‘Gaat het goed, dat sterven?’

Als de liefde is een ontroerende novelle, die ik in één ruk heb uitgelezen. We lezen het verhaal van een ex-begrafenisondernemer, die in het begin naar eigen zeggen bang is voor de dood. De dood bezweert hij als begrafenisondernemer door rituelen en doordat het onbekenden zijn die hij begraaft. Tegelijkertijd is de dood de scheppende kracht in zijn leven als hij met pensioen gaat. Het brengt mensen op zijn pad en vult zijn dagen.

Henk (‘Honk’) heeft nooit iets met zijn opleiding aan de kunstacademie gedaan, maar het uitvaartbedrijf van zijn vader overgenomen. Hij vindt zingeving door met zelfbedachte rituelen voor waardige uitvaarten te zorgen en het leed van de nabestaanden wat te verzachten. Op een gegeven moment komt hij tot de ontdekking dat hij tijdens het vormgeven van de dood van anderen vergeten is zelf iets van zijn leven te maken. Hij gaat met pensioen en veroordeelt zichzelf tot vrijheid. Hij wil gaan reizen. Maar algauw bepalen de anderen zijn dagen. Zijn zwangere dochter en haar vriend trekken bij hem in, dus reizen komt er niet meer van. Ik treed zo min mogelijk in detail om spoilers te voorkomen.

Henk besluit weer te gaan daten. Op het gebied van de lust valt er genoeg te beleven, maar aanvankelijk blijft de liefde achter.

Niet één vrouw van 24 schreef namelijk: ‘Ik zoek een rustige ex-uitvaartondernemer van een jaar of zestig met een verbouwde Volkswagen.’

Uiteindelijk komt hij de weduwe van een man die hij heeft begraven tegen op de datingsite/app. Hij raakt verstrikt tussen zijn ‘Eerste Grote Liefde’ en zijn ‘Tweede Grote Liefde’.

Er volgt een verhaal dat doordesemd is met de dood en andere existentiële thema’s, op Sartriaanse leest geschoeid. Henk worstelt met de vrijheid om zijn eigen leven in te richten en de beperkende rol van anderen daarin; hij worstelt met hoop, met identiteit en met de dood van anderen, om zich maar niet om zijn eigen “levensproject” te hoeven bekommeren. ‘Wat is tragiek? Het verkeerde idee over jezelf hebben is ook tragiek!’ Daarbij fungeert het 15e-eeuwse moralistische verhaal van Elckerlyc als archetypische ondergrond. Net als in Elckerlyc zijn mensen uit de novelle soms personificaties. ‘De dood is de meest hardnekkige minnaar die ik ken, en zoals je weet heb ik al mijn minnaars de deur gewezen. Maar deze moet ik toelaten, denk ik.’ In de novelle staan de nodige rake regels: ‘Sommige ziekten zijn grote carnivoren, de dood moet het vaak doen met restjes.’

Het verhaal is dronken van symboliek en verwijzingen (‘Koning Morpheus is iets aan het afspreken met de dood, maar wat weet ik niet.’), maar als je deze negeert – wat ik niet zou doen – blijft het nog steeds fier overeind staan.

Æde de Jong

Theodor Holman – Als de liefde. Sunny Home, Hengelo. 128 blz. € 18,95.

3