In Lima is de Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa op 89-jarige leeftijd overleden. In 2010 kreeg hij de Nobelprijs voor literatuur voor zijn oeuvre. Naast zijn literaire werk bemoeide hij zich ook met de politiek. In 1990 deed hij mee aan de presidentsverkiezingen in Peru voor Fredemo (Frente Democrático), maar hij verloor in de tweede ronde van Alberto Fujimori.

Uitgeverij Meulenhoff geeft al sinds de jaren zestig het werk van Mario Vargas Llosa uit. In een persbericht schrijft de uitgever:

Vargas Llosa wordt in besloten kring in Peru gecremeerd. Hij laat een indrukwekkend oeuvre achter dat generaties lezers heeft geïnspireerd en uitgedaagd. Zijn werk zal blijven voortleven als een krachtig testament van de menselijke strijd tegen onrecht en onderdrukking.

In 1977 interviewde Barber van de Pol Vargas Llosa voor Bzzletin. De grote golf aan Latijns-Amerikaanse literatuur moest toen nog komen:

De schrijvers uit Latijns-Amerika lijken soms wel wat op ambassadeurs die vertellen wat er echt in hun land gebeurt.
Het woord ambassadeur bevalt me niet. Dat roept te veel officiële connotaties op die de literatuur niet verdraagt. Schrijven betekent voor mij iets als de advocaat zijn voor de duivel van de maatschappij. Via de schrijver wordt precies uitgedrukt wat verboden is of onderdrukt wordt. Bepaalde ambities, neigingen, dromen vinden hun uitdrukking in de literatuur. De drijfveren tot het schrijven van fictie zijn volgens mij altijd negatief, in die zin dat je niet tevreden bent, meer wilt, anders wilt. In sommige landen, bijvoorbeeld op mijn continent, krijg je dan gauw politiek getinte boeken omdat de problemen daar nu eenmaal van die orde zijn. In andere samenlevingen, waar die problemen lang zo scherp niet liggen, drukt de literatuur een ander type behoeften, illusies uit. Zo zal het in Holland, in Zweden zijn. Bij jullie zullen de problemen niet persé een duidelijke politieke lading hebben. Bij jullie ligt de nadruk misschien op een ander soort verlangens, instincten, die in de maatschappij niet aan hun trekken komen. Maar literatuur is altijd de andere kant van zoals het in werkelijkheid is. Frustrerend blijft het: je bent per definitie nooit tevreden. Je verlangen ligt altijd voorbij de werkelijkheid.

Toen hij de Nobelprijs won in 2010 had hij nog een advies voor jonge schrijvers:

Werk heel hard en geniet van wat je doet. Ik denk dat het essentieel is als je een literaire roeping hebt om te weten dat schrijven, door deze roeping te volgen, je het meest beloont voor wat je doet. En ik denk dat als je met dit gevoel werkt, de kans veel groter is dat wat je schrijft goede literatuur zal zijn, dat je zult slagen als schrijver. Als je op een mechanische manier schrijft, dan heb je een baan zoals elke andere baan. Ik denk dat schrijven, componeren of schilderen natuurlijk ook een baan is, maar het is een heel bijzonder soort baan, waarin je door het uitoefenen van de baan al een fantastische beloning ontvangt voor wat je doet. Je doet iets waarin je jezelf realiseert, iets bereikt wat een zeer belangrijke noodzaak was voor je eigen persoonlijkheid om, hoe zal ik het zeggen, loyaal aan jezelf te zijn. Dat zou mijn advies zijn aan een jonge schrijver: geniet van wat je doet, wees zeer serieus in zelfkritiek en ontvang dit soort complimenten dat je tevreden moet zijn met wat je doet.

De stad en de honden, Het groene huis en Gesprek in de kathedraal worden tot zijn topwerken gerekend. Op Tzum vind je recensies van Bittere tijden, De bescheiden held en De oorlog van het einde van de wereld.

(foto Mario_Vargas_Llosa_(2010) Daniele Devoti CC BY 2.0, ia Wikimedia)