Nietige individuen in een veranderlijke wereld

In de bundel De buste van de keizer en andere verhalen van de Oostenrijkse schrijver Joseph Roth, die is samengesteld en vertaald door Elly Schippers en Janneke van der Meulen, staan prachtige verhalen die nu voor het eerst in het Nederlands zijn vertaald.

De rol van Joseph Roth (1894 – 1939) in de literatuur van het interbellum is groot: zijn roman Radetzkymars uit 1932 wordt bijvoorbeeld algemeen beschouwd als één van de beste Duitstalige romans van de 20ste eeuw. De romans die ik van Roth las konden me nooit echt bekoren; of dat aan mij of Roth lag laat ik nu maar even in het midden. Ik gaf in ieder geval de voorkeur aan zijn tijd- en landgenoten Stefan Zweig en Robert Musil of het werk van Thomas Mann. Maar nu ben ik overtuigd en dat komt door de acht verhalen uit de bundel De buste van de keizer en andere verhalen.

De wereld verandert en de mens moet zich maar aanpassen; tradities verdwijnen en maken plaats voor nieuwe gewoontes, normen en conventies. Verzet tegen verandering lijkt zinloos, maar graaf Franz Xaver Morstin verweert zich in het openingsverhaal ‘De buste van de keizer’ tegen de transformatie die plaatsvond na de Eerste Wereldoorlog. ‘Het geloof in de traditionele hiërarchie was zo diep en sterk verankerd in de ziel van Franz Xaver dat hij de keizer niet vanwege zijn menselijke, maar vanwege zijn keizerlijke eigenschappen liefhad. Wanneer een vriend, kennis of familielid in zijn bijzijn een hem onwelgevallige opmerking over de keizer maakte, verbrak hij alle betrekkingen met de persoon in kwestie.’ Het geloof zit bij Morstin zo diep dat hij na de oorlog handelt alsof de monarchie nog bestaat. Hij plaatst een buste van de overleden keizer voor zijn huis en begint zijn uniform weer te dragen. Morstin verafschuwt de moderne maatschappij en leeft daarom in het verleden. Zo is dit een sterk verhaal over de botsing tussen het heden en het verleden en over de machteloosheid van het individu met betrekking tot de wereldgeschiedenis.

Morstin verafschuwde de oorlog, maar stationschef Fallmerayer wil juist geen vrede. ‘Fallmerayer had als enige het idee dat de oorlog hem uit zijn uitzichtloze situatie had verlost.’ Door een treinongeluk ontmoet de getrouwde Fallmerayer een Russische vrouw en hij wordt verliefd op haar. Als de oorlog uitbreekt, ziet hij de mogelijkheid om haar op te zoeken. Fallmerayer zal zijn gezin voor haar verlaten. Waar Morstin zich verzette tegen de veranderingen, gelooft Fallmerayer in het lot en laat hij zich leiden door alle wendingen, want deze bevrijden hem van zijn hopeloze huwelijk.

De stijl van deze verhalen is bedrieglijk eenvoudig; Roth schrijft kraakhelder en zo duidelijk zonder dat het simplistisch is. Hij beschrijft zijn personages zowel met mededogen als meedogenloos. Zo worden de journalisten in ‘Het kartel’ genadeloos geportretteerd als minderwaardige lieden. Dit in tegenstelling tot de ‘kleine Fini’ uit het verhaal ‘De blinde spiegel’. Fini is fragiel, eenzaam en nietig, vooral ‘in de brede grote straten van de grote stad, waar het leven zich ongenaakbaar boven haar kleine hoofd welfde.’ Dit verhaal is zowel wrang als hartverscheurend en nergens is het weekhartig. Roth beschrijft Fini en vertelt over haar leven met compassie, maar zijn erbarmen staat een ongelukkige afloop niet in weg. In ‘De blinde spiegel’, zoals in vele verhalen uit deze bundel, thematiseert Roth de relatie tussen het individu en de wereld; de onverschillige, veranderende wereld maakt het individu krachteloos en breekbaar.
De mens is een ambigu wezen, dit is de kern van zijn complexiteit. De psychologische kracht van de verhalen ligt in de dubbelzinnigheid van de personages. Roth is een meester in de weergave van de innerlijke maalstroom waar wil, keuze en handeling regelmatig met elkaar in strijd zijn. Dit komt het beste naar voren in het laatste verhaal uit De buste van de keizer: ‘De legende van de heilige drinker’.

Roth was zelf een flinke drinker en ook in de roman Radetzkymars speelde drank een belangrijke rol. In ‘De legende van de heilige drinker’ gaat Andreas in Parijs aan de drank ten onder. Hij krijgt geld van een weldoener en als Andreas zijn schuld wil inlossen, dan moet hij dat van de gulle gever doen aan de kleine heilige Thérèse in Sainte-Marie des Batignolles. Andreas is voornemens om haar de geleende 200 franc terug te betalen, maar elke keer als hij op een wonderbaarlijke manier aan geld komt, verspilt hij het aan alcohol. De vereniging van ironie en gevoel maakt deze novelle tot een klein meesterwerk; de vertelling is ironisch, maar wat beschreven wordt is ontroerend. Dat Joseph Roth een groot schrijver is, daar ben ik na deze verhalen ook eindelijk achter gekomen.

Koen Schouwenburg

Joseph Roth – De buste van de keizer en andere verhalen. Vertaald door Elly Schippers en Janneke van der Meulen. LJ Veen, 259 blz. €19,99

Deze recensie verscheen eerder in het Friesch Dagblad van 1 september 2018

Eerder verscheen op Tzum deze recensie van De Buste van de keizer

2

Reacties