Op de kakstoel van de geestelijke obstipatie

Als cultureel radioverslaggever Bernhard Nevens, kortweg Bern, aan het begin van de coronapandemie thuiszit, kan hij eindelijk verder werken aan een onvoltooid gebleven essay over onvoltooide kunstwerken. Hij heeft het rijk alleen: zijn zoon is op wereldreis, zijn dochter is naar haar vriend en zijn vrouw verzorgt haar moeder die door corona getroffen is. Bern is ook nog een beetje sportverslaggever en sport zelf ook graag. Op een van zijn wielerrondjes rond de stad Utrecht ontmoet hij de oud-wielrenner en cineast Wijnand Veldert.

Het grootste deel van De onvoltooide bestaat uit gesprekken met deze man, die zijn levensverhaal vertelt tijdens tochten op de fiets of lange wandelingen. Daarbij knipoogt Peter Nijssen, hoofdredacteur bij De Arbeiderspers, nadrukkelijk naar Austerlitz van W.G. Sebald. In dat fascinerende boek kom je steeds meer te weten over de hoofdpersoon Austerlitz en het heftige oorlogsverhaal dat zijn leven heeft bepaald.

Bij Veldert is de combinatie getalenteerd wielrenner en regisseur nauwelijks geloofwaardig en zijn drama is een bleke afspiegeling van Austerlitz. Veldert dacht dat hij een geadopteerde joodse jongen is, maar dat thema wordt nauwelijks uitgewerkt. Veldert was daarnaast smoorverliefd op een van zijn actrices, trouwde met haar, maar ze werd ziek en overleed al vrij jong. Drank, verloedering, carrière in het slop.

De gesprekken die de mannen voeren op de racefiets of tijdens het lopen zijn zo potsierlijk, dat je bijna denkt dat het een grap is. Zo neemt Veldert allerlei aantekeningen over het werk van Paul Valéry mee, die hij tijdens het wandelen voorleest. Bern zou er iets aan kunnen hebben voor zijn essay. Ze zeggen zinnen als: ‘Begeef je je daarmee niet zelfs op het gladde ijs van een esthetiek die nostalgie belijdt?’ ‘Ja, zie het als mijn oproep aan de mensheid om heerlijk biedermeierend te mijmeren op de kakstoel van de geestelijke obstipatie.’ Misschien is dit de zoveelste verwijzing naar een literair werk die Nijssen heeft verstopt, want je hebt continu het idee dat je kiekeboe voor literatoren aan het doen bent.

Het lijkt of Nijssen het wereldkampioenschap namedropping wil winnen: honderden namen van wielrenners, regisseurs en componisten worden genoemd. En schrijvers, heel veel schrijvers. F.B. Hotz, Ilja Leonard Pfeijffer, Lars Gustafsson, Alberto Manguel, Proust, Hans Anten, E. du Perron, Tim Krabbé, Plato, Menno ter Braak, Kees Snoek, J.F. Vogelaar, René Boomkens, Walter Benjamin, Guido Morselli, Julio Cortázar, W.G. Sebald, Anton Koolhaas, Toon Tellegen, Stendhal, Malraux, Montaigne, Michaël Krüger, Achterberg, Auden, Celan, Pessoa, Cesare Pavese, Theodor W. Adorno, J. Habermas, Georges Bataille, Péter Nádas, Primo Levi, Dante, Vasalis, Roman Vishniac, Willem Elsschot, Martin Ros, Paul Valéry, Samuel Beckett, Cees Nooteboom, Bert Schierbeek, Sem Dresden, Deelder, David Shields, Philip Roth, Kierkegaard, Racine, Tommy Wieringa, Paolo Cognetti, Kees van Domselaar, Lucebert, Jean Voilier, Goethe, Frank Heinen, Boccaccio, Heere Heersema, Da Costa, Christian Bobin, Onno Blom, Gerbrand Bakker, Ewoud Kieft, Marcel van Roosmalen, Arnon Grunberg, Harry Mulisch, Hölderlin, Umberto Eco, Anna Enquist, Joke J. Hermsen en Ernst Bloch om er maar een paar te noemen.

Grappig dat Onno Blom in dit boek voorkomt, die onlangs in de Volkskrant Peter Nijssen nog interviewde over dit boek. Dat Pfeijffer een paar keer genoemd wordt door zijn eigen redacteur is niet zo verwonderlijk. Dat Bern Jasper en zijn knecht ‘met waardering gelezen’ had kan ook als een inside joke gezien worden voor mensen die weten dat Peter Nijssen Gerbrand Bakker binnen de Privé-domeinreeks heeft gebracht. Nog zo’n vette knipoog vind je bij de ophemeling van dichter Kees van Domselaar door Veldert:

‘Kees is ook van mijn leeftijd, nog iets ouder zelfs. Maar goed, je zou hem ook als dichter kunnen kennen. Er zijn drie bundels van hem verschenen bij De Arbeiderspers. Zeg nou zelf, dat is niet de eerste de beste uitgeverij. Zijn laatste bundel is trouwens nog maar kortgeleden verschenen, De stille fanfare. Eind vorig jaar, begin december schat ik, is die hier in Zeist bij de plaatselijke boekhandel gepresenteerd. Ik was erbij. Er sprak daar zo’n kwibus van de uitgeverij. Eindeloos verhaal, maar verder heel gezellig hoor.’

Drie maal raden wie die kwibus van de uitgeverij was.

Naast al die namen worden we bij elke fietstocht op de hoogte gehouden van de straatnamen, krijgen we de ingrediënten voor maaltijden te weten, worden planten- en vogelsoorten opgesomd en wordt daarnaast wat Wikipediakennis gespuid over de plekken die de mannen aandoen. Allemaal waarschijnlijk volgens het idee ‘Wat af is, is niet gemaakt’ van Valéry, maar het ratjetoe aan literaire, muzikale en biologische verwijzingen leidt helemaal tot niets. Dat zal ongetwijfeld de bedoeling zijn in een boek met de titel De onvoltooide, maar het levert vooral een pretentieuze roman op zonder kraak of smaak.

Coen Peppelenbos

Peter Nijssen – De onvoltooide. De Geus, Amsterdam. 254 blz. € 21,50.

Deze recensie verscheen eerder in een kortere versie in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 14 januari 2022.

2