In zijn column in De Standaard schrijft Christophe Vekeman dat hij stopt met het schrijven van fictie. Hij ervaart een gebrek aan vrijheid nu zelfs Winnetou uit de schappen verwijderd wordt (door overigens maar één uitgever in Nederland). Volgens Vekeman kan een schrijver pas functioneren ‘Door nietsontziend te ver te gaan.’

In een dergelijke sfeer is het niet langer mogelijk, merk ik, mijn fantasie à volonté de vrije loop te laten, zoals ik ook niet op het droge zwemmen kan. Waren het vroeger mijn idolen die over mijn schouder meekeken als ik mijn proza neerkraste, heden ben ik mij zin na zin bewust van de blikken der vrijheids­vijandige fatsoenfanatici die maken dat ik op mijn woorden zit te letten om ­oneigenlijke redenen – redenen die niets met stilistiek te maken hebben.

Maar dat betekent niet dat Vekeman geen boeken meer zal schrijven, blijkt uit de laatste zin van de column:

Ik zal geen personages meer ­creëren. Vanaf nu ben ik als schrijver enkel nog mezelf. U bent kortom minder dan ooit van mij af.

2