Bericht uit het ziekenhuis

In haar eerdere romans ─ De laatste vrouw (haar debuut als schrijfster in 1994), Schimmenrijk en Ballets russes ─ schuwde Rosita Steenbeek het flirten met de dood niet. Laatstgenoemd boek, uit 2002, is gesitueerd in Venetië, de stad die door niet de minste romanciers en filmmakers met dood en romantiek in verband is gebracht. Het begrafeniseiland San Michele is dan ook een belangrijke locatie in Steenbeeks Venetiaanse roman.

Haar nieuwe boek, Intensive care, speelt zich helemaal in Nederland af, maar nog nooit zat de dood haar zo op de hielen. Als door een wonder overleeft Rosita Steenbeek een ernstig auto-ongeluk. Haar neef, die aan het stuur zat, overlijdt ter plaatse, of was waarschijnlijk al dood toen zijn auto zich met een harde klap om een boom aan de andere kant van de weg vouwde. De moeder van de auteur werd net als haar dochter zwaargewond in het ziekenhuis opgenomen.

Het ongeluk gebeurde onderweg van Utrecht naar Amersfoort na een familie-etentje. Rosita en haar moeder hadden nog maar net hun vader en echtgenoot begraven en werden door neef Tado naar huis gebracht. Tot de fatale beroerte hem de macht over het stuur ontnam. Een half jaar eerder was zijn dochter Hanneke gestorven. 

Rosita Steenbeek en de dood…

Moeder en dochter komen in hetzelfde ziekenhuis terecht waar Jan Steenbeek de aanloop naar de andere wereld nam. Het is ook het ziekenhuis waar prins Bernhard vaak van nieuwe onderdelen is voorzien: de schrijfster weet te melden dat de prins als enige patiënt mag roken en drinken op zijn kamer. Dat is dan ook genoteerd.

Zoals eigenlijk alles in dit boek meer is genoteerd dan geschreven. Vrij precies genoteerd, dat wel. Alsof Rosita Steenbeek al tijdens de periode van moeizaam herstel ─ ze werd op de plaats van het ongeluk gevonden als ‘een zak vol scherven, een bundel kneuzingen’ ─ is begonnen met de aanzet tot wat Intensive care is geworden. Daar is niets op tegen. Sterker nog: zo hoort het als je schrijver bent: alles wat je meemaakt, kan van belang zijn, kan de basis vormen van wat later wellicht je Grote Roman zou blijken te zijn.

Maar een roman wil Intensive care maar niet worden, juist omdat Steenbeek zo precies verslag doet van haar ziekenhuiservaringen en die van haar moeder met wie ze een groot deel van de tijd op één kamer ligt. Ze beschrijft de wanen van haar moeder, haar eigen pijn, ze portretteert de verpleegkundigen en haar medepatiënten, ze haalt herinneringen op aan haar vader en diens uiteindelijk verloren strijd met de dood. 

Waarschijnlijk zullen mensen die in dezelfde omstandigheden hebben verkeerd er veel in herkennen. Hoe klein je wereld wordt bijvoorbeeld: niet groter dan de ruimte die het nachtkastje je te bieden heeft. Hoe je totaal verhospitaliseert: hoe de wereld buiten en alles wat daar van belang is er in het ziekenhuis niet toe doet. Dat benauwde heeft Rosita Steenbeek wel goed getroffen. Maar verder is haar boek te ééndimensionaal om méér te zijn dan een bericht uit het ziekenhuis. 

Je zou denken dat juist op deze plek grote thema’s als geboorte, liefde en dood zich verhevigen. Zeker, in Intensive care wordt bevallen, Rosita verlangt naar een nieuwe liefde en de dood is haar ouwe vertrouwde vrijer, maar vanuit haar ongewone isolement kan zij er nauwelijks aan raken. Het ontbreekt haar aan overzicht, de schrijfster heeft geen  greep op het materiaal. Net als tijdens haar verblijf in het ziekenhuis, heeft zij in dit boek de touwtjes uit handen gegeven.

Rosita Steenbeek – Intensive care. Verhaal. Prometheus. (***)

Frank van Dijl

Deze recensie werd eerder gepubliceerd in Algemeen Dagblad, 13 maart 2004

0

Reacties