‘Ik zou weg willen’

De 19-jarige Else moet haar lichaam verkopen aan kunsthandelaar Dorsday om haar familie uit de schulden te helpen. Dorsday heeft al sinds zij twaalf of dertien is een oogje op haar. In de novelle Juffrouw Else (1924) doet Arthur Schnitzler verslag van Elses worsteling. Ze wil zich niet prostitueren, maar ze wil ook loyaal zijn jegens haar ouders.

In een innerlijke monoloog overdenkt Else, wier vader dertigduizend gulden heeft vergokt van minderjarige kinderen die onder zijn voogdij staan, al haar opties. Haar situatie is precair. Dorsday loert al jaren op haar en toegeven aan zijn wens en die van haar ouders betekent het definitieve einde van de vrijheid en zelfstandigheid waarnaar Else zo verlangt. Haar moeder wil haar man, een bekende Weense advocaat, en de rest van het gezin niet alleen behoeden voor de financiële afgrond, ze wil ook een schandaal voorkomen. Dat het schandalig is haar dochter uit te leveren aan een man van wie zij niet houdt, komt geen moment bij haar op. Else moet zich opofferen om de familie-eer te redden. Ook de recente historische jeugdroman IJzerkop van Jean-Claude van Rijckeghem thematiseert de seksuele opoffering van een dochter om een vader van zijn schulden te bevrijden.

De innerlijke monoloog past bij de geringe status van de vrouw aan het begin van de twintigste eeuw. Elses bewustzijnsstroom is gelardeerd met meningen, herinneringen, dromen, fantasieën en gedachten, die zij in het echt niet durft uit te spreken. Ze heeft veel te vertellen, maar praat geen enkele keer hardop. Ze praat in gedachten tegen haar moeder, bekritiseert haar ouders en herinnert zich dromen waarin ze van haar vader ‘dertigduizend poppen’ kreeg en dagdroomt dat haar ouders denken dat ze dood is en ze bang is voor een slangenbeet. Ze denkt aan haar lichaam, seks en ‘de ware’. De traditionele vrouwenrol wijst ze echter resoluut af.

Ik zou een man heel gelukkig kunnen maken. Kwam de ware maar. Maar een kind wil ik niet. Ik ben niet moederlijk.

In plaats van een kind wil Else een nieuw leven in Wenen. ‘Ik zou weg willen en kunnen doen waar ik zin in heb.’

Elses denken heeft veel gemeen met dat van haar Nederlandse tijdgenoten Ina uit Een coquette vrouw (1915) en Eva (1927) van Carry van Bruggen, die ook in monologue intérieurs verlangen naar zelfstandigheid en vrijheid. Else heeft echter nog minder autonomie dan Eva en Ina en er staat voor haar meer op het spel. De Nederlandse personages kiezen hun partners zelf en zijn vrij om hen te verlaten, terwijl Else geen enkele uitweg ziet. Terwijl zij Dorsday smeekt om haar vaders schulden te betalen overweegt ze al om zelfmoord te plegen omdat hij haar aanraakt en ze zich vernederd voelt.

Wie ook Duits leest, zou ik de stijve en vrij letterlijke vertaling van Pim Lukkenaer, die hij al in 1987 maakte, afraden. Reclam verkoopt voor vijf euro een nieuwe uitgave van Fräulein Else in de reeks Text und Kontext. Naast de originele tekst bevat de uitgave informatie over de receptie van de novelle, de historische achtergronden en de verschillende bewerkingen die er de afgelopen honderd jaar zijn gemaakt. Dit jaar verscheen Juffrouw Else ook in een soepele Nederlandse vertaling van Elly Schippers in Droomnovelle en andere verhalen van L.J. Veen Klassiek. Ook Schnitzlers andere verhalen in deze bundel zijn prachtig.

Lukkenaer vertaalt ‘Mama ist ziemlich dumm. Von mir hat sie keine Ahnung.’ als ‘Mama is vrij dom. Van mij heeft ze geen vermoeden.’ Dat klinkt alsof de vrouw niet op de hoogte is van het bestaan van haar dochter. Schippers maakt ervan: ‘Mama is nogal dom. Van mij begrijpt ze niets.’

Nog een voorbeeld van het verschil in kwaliteit van beide vertaling. ‘Also, ich soll Herrn Dorsday anpumpen…’, zegt Else tegen zichzelf nadat ze de brief van haar moeder heeft gelezen. ‘Zo, ik moet dus meneer Dorsday een poot uitdraaien…’, maakt Lukkenaer ervan. Schippers’ vertaling luidt: ‘Ik moet meneer Dorsday dus geld te leen vragen…’ Lukkenaer gaat in zijn vertaling op drie niveaus de fout in. Zowel in de Duden als in de Van Dale staat ten eerste dat anpumpen geld lenen betekent. Dorsday wordt ten tweede geen ‘poot uitgedraaid’, wat betekent dat iemand te veel betaalt. Het is de bedoeling dat Else hem iets aanbiedt waar hij al zeven jaar op aast en wat zij niet wil afstaan. Lukkenaer mist dus ten slotte de kern van Schnitzlers novelle.

Marie-José Klaver

Arthur Schnitzler – Droomnovelle en andere verhalen. Uit het Duits vertaald door Elly Schippers. L.J. Veen Klassiek, Amsterdam. 448 blz. € 20,-.
Arthur Schnitzler – Juffrouw Else. Uit het Duits vertaald door Pim Lukkenaer. Astoria Uitgeverij, Benthuizen. 94 blz. € 12,99.
Arthur Schnitzler – Fräulein Else. Reclam XL | Text und Kontext. Reclam, Stuttgart. 114 blz. € 5,20.

5

Reacties