Alle gedichten van de regenboog

De jongen die niet tot half drie mag opblijven om enge zombieseries te kijken en niet mag spieken geeft Nick stiekem een zoen in het gedicht ‘Wat jongens niet mogen doen’. De stiekeme zoen sluit een lange reeks opvoedkundige en schoolse verboden, opgelegd door ouders en leerkrachten, af. Dat jongens jongens niet mogen zoenen zegt niemand. Dit verbod heeft de jongen al op jonge leeftijd verinnerlijkt. Maar hij doet het toch.

‘Wat jongens niet mogen doen’ is het openingsgedicht van Pim Lammers’ poëziedebuut Ik denk dat ik ontvoerd ben, een heerlijke dichtbundel voor kinderen vanaf een jaar of acht. De gedichten over verliefdheden, vriendschappen, ouders, grootouders, broers en zussen, ooms en tantes, neven en nichten, huisdieren, school, avonturen en echtscheidingen hebben een vanzelfsprekende diversiteit, die terugkomt in de prachtige illustraties van Sarah van Dongen. Het lyrische ik is homo, hetero, bi, non-binair, transseksueel of zoekende. Tante Ben is hen. De gezinnen bestaan uit een vader en een moeder of twee moeders, broers zijn verliefd op Bas, Meltem is op ‘Joeri, Jelle en Jelmer’ tegelijk. Ook de namen representeren verschillende afkomsten: Johan, Mimoen, Ayla, Loek, Faat, Tjin, Lorenzo.

In veel gedichten houdt Lammers, die een aantal succesvolle inclusieve kinderboeken schreef, het luchtig, zonder oppervlakkig te worden. Dat maakt van Ik denk dat ik ontvoerd ben een aantrekkelijke bundel die voor iedereen toegankelijk is. Je hoeft nooit eerder poëzie gelezen te hebben om Lammers’ gedichten te snappen. Neem ‘Familie kies je niet’ waarin de vriendschap tussen ‘Mick en ik’ centraal staat, een vriendschap die zo hecht geworden is dat de jongens zich broers voelen.

Mick en ik waren eerst buren,
toen vrienden, toen beste vrienden
en nu zijn we broers.

Volgens de moeder van ‘ik’ kan dat niet: ‘Familie kies je niet’. Maar waarom zou je geloof hechten aan wat een moeder zegt die vindt dat ‘alle honden altijd stinken’ en dat ‘zeven uur een prima bedtijd is’? Zo’n familieverbod vraagt om actie. De jongens lopen weg en plaatsen een advertentie in de krant:

Twee broers zoeken ouders.
Proeftijd: één jaar. Honden: pluspunt.
Kinderen geen bezwaar.

De wending die het gedicht neemt, is typisch voor deze bundel. Lammers speelt meesterlijk met de lezersverwachtingen. Vrijwel alle gedichten eindigen net iets anders dan de eerste regels doen vermoeden. Dat maak dat je doorleest en elk gedicht opnieuw wilt lezen om te kijken wat er nu eigenlijk gebeurt. Ik denk dat ik ontvoerd ben is zo goed dat er al voor het verschijnen drie gedichten uit zijn opgenomen in de splinternieuwe jeugdpoëziebloemlezing Heel de wereld wordt wakker die is samengesteld door Jaap Robben.

In de wendingen zit vaak de wrevel die kinderen voelen als hun ouders te bemoeizuchtig of te streng zijn. Of de angst dat ouders uit elkaar gaan. Zoenende ouders zijn walgelijk maakt het gedicht ‘Verboden te kussen’ duidelijk, maar na een periode van ruzie en spanning mogen ze wel zoenen, dat is tenminste een teken dat ze niet gaan scheiden:

Gelukkig.
Het is weer goed tussen hen.

Niet alle ouders blijven bij elkaar. De boomhut waar zijn vader maanden aan heeft gewerkt hoeft de zoon niet meer nu zij uit elkaar zijn en zijn vader naar ‘de verre stad’ is verhuisd. De hut herinnert hem te veel aan het gemis.

‘Het is echt geen ruimteschip / dat op onze oprit staat’. Met deze woorden verdedigt een jongen die gepest wordt vanwege zijn afkomst zich. De jongens in zijn klas zeggen dat hij een buitenlander, ‘niet van hier’, is en schelden hem uit. De auto van het gezin bewijst dat hij wel van hier is.

een rode Volkswagen Polo,
Benzine, 121.761 kilometer,
75 pk, 4-cilinder, een automaat.

Niet alleen feiten moeten de pesters overtuigen, ook de fantasie strijdt mee. In de illustratie bij het gedicht zien we een donkere jongen, die verdiept is in een boek over het heelal. De tekening uit het boek loopt in de achtergrond van de tekening over en vult bijna de hele pagina, wat het idee versterkt dat menszijn universeel is, wat de pesters ook mogen beweren. Op het omslag staat een soortgelijke tekening van een meisje dat een boek over vissen leest en tegelijkertijd helemaal verdwijnt in een onderwaterwereld, één van de mooiste coverillustraties die ik in lange tijd zag,

In een ander gedicht, ‘Onderbroekenfeest’, wordt pesten met absurdisme bestreden. In de fantasie van vader en zoon moet pester Nino in zijn onderbroek een liedje op een podium zingen. De gepeste jongen maakt er in zijn hoofd een hele voorstelling van, Nino’s Onderbroekenfeest, en denkt:

misschien was één keer ‘sorry’
ook al genoeg geweest.

Verfilming van ‘Familie kies je niet’ (Filmdok)

Marie-José Klaver

Pim Lammers – Ik denk dat ik ontvoerd ben en andere gedichten. Met tekeningen van Sarah van Dongen. Querido, Amsterdam. 118 blz. € 16,99.

3