Een opmerkelijk bericht vanuit Zeeland. Daar heeft stadsdichter Anna de Bruyckere met een gelegenheidsgedicht voor boekhandel De Drvkkery ophef veroorzaakt.

Ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van de boekhandel schreef De Bruckere een ode aan de winkel. Het gedicht, ‘Aangenaam’ getiteld, hangt grootst in De Drvkkery. De eerste strofe luidt:

Ik ben waar wordt bediend, uitgekeken, even gevraagd.
Waar wordt geregeld, gegeten, gedronken. Veel verlangd.
Waar wordt gelezen, geklonken. Verguisd en prettig vergast.
Ik ben waar wordt verwend. Gevierd. Soms verstandig gedaan.

Over de zin ‘Verguisd en prettig vergast’ is nu ophef ontstaan. Initiatiefneemster is Marianne Gossije. Zij vindt het gedicht ‘wansmakelijk’. Tegen PZC Gossije zegt:

Ik ga ervan uit dat er geen enkele kwade bedoeling in het gedicht schuilt. Maar in deze combinatie van woorden is het pijnlijk voor Joodse mensen, die de oorlog hebben overleefd. Die zijn kwetsbaar. Voor hen slaat ‘verguisd’, zoals het hier staat, op het Joodse volk. Als daar dan meteen achter staat ‘prettig vergast’, dan kun je dat op z’n minst een rare combinatie noemen.

Het bestuur van de Joodse gemeenschap is het oneens met Gossije. PZC tekent op:

De context van het gedicht gaat het niet over de Holocaust maar over gastvrijheid. Het woord dat in het gedicht wordt gebruikt, is een gewoon Nederlands woord en is zeker vaker te vinden in teksten. De dichteres heeft er geen enkele nare bedoeling mee – het gaat om een ode aan het restaurant.

Het bestuur van de Joodse gemeente Zeeland heeft een eigen verklaring naar buiten gebracht:

In deze tijd waar de Israël-haat (lees Jodenhaat) weer hoogtijd viert, is het belangrijk om onze gevoeligheden en reacties daarop niet uit te dragen in situaties en naar personen toe, die daar niets mee van doen hebben.

En terecht. Een lesje close reading zou voor Gossije niet verkeerd zijn. Hieronder het bewijs:

Aangenaam

Ik ben waar wordt bediend, uitgekeken, even gevraagd.
Waar wordt geregeld, gegeten, gedronken. Veel verlangd.
Waar wordt gelezen, geklonken. Verguisd en prettig vergast.
Ik ben waar wordt verwend. Gevierd. Soms verstandig gedaan.

Waar wordt gemompeld, bezeten. Ingepakt en teruggebracht
en opgeruimd. Ontmoet en ontmoet. Verwacht en uitgekomen.
Gelachen, gegroet, in stilte beneden en zo nu en dan gestolen.
Waar wordt verwelkomd, verloren en gevonden. Verrast.

Ik ben waar wordt gezocht, gebloosd. Gespeeld, verzonnen
en verwarmd. Waar wordt gegidst, gespiegeld, getreuzeld
en verjongd. Waar wordt gehoopt en verhoord, gepeuterd.
Ik ben waar wordt gegeven en ontvangen. Wordt begonnen.

Ik ben waar honderd jaar aan de Burg herinnerd wordt
en eveneens al twintig jaar vergeten. Ik ben de plek
die u telkens weer als nieuw verkent, als bekend
omarmt en nooit voor lang verlaat. Ik ben wie

allen die hier binnenkomen heel voorzichtig openslaat,
met liefde leest — u allen, een voor een voor een.

Anna de Bruyckere

1