Het verhalenboekje bij de CPNB-campagne Zomerlezen werd dit jaar samengesteld door Matthijs van Nieuwkerk. Bij de presentatie daarvan sprak hij over de tijd dat hij bij de Volkskrant een soort boekenrubriekje had (een rubriek waarin hij het vooral veel over zichzelf had). Dat hij destijds ook een boek van Heleen van Royen ‘besprak‘ kwam de redactie van de krant wel goed uit, want ze waren blij dat iemand dat boek van Van Royen nam. ‘Dit is precies wat me irriteert aan eh ook de literatuur, het vak zal ik maar zeggen, het dedain, het zuinige wat soms de kop op kan steken. Laat duizend bloemen bloeien, zeg ik altijd.’

1