Debuut overtuigt niet helemaal

Het verschil tussen het ene debuut en het andere is, dat het ene debuut al bij verschijning oplost in de mist der vergetelheid terwijl over het andere niemand uitgesproken raakt. Uiteraard is zo’n laatste debuut zeldzamer dan het eerste, dat pas een herkansing krijgt als, veel later natuurlijk, blijkt dat het de start van een belangrijk oeuvre was.

Als de hele meute zich op het eerste boek van een beginnend auteur stort, kan dat betekenen dat de literaire komkommertijd is begonnen. Dan houdt de uitgeverij er dus een slim uitgavebeleid op na door boeken die wat meer aandacht verdienen niet uit te brengen in het voor- of najaar maar ergens daartussenin.

Ik houd het niet voor onmogelijk dat de verhalenbundel Het zilveren theeëi van Hermine Landvreugd (26) minder alert was ontvangen als hij zo rond de boekenweek was verschenen, de periode die borg staat voor filevorming voor die leveranciersingangen van de Nederlandse boekwinkels, en die het literaire recensentendom het zicht op de buitenwereld ontneemt door de nog te lezen boeken die met stapels tegelijk worden binnengebracht.

Dus als het even wat rustiger is, en er komt een boek uit dat verhalen belooft ‘in een sfeer van broeierige erotiek of harde seksualiteit’ en dat boek prijkt bovendien met een leuke foto van de schrijfster op het omslag, dan kan dat wel eens leiden tot meer of minder opgewonden verhalen in de pers.

Wat bizarre seks betreft komt de lezer van Het zilveren theeëi werd degelijk aan zijn trekken. In het eerste verhaal treft de ik-figuur haar vriend aan met haar vriendin. De eerste kauwt op een chocolade Zwarte Piet, wat op zichzelf niet zo bijzonder is, ware het niet dat het snoepgoed in het geslacht van het meisje steekt.

Het excuus van de vriend van de ik-figuur getuigt van vindingrijkheid: ‘Dit heeft een diepere betekenislaag. Dit heeft te maken met mij, als zwarte, in een witte samenleving. Dit dient ook een artistiek doel. Ik, als zwarte, schilder een witte.’

In een ander verhaal wordt in een telefooncel fellatio bedreven terwijl de man zijn moeder belt. In het titelverhaal verdwijnen allerlei voorwerpen in het vrouwelijk geslachtsdeel: schuifspeldjes, oorbellen, een wijnfles, tot het zilveren theeëi aan toe.

‘Wat was Selma kwaad geweest, hoe hij het in zijn hoofd had gehaald, dat theeëi was een erfstuk, echt zilver, minstens tweehonderd jaar oud, misschien werd dat wel aangetast door lichaamssappen, haar tante zou zich in haar graf omdraaien als zie zou hebben gezien was Dennis met haar theeëi deed.’

Van de vijf verhalen is het titelverhaal het enige waarin ook wat humor is geslopen, waardoor het niet de sfeer van landerige geilheid van de andere verhalen heeft.

Het zilveren theeëi is geen alledaags debuut. Het is ook niet onverdienstelijk – een boek dat zeker op zijn plaats is in de vakantiekoffer – maar tegelijkertijd nog niet helemaal overtuigend. Hermine Landvreugd beschikt over het vermogen om bizarre situaties te schetsen. Het zou mooi zijn als de schrijfster na haar debuut dit vermogen ook zou weten toe te passen binnen de context van een grotere geheel: een roman, bijvoorbeeld, die het haar mogelijk maakt om haar wat vlakke personages verder uit te diepen.

Frank van Dijl

Hermine Landvreugd – Het zilveren theeëi. De Bezige Bij.

Deze recensie werd eerder gepubliceerd in Algemeen Dagblad van 8 juli 1993.

0