Berichten uit het ijsgraf

Met een beetje overdrijving kun je de hoofdpersoon uit Waarachtige beschrijvingen uit de permafrost kenschetsen als een van de founding fathers van de Nederlandse natie. Hij was namelijk lid van de expeditie die onder leiding van Willem Barentz vanaf 1596 de Noordoostpassage verkende. Bepakt met allerlei geschenken voor de Chinese keizer leefde indertijd bij menig koop- en zeeman de overtuiging dat op basis van door geograaf en dominee Petrus Plancius nauwkeurig uitgetekende kaarten de doorgang een zaak van tijd was. De afloop van deze rampzalige tocht is bekend: na de ontdekking van Spitsbergen strandde de expeditie op Nova Zembla, waar van drijfhout Het Behouden Huys werd gebouwd en de mannen de barre winter moesten zien door te komen.

Dit verhaal werd pas opgepikt in de 19e eeuw, toen Nederland grote geschiedenissen nodig had om het jonge koninkrijk te legitimeren. Het tot dan toe vergeten dagboek Om de Noord van bemanningslid Gerrit de Veer werd hét heldenepos over dappere, voorbeeldige landgenoten. Nu wil het geval dat de hoofdpersoon, wiens naam zijdelings wordt genoemd en Bartolomeo luidt, nooit heeft bestaan, maar als dichter/bard door schrijver Donald Niedekker is toegevoegd aan de bemanning. Hij stierf in januari 1597, omdat hij als ijdele kunstenaar een leren hoed droeg in plaats van een lichaamsbedekkende muts. Door de klimaatverandering komt hij 425 jaar later tot leven en waait zijn geest over dit ijskoude land. Een dode ziel, die ‘als de trommel van een sjamaan waarop verschillende werelden zijn afgebeeld’ verhalen aan ons doorgeeft.

Symbool voor dat doorgeven is het matroesjka-ei dat de hoofdpersoon van zijn goochelende vader – een Amsterdamse houthandelaar die veel in Finland en Rusland verblijft – krijgt. Afgezien van het mysterie over wat er in het allerkleinste ei kan zitten, komt dit Droste-effect op allerlei manieren terug. Wanneer de hoofdpersoon zijn leraar beschrijft staat er:

Mijn joodse leraar op de Latijnse school […] was van mening dat ik om te zingen moest zwerven. Eerst dertig jaar studeren, dan dertig jaar reizen, dan dertig jaar schrijven. Dat had hij van zijn leraar in Gent geleerd en die had het van zijn leraar in Lissabon en die van zijn leraar in Toledo, die Aristoteles uit het Arabisch naar het Hebreeuws en toen naar het Latijn had vertaald, want dat had zijn leraar aangeraden en zo ging het steeds verder terug tot Ibn Battoeta aan toe

Zijn grootmoeder gaf hem de kunst van het vertellen door:

Haar woorden parelden op als een borrelen van water en luchtbellen uit een verkwikkende bron. ‘Ik weet nog iets, zegt ze. ‘‘‘Ik weet nog iets’’ zei de haan tegen de vos. ‘‘Ik weet nog meer.’’ De vos hield de haan in de nek geklauwd en wilde toehappen.
‘‘Wat een gratie in je houding. Heel waardig. Maar je vader kon dit beter,’’ zei de haan,’ zei grootmoeder hoog en benauwd als kreeg ze geen lucht.

Zoals de haan de vos steeds weer weet te verleiden en vaster in zijn greep houdt, zo smacht de lezer naar meer verhalen vanuit de koude grond. Maar de herinneringen van de verteller zijn door eeuwenlange rudimentaire verzakkingen behoorlijk door elkaar gehusseld, zodat de lijntjes niet zomaar bij elkaar komen. Wel stelt hij dat hij de zestiende eeuw ‘voor geen goud’ had willen missen. Nieuwe horizonnen verrezen toen, waardoor cartografische aannames bijgesteld moesten worden. Een ongelooflijke tijd, die de wereld voorgoed veranderde. De passages over de topografische kaarten van de Petrus Plancius kun je ook lezen als aanwijzingen, die richtingen aangeven, die weer koersen bepalen, die weer leiden naar een bestemmingen, die weer garant staan voor meer verhalen.

Van alle indrukken en geluiden die de hoofdpersoon in zijn ijsgraf heeft verzameld is één voorzien van een titanische kracht. Als glaszetters op een Finse werf in 1961 beleven dat alle ruiten van een nieuwe ijsbreker springen, blijkt dat ze te maken hebben met de seismische schok van de Grote Ivan, oftewel de waterstofbom van Andrej Sacharov. Hier zou het grote verhaal kunnen eindigen, maar niet voor de bard/dichter. Met de definitieve dooi op komst zal de verrezen geest nog talloze gestolde verhalen willen doorgeven.

Donald Niedekker geeft ons een bijzondere inkijk in tijd en ruimte van de Noordelijke poolstreken, gebieden die we vooral kennen uit dagboeken, impressies en overleveringen. ‘Je had erbij moeten zijn’ is de eerste aanzet tot een nieuw verhaal, net als ‘In die dagen’ of ‘Er was eens’. Waarachtige beschrijvingen uit de permafrost begint steeds opnieuw en geeft het vervolg allure in rijke, eigenzinnige en beeldende taal. Een grootse roman voor avonturiers, kaartliefhebbers, impressionisten, historici en dichters en verder iedereen die zich Om de Noord (niet) herinnert.

Jaap Krol

Donald Niedekker – Waarachtige beschrijvingen uit de permafrost. Koppernik, Amsterdam. 213 blz. € 21,50

Naschrift, want de werkelijkheid haalt de fictie soms in: ‘De stoffelijke resten van Nederlandse walvisvaarders op Spitsbergen zijn in gevaar doordat de bodem op het eiland ontdooit. Er zijn graven die niet meer te redden zijn, zeggen onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen. Dat komt door de klimaatverandering, zeggen ze: die heeft al geleid tot een temperatuurstijging van vier graden sinds de jaren 70, en nog steeds wordt het warmer. De graven liggen nu niet meer in het ijs. De walvisvaarders verbleven in de 17e eeuw in de nederzetting Smeerenburg. Rond 1980 zijn daar nog skeletten gevonden met intacte kleding’ (NOS Teletekst, 6 september 2022)

1