Je bent zo een mooie kennismaking

Met Je bent zo mooi anders heeft uitgeverij Holland een leuke kennismaking met Hans Andreus op de markt gebracht. Dat over deze bundel nog geen recensies te vinden zijn, is helaas een teken aan de wand: Andreus wordt niet zo veel meer gelezen. Daarom is dit juist prijzenswaardig: om een bloemlezing uit te brengen om een niet zo veel gelezen dichter terug onder de aandacht te brengen.

Andreus (1927-1977) gold als een veelschrijver van poëzie en proza, en schreef een kleine dertig poëziebundels vol. In het kloeke Verzamelde gedichten staan 1100 pagina’s poëzie. Dit verzamelde werk is natuurlijk het echte werk en Je bent zo mooi anders kan als opstapje dienen naar dat werk. Het bevat een van de liefste liefdesgedichten:

Ik heb je liever

Ik heb je liever dan brood,
al zegt men dat het niet kan
en al kan het ook niet.

Ik heb je liever dan vrolijkheid of regen,
liever dan de stilte van drie uur
in de rustig in- en uitademende nacht.

De meeuwen scheren overdag met hun vleugels
langs de blonde warme lucht.
De wilde bloemen staan te lachen
in het warme bad van de zon.
De zon danst zijn toch maar kleine rol
met zoveel overgave dat het heel
stil wordt, hier, in dit deel van het heelal.

Ik heb je liever dan brood,
al zegt met ook dat het niet kan
en al kan het ook niet.
Liever dan vrolijkheid of regen,
liever nog dan ik heb je lief.

Hoewel de derde strofe het gedicht flink vertraagt, maakt de eindzin het gedicht nagenoeg onsterflijk. Een bloemlezing vraagt altijd om een verantwoording: waarom staan bepaalde gedichten er wel in, en waarom sommige niet. De verantwoording bij deze bundel is dat er gekozen is voor het thema ‘liefdevol,’ waarin liefde, maar ook voor gedichten over een ‘liefdevol afscheid of liefdevolle observaties.’ Uit elke bundel wordt tenminste een gedicht gekozen en maximaal vijf. Er is volgens de verantwoording gekozen voor toegankelijke gedichten. Door deze keuze kan de lezer een ontwikkeling zien in de poëzie van Andreus, die experimenteel en ingewikkeld begon, en steeds beter te begrijpen werd. Zo blijkt ook uit een gedicht uit een vroege bundel:

Ik streel je mond. Ademen wordt kalmer.
Ik ken god niet maar ik ken god.
Het komt als vuur en zorgeloos.
Het komt in stilte en mijn stilte draagt
het verder tot waar niemand meer
van node heeft mij te verstaan.
Versta mij.

Zonder dit gedicht geheel te willen duiden is het duidelijk dat door de tegenstellingen wat denkwerk van de lezer vereist wordt om het gedicht te begrijpen. Dat is anders in onderstaand gedicht uit later werk:

Trouwens, woorden

Trouwens, woorden
zijn ook als vrouwen:

ze te willen dwingen
haalt niet veel uit.

Liever kleed ik
met strelende hand m’n

woorden in
en uit.

Dit is een fraai gedicht met een kwinkslag, maar na een keer lezen is het duidelijk wat er bedoeld wordt. Het bevat als thema de vrouw, die net als het licht veelvuldig voorkomt in het werk van Andreus. Bij elke bloemlezing kan de lezer balen dat zijn favoriete gedichten niet in de bundel zijn opgenomen. Dat heb ik met veel vroeg werk, en met te veel gedichten om op te noemen. Ik kan niet nalaten met twee van die mooie gedichten te eindigen, in de hoop dat Andreus meer gelezen gaat worden.

Regen

Het regent buiten niemand weet waarom
de regen valt maar doet maar doet maar dom
ik voel mij tot geen regen geen nat hoofd verplicht
ik ben niet goddeloos ik duld en wacht het licht

Het licht natuurlijk weer ik kan er niets aan doen
mijn vroomheid in fatsoen en onfatsoen
gelooft alleen in wat men zelden ziet
het licht de lucht de zon dit dat en anders niet.

Maar altijd regent het waarom dat is geen vraag
HET REGENT STOP HET REGENT STOP en daarmee uit vandaag
wat kan ik doen ik kan niets doen ik denk en denk onkuis
had ik een naakt dan ging het wel maar naakten blijven thuis.

En:

De huizen pikken als kippen in het landschap
van schrale bossen groen en groen van dalende velden
een kerk staat als een kind van negen jaar met krullen
blauwe nonchalante rook drijft ergens schuin omhoog
zon en maan staan wit en spierwit in dezelfde hemel

ik wil de telegraafdraden bespelen
ik wil zeepaardjes loslaten
zij zijn zo ernstig en zo mooi zij zien niet dat men glimlacht
ik ben zo ver weg als het woord dodekanesos
ik ben zo bang als het laatste blad aan een boom in de winter
het is zo dun geworden dat men alleen de nerven ziet
het gelooft niet meer aan vogels

ik herinner me

ik heb je borsten afgerond
ik verlengde je dijen ik bond je voeten in
ik schaafde je schouders ik ontstak je ogen
ik zong je je mond voor

maar ik ben hier niet meer ik ben
verder weg dan lucht of aarde

Erik-Jan Hummel

Hans Andreus – Je bent zo mooi anders. Holland, Haarlem, 80 blz. € 17,50.

4