken uit die periode zijn het de enige geromantiseerde biografieën, twee titels waarin Klaus Mann welbewust het thema van het Derde Rijk niet aansneed. Tot 1977 bleven het de enige vertalingen. Toen verscheen Mefisto, vertaald door J. Welvaadt-Hoenselaars. De ondertitel, Portret van een duivels kunstenaar, werd later veranderd in Roman van een carrière.

die sammlungIn 1983 publiceerden Gerda Meijerink en Ruth Wolf een Nederlandse vertaling van een bloemlezing uit Die Sammlung; dat was om stil te staan bij de vijftigste verjaardag van het emigranten-maandblad. Maar verder kwamen in de jaren tachtig vooral Klaus Manns levensgeschiedenis en zijn homoseksualiteit aan bod. Hans Hom vertaalde in 1983 de Kindernovelle en enkele andere verhalen uit de beginperiode van Klaus Manns schrijverschap. Karst Woudstra bracht in datzelfde jaar Anja en Esther op de planken. Willem van Toorn kwam in 1985 met Het keerpunt, Léon Hanssen bracht in 1988 een nieuwe vertaling van Vergittertes Fenster uit, en Huub Jans en Maarten van Lenteren tekenden in 1989 voor De vrome dans. Nadien verscheen onder meer nog een door de germanist W. Hansen bezorgde en vertaalde selectie uit de Tagebücher: Opgejaagd, gedoemd, verloren. Dagboek 1933-1949 (1996). Margreet den Buurman schreef een biografie van Erika en Klaus Mann: Leven langs de Bühne (2013).

445px-Bundesarchiv_Bild_183-S01144,_Berlin,_Gustav_Gründgens_als_'Hamlet'
Gustav Gründgens als “Hamlet” / Bundesarchiv, Bild 183-S01144 / CC-BY-SA

Van de politiek geïnspireerde romans en verhalen, en van de vele essays, is tot dusverre niets vertaald, met Mefisto als uitzondering. Die roman werd op last van de erfgenamen van Gustaf Gründgens, de carrière-kunstenaar van voor, tijdens en na de oorlog, in 1966 in West-Duitsland verboden en bleef tot in de jaren tachtig de inzet van een juridisch steekspel. Het is goed te constateren dat, waar de receptie van Klaus Manns werk in Nederland wat eenzijdig op zijn homoseksualiteit is toegespitst, juist Mephisto de roman is waarin Klaus Mann het thema homoseksualiteit weloverwogen uit de weg ging. Hij wenste elke associatie tussen nazisme en homoseksualiteit te vermijden. Als hij zijn hoofdpersoon, Intendant Hendrik Höfgen, al naar zijn vroegere zwager, Gustaf Gründgens, had gemodelleerd (wat hij altijd heeft ontkend), wilde hij hem niet op grond van zijn homoseksualiteit bij de nazi-top in diskrediet brengen.

Onbekend dus, behalve bij een ingewijde als Menno ter Braak, die de Duitse literatuur nauwgezet volgde en er geregeld in Het Vaderland over schreef – ik kom daar zo op terug. Dat Klaus Mann in de eerste jaren van het exil ook in Nederland enige naam opbouwde was niet zozeer te danken aan zijn eigen boeken, maar meer aan zijn redacteurschap van Die Sammlung en zijn teksten voor Erika’s cabaret Die Pfeffermühle.

Ten tijde van zijn vertrek uit Duitsland had Klaus Mann het idee opgevat een tijdschrift op te richten dat stem zou geven aan Duitse auteurs die in hun vaderland niet meer wilden of konden publiceren. Aanvankelijk zou hij Die Sammlung in Zwitserland uitgeven, maar de voorbereidingen verliepen moeizaam, vooral omdat het tijdschrift het moest hebben van het beperkte Duitstalige publiek buiten Duitsland. De doorbraak kwam toen hij in Parijs Fritz Landshoff weerzag – ze hadden elkaar voor het eerst ontmoet in 1930, in Berlijn –, die op doorreis was om exilschrijvers in het Querido-fonds te interesseren. Klaus Mann volgde Landshoff naar Amsterdam, waar op 16 juni 1933 de uitgeefovereenkomst werd gesloten. Al in september verscheen het eerste nummer, onder patronaat van André Gide, Aldous Huxley en Heinrich Mann. ‘Enkele volkeren zijn zo zeer op een dwaalspoor geraakt,’ schreef Klaus Mann in een redactioneel ten geleide, ‘dat zij het beste dat zij hebben verfoeien, zich ervoor schamen en het niet langer in eigen land dulden. In deze landen wordt de literatuur geweld aangedaan. Om zich aan dit geweld te onttrekken verlaat de literatuur het land.’ Alfred Döblin, Hermann Kesten, Heinrich Mann, Joseph Roth en Jakob Wassermann droegen bij aan dat eerste nummer. Het schreef alleen al geschiedenis omdat Thomas Mann zich er onder druk van zijn eigen uitgever meteen van distantieerde: hij had zijn naam op de lijst van medewerkers laten zetten, maar stelde vast dat Die Sammlung een te politieke lading had. Alfred Döblin en René Schickele reageerden in vergelijkbare zin.

