Iedereen doet een poging een doel te vinden in het leven. Een doel stellen biedt immers de hoop dat je leven er meer toe doet zodra dat doel behaald is. Eindelijk een roman schrijven, die nieuwe baan krijgen, of de liefde van je leven ontmoeten. Momenteel heb ik mezelf wijsgemaakt dat mijn leven radicaal gaat veranderen zodra ik mijn eindscriptie Geschiedenis heb ingeleverd over twee weken.

Allemaal illusies natuurlijk. Daar word ik weer eens pijnlijk op gewezen bij het lezen van Italo Calvino’s roman De ridder die niet bestond. Het wordt helaas niet meer uitgegeven – momenteel is van de Italiaanse grootmeester alleen De onzichtbare steden beschikbaar in de L.J. Veen klassiekersreeks – maar het loont zeker de moeite deze roman eens aan te schaffen als je ‘m op een boekenmarkt tegenkomt. Want goede genade, dít is literatuur.

9789045016023Hoofdpersoon Agilulf is een ridder die niet bestaat. Onder zijn harnas zit niets. Hij weet alles van formaliteiten en etiquette: welke ridders hoe laat op de uitkijk moeten staan, hoe je aan tafel moet dineren, hoe je een sociaal gesprek voert. Maar Agilulf weet níets van de rest. Hij kent geen humor, geen ironie, en geen liefde. Onder zijn streng doch rechtvaardige ‘harnas’ van formaliteit zit geen enkel vermogen tot verbeelding. ‘Regels zijn regels’, zou een welbekende ex-politica zeggen.

Aan de andere kant van het spectrum staat Goerdoeloeloe. Of Omobo, ‘of Goerdoeroe, of Goedi Oessoef of Goed-zo-Oessoef’… niemand weet precies hoe hij heet. Het is in ieder geval een halve zool, zou je kunnen zeggen. Goerdoeloeloe vereenzelvigt zich namelijk met alles wat hij ziet. Ziet hij een pan soep, dan denkt hij dat hij zelf een pan soep is, en binnen enkele momenten probeert hij met een lepel zichzelf te eten.

Deze tegenpolen worden tot elkaar veroordeeld als Karel de Grote als grap besluit dat Goerdoeloeloe de nieuwe schildknaap moet worden van Agilulf. ‘Ze vormen een mooi duo, let maar eens op!’ schreeuwt Karel de Grote. En gelijk heeft hij, want Agilulf en Goerdoeloeloe vullen elkaar perfect aan: waar het Agilulf aan verbeelding ontbeert, loopt Goerdoeloeloe ervan over. Ratio en irratio, werkelijkheid en verbeelding, non-fictie en fictie; beide zijn essentieel in het leven.

Calvino is een geweldige verteller met veel gevoel voor taal, maar de wijsheden die je uit zijn verhalen haalt zijn soms nog veel waardevoller. Zo proberen vele personages in de roman zich te laten gelden in het leven. Ridder zijn en een harnas dragen is belangrijk, want dat geeft aan dat je iemand bent, dat je succesvol bent op de maatschappelijke ladder. ‘Het was een tijd dat de wil en de vastberadenheid om te bestaan, om een indruk achter te laten, om een stempel te drukken op alles wat er is, nog niet helemaal benut werd.’ Ik moest aan mezelf denken, hoe ik weer eens een tweet plaats op twitter en vervolgens nauwlettend in de gaten hou hoe er op wordt gereageerd. Soms verwijder ik ‘m zelfs als ik er onzeker over ben. Tja, we willen allemaal een indruk achterlaten. Een goede indruk.

Aan wiens zijde is het beter om te staan? Zo’n vraag houdt mij dan tijdens het lezen bezig. Is het beter om te leven als een hedendaagse Agilulf, een succesvolle jurist die volgens de regels leeft en hoge maatschappelijke roem geniet? Of liever als een Goerdoeloeloe, een dromer – zo stel ik me dan voor – die zichzelf elke dag verliest in een nieuwe roman en zo aan de sleur van de dagelijkse werkelijkheid weet te ontsnappen?

Het laatste gedeelte raffelt Calvino de roman op verschrikkelijke wijze af, en hij laat de verhaallijn in een tiende versnelling gaan. Maar dat is de bedoeling, blijkt:

Boek, je bent nu haast uit. Het laatste stuk heb ik halsoverkop zitten schrijven… Door wat voor vuur word ik ineens bezield, door wat voor ongeduld?

Dat vuur waar de verteller door bezield wordt is de honger naar ‘echte’ liefde, naar een echte realiteit die zo mooi is als die van deze roman. Want opgaan in literatuur is fantastisch, maar het is nog veel fantastischer als je na het dichtslaan van de roman in de armen kan vallen van je liefde. Of, zoals Calvino het zelf treffend verwoordt:

De kunst van verhalen schrijven bestaat eruit dat je in staat bent met behulp van dat kleine beetje dat je van het leven begrepen hebt heel de rest op te roepen; maar als de bladzijde is volgeschreven begint het echte leven weer en merk je dat datgene wat je wist inderdaad maar een heel klein beetje was.

En zo heb ik een antwoord op mijn vraag. Het beste is het om te leven als een combinatie van Goerdoeloeloe en Agilulf. Gezegend zijn zij die met beide benen op de grond staan maar die zich óók kunnen laten betoveren, zowel in het ‘echte’ leven als in de kunst. En terwijl ik dit schrijf verval ik alweer in de dromerige sfeer waarin Calvino me brengt als ik hem lees. Wat een geweldige schrijver. Wat een sprankelende taal, en wat een mooie vondsten. Maar goed, genoeg gedroomd! Aan de slag. Ik heb nog een scriptie af te schrijven, en als dat gebeurt, ja, dan gaat alles veranderen, dan….

Casper Luckerhof

Italo Calvino – De ridder die niet bestond.

0