Tijl Nuyts heeft vandaag met de bundel Vervoersbewijzen de Herman de Coninckprijs 2022 gewonnen. Hij wint € 7.500. De jury:

De bundel Vervoersbewijzen van Tijl Nuyts begint met een motto van Cornel West waarin die stelt dat ‘too many secular thinkers are religiously tone-deaf’. Die toondoofheid voor het religieuze heeft Tijl Nuyts niet. Hij neemt vier engelen mee op de achterbank van zijn wagen, er wordt in zijn gedichten strippoker gespeeld met God en ze leveren de Messias aan huis in bubbelplastic. Je zou de bundel Vervoersbewijzen kunnen lezen als een poging om het alledaagse te verzoenen met het goddelijke. Of beter: om de schijnbare tegenstelling tussen beide op te heffen. Dat levert heel eigenzinnige en fascinerende gedichten op, die volkomen origineel en vernieuwend zijn.

Tijl Nuyts gebruikt de metafoor van de tocht als dominant motief in zijn bundel: dat is een bekende literaire topos (denk aan de Divina Commedia of Kruistocht in spijkerbroek), die de schrijver toelaat allerlei wilde avonturen en kleurrijke personages te introduceren en om meteen iets te zeggen over de ultieme tocht: het leven. In Vervoersbewijzen ben je als lezer achtereenvolgens zes soorten reizigers: een voetganger, een pendelaar, een pelgrim, een toerist, een boodschapper en een vagebond. Elke afdeling is anders van toon, toch verliest de bundel niet aan samenhang, de compositie is superieur. Bepaalde motieven komen terug, zoals dat van het vierkant. In het ene gedicht overschildert een Rus een vergeten schilderij met een zwart vierkant omdat ‘in iedere mens een leegte zit/waar God precies in past’. In het andere, schitterende gedicht maakt een kind een vierkant met zijn vingers om erdoor te kijken: ‘In de rechthoek wordt bewogen/ en bemind; gevloekt, getwijfeld en geloofd.’ Het mag duidelijk zijn dat ook deze bundel zo’n vierkant is waardoor we kijken en waarin de wereld kantelt. Hij is ons vervoersbewijs naar een rijkere, vollere wereld: vol absurdisme, tristesse, agressie, verlangen.

Vervoersbewijzen brengt de lezer een soort augmented reality. De reiziger (zowel de dichter als de lezer: er wordt meer ‘jij’ dan ‘ik’ gebruikt), beleeft de werkelijkheid als in een visioen, wat hij of zij ziet is misschien zintuiglijk niet waarneembaar, maar is in de subjectieve ervaring van deze poëzie wel werkelijk. De bundel heeft vele kwaliteiten, die in dit korte rapport niet allemaal te noemen zijn, zoals de aandacht voor de diversiteit van onze dagelijkse omgeving, voor de meertaligheid ervan. De jury was verrukt over deze poëzie: zij is nieuw, anders, veelzijdig, grappig, geëngageerd, rijk. Vervoersbewijzen nam ons mee op een trip, een trip, die we niet zullen vergeten.

De jury bestond uit: Anne ter Beek, Kristien Bonneure, Elke Brems, Kristien Hemmerechts en Sophie Kok.

3