Computers en boeken

De Franse auteur Georges Perec (1936-1982) staat nog steeds bekend als een onwaarschijnlijk getalenteerde taalvirtuoos. Als lid van de groep OuLiPo, die zich toelegde op aan bepaalde formele beperkingen (‘contraintes’) of voorwaarden onderhevige literatuur, onderscheidde hij zich onder meer met zijn roman La Disparition, waarin de klinker e volledig afwezig is. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Perec op het voorstel van zijn Duitse vertaler om een hoorspel voor de Saarländische Rundfunk inging en met het idee kwam om de werking van een computer te simuleren voor de behandeling van een gedicht van Goethe. Er werd dus niet echt een computer gebruikt, ook al omdat er toen eenvoudigweg geen pc’s voor individuele consumenten te koop waren.

Het gedicht zou formeel worden geanalyseerd (met betrekking tot het aantal verzen en woorden, de rijmstructuur enzovoort), waarna Helmling een reeks door Perec bedachte ‘protocollen’ toepaste. In dat opzicht was Helmling natuurlijk veeleer coauteur dan vertaler, en hetzelfde kan worden gezegd over Jan H. Mysjkin, die voor de Nederlandse versie van deze tekst zelf opnieuw de protocollen moest toepassen.

Maar wat moeten we precies onder ‘protocollen’ verstaan? Welnu, het kon bijvoorbeeld gaan om veranderingen van de woordvolgorde, weglatingen, vervangingen van woorden door semantische varianten (bijvoorbeeld ‘bergtop’ door ‘heuvelrug’), metaforische uitbreiding of toevoeging van citaten uit de wereldpoëzie.
Aan het begin van de tekst wordt de werkwijze als volgt toegelicht:

In dit hoorspel hebben we geprobeerd de werking van een computer te simuleren, die de opdracht kreeg om ‘Wandrers Nachtlied’ van Johann Wolfgang von Goethe systematisch te analyseren en te ontleden. Daartoe beschikt de machine over:
1 een hoeveelheid programma’s die haar toelaten het gedicht van verschillende zijden te benaderen, het in zijn diverse aspecten te vatten en alle relevante taaloperaties uit te voeren, die een nieuw licht op het gedicht werpen;
2 een groep processors die geprogrammeerd zijn met:
a het gedicht in kwestie,
b een hoeveelheid direct beschikbare gegevens over de auteur van het gedicht,
c een uitputtende woordenschat van de Nederlandse taal;
d diverse alfabetten die met een fonologische sleutel zijn uitgerust zodat ze woorden kunnen vormen,
e een syntactische sleutel, d.w.z. een grammatica, en
f een welvoorziene keuze gedichten uit de wereldliteratuur.

(…)
Het zal de aandachtige luisteraar duidelijk worden dat dit spel over de taal niet enkel de werking van een machine beschrijft, maar eveneens, hoewel discreter en subtieler, het innerlijke mechanisme van de poëzie blootlegt.

Nemen we bijvoorbeeld de eerste regels van de Nederlandse vertaling van het gedicht in kwestie: ‘over alle bergkoppen / heerst rust, / in alle boomtoppen / ruist / geen zuchtje lauw’. Na de toepassing van een ‘letterverandering in een woord waardoor een schertsend-komische betekenis ontstaat’ krijgen we het volgende resultaat: ‘oker anne belgkoppen / heelst roest / im olle boomsoppen / riest / gien luchtje rauw’. Het moge duidelijk zijn dat dit experiment geen echt ‘leesbare’ tekst oplevert, al is het resultaat natuurlijk wel interessant als studieobject of tijdsdocument en toont het aan dat Perec zijn tijd ver vooruit was. Tenslotte dateert dit (nog steeds op YouTube beluisterbare) hoorspel uit 1967. Het zou dan ook interessant zijn om te weten hoe de in 1982 overleden Perec zou zijn omgegaan met de mogelijkheden die computers tegenwoordig bieden.

Want ondanks alle weerzin en scepsis tegen de intrede van de computer in het boekenvak, blijkt dat de tijd niet is blijven stilstaan. Uitgeefconcerns experimenteren tegenwoordig bijvoorbeeld met algoritmes: door de invoering van allerlei data (diversiteit van het woordgebruik, recensies, de aanwezigheid van seks en geweld in de plot enzovoort) hopen ze het commerciële succes van hun boeken enigszins te voorspellen. Het is ook al heel normaal dat wie online een boek koopt, vervolgens automatisch gegenereerde suggesties krijgt over andere boeken die hem of haar kunnen interesseren. Zou Perec zich hebben afgevraagd of computers ooit in staat zouden zijn om niet alleen bestaande literaire teksten te manipuleren met protocollen, maar werkelijk uit het niets ‘literatuur’ te produceren? Het lijkt een absurd idee, maar dat waren zelfrijdende auto’s in 1967 ook. En misschien heb je niet eens zo’n vreselijk geavanceerd algoritme nodig om een clichématige ‘literaire thriller’ te produceren, maar wellicht staat artificiële intelligentie nog lang niet ver genoeg om een echt, ‘oorspronkelijk’ literair werk voort te brengen, als dat ooit al mogelijk zou worden.

Daan Pieters

Georges Perec – De machine. Vertalend uit het Duits bewerkt en van een nawoord voorzien door Jan H. Mysjkin. Vleugels, Bleiswijk. 64 blz. € 22,35.