Onvermogen keuzes te maken

Soms duurt het even voor je een ingang in een boek hebt gevonden. Die ervaring had ik ook bij De tovenaar van Colm Tóibín. Lang dacht ik: ja, dit is een mooi boek over het leven van Thomas Mann. Een lezer zal veel over zijn leven leren, over twee Wereldoorlogen die door dat leven heen worden gevlochten. De schrijver heeft vele bronnen geraadpleegd, en met zoveel dat er blijkbaar al bekend is over het leven van Thomas Mann (Nobelprijswinnaar in 1929, bekend van onder meer De toverberg) is de vraag vooral wat deze gefictionaliseerde biografie nog toevoegt.

In de recensie in de NRC werden vooral de passages over de seksuele geaardheid van Mann als een toevoeging genoemd. Inderdaad zijn er meerdere scènes op verschillende momenten in het leven van Mann (in de roman overigens consequent Thomas genoemd) waarin het draait om zijn geaardheid. In de tijd dat Mann leefde werd homoseksualiteit pervers genoemd. Mann is zich daar zeer bewust van en als hij het Duitsland in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog ontvlucht is hij vooral bang dat de nazi’s zijn dagboeken vinden en hij wordt geopenbaard als een perverseling. Vooral zou hij het dan erg vinden zijn lezerspubliek kwijt te raken. Dat wordt later ook duidelijk als andere schrijvers wel openlijk homofiel zijn, en Mann dat niet durft. Alles staat in dienst van het gelezen willen worden. Zo schrijft hij vijftig jaar lang elke ochtend aan zijn romans en gaat hij in de middag lezen en wandelen. Niemand mag hem uit dat ritme halen. Zijn vrouw Katia zorgt voor de rest. Eenmaal een beroemde schrijver wordt van hem verwacht dat hij zich politiek uitspreekt. Dat valt hem zwaar, en steeds lijkt hij volgzaam, gaat hij in op verzoeken om maar niet terzijde te worden geschoven (te worden gecanceld, om een anachronisme te gebruiken). Pas als hij op late leeftijd, ondanks Amerikaanse druk toch naar Oost-Duitsland gaat, ervaart hij dat zelf als een daad van verzet, van een zelfstandige keuze. Toch wordt ook deze keuze vooral ingegeven door zijn belangrijkste drijfveer en meester: hij wil het lezerspubliek van Oost-Duitsland behouden. Zo lijkt Mann in zekere zin gemankeerd, gedreven door maar één ideaal, en de vraag rijst of dat noodzakelijk is voor enige vorm van succes.

In De tovenaar krijgen de zes kinderen van Mann veel aandacht, al is Mann zelf nauwelijks met ze bezig, behalve toen Katia in een kuuroord zat (waar De toverberg zich afspeelt). Later probeert hij vooral de vrede wat te bewaren en zijn kinderen toelages te geven. Pas met de geboorte van zijn kleinzoon lijkt hij vader te worden en als zijn kleinzoon er is, zijn romans even te vergeten. Hij lijkt als vader op zijn eigen vader, een senator uit Lübeck, die nóg harder en afstandelijker was. Zijn eigen vader sprak voortdurend zijn teleurstelling over Mann uit, misschien dat hij daardoor zo graag wilde slagen.

De ingang voor deze recensie is het overlijden van Klaus, het oudste kind van Thomas en Katia. Het leven van Klaus ging al een tijd bergafwaarts en uiteindelijk nam hij in Zuid-Frankrijk een overdosis en stierf. Mann is op dat moment in Zweden en zou met gemak naar de begrafenis kunnen. Wat je van ieder ander mens zou verwachten, misschien na een eerste schok, is dat alles in het werk zou worden gezet om bij de begrafenis te zijn. Bij Mann gebeurt dat niet. Hij wacht tot iemand anders een beslissing neemt. Zijn vrouw Katia is zo verdrietig dat ze niets doet, zijn dochter Erika staat in de startblokken om alles te regelen, maar hoort graag wat er besloten is. Mann doet niets:

In Chicago liep het tegen het middaguur. Toen Erika wegging, belde hij Elisabeth op, in de wetenschap dat haar moeder het slechte nieuws al had verteld.
Hij vertelde haar dat ze niet naar Cannes gingen.
‘Heeft Erika dat bedacht?’
‘Nee.’
‘Wil mama er niet bij zijn?’
‘Dat weet ik niet zo goed.’
‘Dus dan was het uw beslissing?’
‘Ik heb helemaal niets besloten.’
‘Iemand moet de keuze toch hebben gemaakt.’

Na het telefoongesprek had hij meteen spijt dat hij niet tegen Elisabeth had gezegd dat hij het niet aankon om de kist te zien en erachteraan te rijden door de straten van Cannes terwijl hij wist dat Klaus erin lag. Maar hij kon het vooral niet aan om Katia die tocht te laten afleggen, om te moeten aanzien hoe ze de begraafplaats verliet nadat Klaus in de grond was gestopt terwijl niemand haar kon troosten. Hij wist dat het een slechte keuze was om niet te gaan, en als hij langer aan de telefoon was gebleven, had Elisabeth hem dat vast ingepeperd. Hij vond het bijna jammer dat ze dat niet had gedaan. Hij wenste dat ze een andere keuze hadden gemaakt, en voor hij er erg in had wenste hij dat het hun allemaal bespaard was gebleven, dat het bericht dat Klaus dood was hen nooit had bereikt.

In deze alinea zit voor mij als lezer, meer nog dan overleden zussen, een onderdrukte geaardheid, Wereldoorlogen, de tragiek van de gefictionaliseerde Thomas Mann: geen keuze kunnen maken als het ertoe doet, als het los staat van zijn rol als schrijver. Het knappe aan deze roman is als je over het leven van Mann hebt gelezen, je hem dit onvermogen niet eens kwalijk neemt, maar hem eerder betreurt.

Erik-Jan Hummel

Colm Tóibín – De tovenaar. Vertaald door Lette Vos. De Geus, Amsterdam. 584 blz. € 25,99.