Triviale voorwerpen, ontroering en grote geschiedenis

Elke verzameling is meer dan de som der delen. Verzamelingen, hoe onsamenhangend op het eerste gezicht ook, kunnen soms betekenissen aandragen die een brug slaan met de grote geschiedenis. Het Museum van onvoorwaardelijke overgave, van de Kroatische, sinds het midden van de jaren 1990 in Nederland gevestigde auteur Dubravka Ugresic (1949), opent met de beschrijving van een merkwaardige verzameling van tientallen voorwerpen, uitgestald in een vitrine van de Berlijnse Zoo. Waaronder een plastic speelgoedpistooltje, ijslollystokjes, een kammetje, een bierblikje, een kinderpantoffeltje en een plastic naai-etuitje. Ze kwamen tevoorschijn uit de maag van een zeeolifant, Roland, tot zijn dood in 1961 bewoner van een bassin in de Zoo. Roland gaf de geest vlak voor de DDR De Muur metselde om haar burgers te beletten de grens naar West-Duitsland over te steken.

Museum van onvoorwaardelijke overgave verscheen in 1997. Nu, vijfentwintig jaar later, komt uitgeverij Nijgh & Van Ditmar met een tweede druk, die behoudens een toegevoegd dankwoord van Ugresic niet van de eerste verschilt. Eerder recenseerde ik de eerste druk voor de Leeuwarder Courant; voor deze bespreking baseer ik mij op die recensie, verschenen op 12 april 1997.

Ugresic beschouwde zichzelf niet zozeer als een Kroatische, maar als een Joegoslavische auteur, die schreef in het Servo-Kroatisch. Met het uiteenvallen van Joegoslavië en de burgeroorlog, waarvan Servië en Kroatië als aanstichters mogen gelden, werd het beklemtonen van je Joegoslavische identiteit, in plaats van de Kroatische, zoveel als landverraad. In De cultuur van leugens, een eerder boek van Ugresic, beschreef ze hoe de nieuwe staat Kroatië een net zo nieuwe, valse nationale geschiedenis schiep, door in het collectieve geheugen alles te wissen of over te schilderen wat kon herinneren aan Joegoslavië als sociaal-culturele identiteit. Niet bereid zich te schikken naar het nieuwe, valse, Kroatisch-nationalistisch zelfbeeld, kon ze weinig anders dan kiezen voor vrijwillige ballingschap.

Een balling koestert zijn herinneringen: tot zijn belangrijkste bezittingen behoren fotoalbums en voorwerpen uit de wereld die hij heeft moeten achterlaten. Keer op keer stalt hij ze uit, steeds weer betekenissen zoekend in verbanden tussen hun kleine geschiedenis en de grote geschiedenis van het woeden van de wereld.

Museum van onvoorwaardelijke overgave is zo’n uitstalling. Op het eerste gezicht is er weinig samenhang, maar bij nadere beschouwing blijken de afzonderlijke elementen evenzovele klinknagels van de brug naar de grote geschiedenis. De titel verwijst naar het in 1994 opgeheven museum in Oost-Berlijn, door de Russen ingericht om te herinneren aan de Duitse capitulatie van 1945, maar dat na de val van de Muur nog slechts diende als café voor Russische troepen die wachtten op repatriëring.

Tezamen vormen de elementen van Ugresic’ verzameling – oude foto’s, brieven en een dagboek van haar moeder, verhalen van vrienden in Zagreb, genummerde notities over allerlei voorvallen, triviale voorwerpen – een literair monument dat zowel een verloren gegane tijd gedenkt als een nieuwe tijd ontmaskert. Uit de alledaagsheid van elementen van de verzameling peurt Ugresic poëtische kracht en ontroerende weemoed. Die nergens sentimenteel wordt, want Ugresic is wars van effectbejag en vermijdt grote woorden. Lichtvoetige ironie en oog voor tragikomische details bepalen haar stijl.

Samen met Nationaliteit: geen (1993) en De cultuur van leugens (1995) vormt Museum van onvoorwaardelijke overgave een drieluik, waarin Ugresic haar status van balling en haar verhouding tot haar land van herkomst indringend onderzoekt. Of nee, ‘haar status’ en ‘haar verhouding’ zijn te beperkt uitgedrukt; het gaat hier om literatuur waarvan de betekenis ver uitstijgt boven het domein van het persoonlijke.

Hans van der Heijde

Dubravka Ugresic – Museum van onvoorwaardelijke overgave. Vertaling Roel Schuyt. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam. 336 blz. € 20,00.

1