In zijn memoires beschreef Landshoff hoezeer de reactie van Thomas Mann cum suis niet alleen Die Sammlung en de jonge uitgeverij schaadde, maar ook een bewijs was van de ‘hopeloze versplintering’ van het exil. Klaus Mann probeerde in Amsterdam richting te geven aan wat hij als een mogelijke beweging zag. Zijn inzet, zijn fanatisme desnoods, gevoed door zijn haat tegen nazi-Duitsland, was zo groot dat hij er keer op keer pijnlijk mee werd geconfronteerd dat er van een echte beweging, met een gemeenschappelijk programma en een hechte organisatie, nimmer sprake kon zijn. Ook later niet, in de Verenigde Staten, waar hij het in 1941 – toen met morele en financiële steun van Thomas Mann – opnieuw probeerde. Decision, opgezet naar het voorbeeld van Die Sammlung, was een nog korter leven beschoren dan zijn voorganger.

Vaderland klaus mannKlaus Mann werd zich de consequenties van die versplintering pas gaandeweg bewust. Artistiek verwerkte hij het thema voor het eerst in zijn grote roman Der Vulkan. In meer analyserende zin schreef hij erover in zijn autobiografieën The Turning Point en Der Wendepunkt. Gaat het in die autobiografieën over de politieke meningsverschillen tussen sociaaldemocraten en communisten, monarchisten en rooms-katholieken, met een enkel zalvend en hoogst discutabel woord over de ‘homogene elite’ die de verbannen schrijvers binnen het exil vormden, in Der Vulkan kwamen de alledaagse problemen aan bod: leven op de vlucht, het hoofd boven water moeten houden. Albert Vigoleis Thelen, die zelf in 1934 was uitgeweken, recenseerde Der Vulkan op 3 september 1939 – de datum alleen al! – in Het Vaderland. ‘Vrij duidelijk blijkt ook uit dit boek,’ schreef hij, ‘hoe versplinterd deze emigratie is, van politiek standpunt bezien, en hoe uit haar nauwelijks een tegenkracht zou kunnen geboren worden: zij heeft geen politiek elan en zij kan dat ook niet hebben, zoolang de dragers van het geestelijk verzet zich moeten afbeulen in den strijd om het dagelijksch brood.’

In het begin was Die Sammlung goed voor een maandelijkse oplage van zo’n tweeduizend exemplaren. Dat aantal liep echter snel terug en het werd steeds moeilijker het tijdschrift verantwoord te exploiteren. In Oostenrijk werd Die Sammlung tijdelijk verboden en onder pressie van de Duitse regering durfden boekhandels het niet te bestellen, belangstellenden zich niet te abonneren. In augustus 1935 werd de uitgave om financiële redenen gestaakt. Er waren vierentwintig nummers verschenen. Het achtste nummer was geheel aan de Nederlandse literatuur gewijd – ‘een hommage,’ aldus Gerda Meijerink, ‘aan het land dat hem en vele anderen gastvrijheid had verleend.’

nvhn erika mann PfeffermühleAnders, maar tegen het eind niet minder hopeloos, verging het Die Pfeffermühle. Erika Mann had het politieke cabaret in januari 1933 in München opgericht en Klaus Mann voorzag het gezelschap – dat tot op de dag van vandaag legendarisch is gebleven, met grote namen als Therese Giehse en Magnus Henning – geregeld van teksten en ideeën. Van Duitsland week Die Pfeffermühle uit naar Zwitserland en van 1933 tot 1937 volgde een ware triomftocht langs de schouwburgen van beschaafd Europa: Zwitserland, Tsjechoslowakije, Nederland, België en Luxemburg (Frankrijk deed Die Pfeffermühle niet aan). Nederland kwam in het voorjaar van 1934 voor het eerst aan bod, en in de jaren daarna volgden meer optredens, die veelvuldig werden bijgewoond en gerecenseerd door Menno ter Braak en Henrik Scholte, in besprekingen in Het Vaderland en de Nieuwe Rotterdamsche Courant. (Op 26 en 27 april 1935 en  27 en 28 april 1936 trad Die Pfeffermühle in Groningen op.)

Zonder problemen verliepen de Nederlandse tournees van Erika Mann en haar gezelschap echter niet. In maart 1935 censureerde de Haagse politie een onderdeel van het programma, en vanuit de optiek van het Nederlandse neutraliteitsdenken liet de Nederlandse regering Erika Mann in april 1936 weten dat het gezelschap in Nederland kon blijven optreden mits het afzag van een politiek te duiden stellingname. In feite was dat het einde van Die Pfeffermühle, want Erika Mann kon en wilde niet enkel amusementstheater brengen. In 1937 week het gezelschap uit naar de Verenigde Staten, maar Peppermill werd niet wat Pfeffermühle was geweest.

***

Dit is het derde deel van een zevendelig essay over Klaus Mann in Nederland. Hier lees je deel een, twee, vier, vijf, zes en zeven.