Recensie: Geert van der Kolk – Het tekstbureau van Alfons Hoefjes
Wiegende bevallige billen
Alfons Hoefjes in Het tekstbureau van Alfons Hoefjes, de nieuwe roman van Geert van der Kolk, is niet de eerste kleine, ploeterende zelfstandige van de Nederlandse literatuur. De beroemdste is vermoedelijk Willem Elsschots Frans Laarmans, de statusgevoelige kaashandelaar. En net als Laarmans, is ook Hoefjes uit op aanzien. Hij noemt zijn zaakje ‘Internationaal tekstbureau’. Dan mag je wat verwachten.
Geert van der Kolk schreef al een rij romans en verhalenbundels naast zijn werk als buitenlands correspondent voor onder meer Het Parool. Hij woonde lang in de Verenigde Staten en resideert nu in Parijs. Toch ademt zijn werk een ouderwets Nederlandse sfeer. Alleen die naam van de protagonist al. Deze woont in het oosten van het land en ook zijn klanten komen niet uit de Randstad. Dalfsen, Doetinchem, desnoods Dronten, in geen geval Amsterdam. Welke in Nederland wonende schrijver zou zoiets tegenwoordig nog aandurven?
Van der Kolk durft nog meer. Hij laat zijn verteller en personages grappen maken over regionale tradities, naïeve antropologen, leeghoofden die een politieke partij willen beginnen en doet je ondertussen ook twijfelen aan de intrinsieke waarde van gefictionaliseerde non-fictie. Heeft allemaal te maken met de nogal uiteenlopende klanten van Hoefjes’ tekstbureautje. Een verliefde man die geen liefdesbrieven kan schrijven en daarom maar Alfons inhuurt, een artistiekerige schooljuf die een brochure wenst over een buitengewone onderwijsinstelling, maar in de eerste plaats toch Jan Bastiaanse, die een gedegen familiegeschiedenis op papier verlangt.
Probleem is echter dat de man niet over ander materiaal beschikt dan wat droge feitjes en data. Eerst denkt Hoefjes daar niets mee aan te kunnen vangen, maar als hij uit de losse pols een erotisch verhaaltje schrijft om mee aan te tonen dat je in zulke gevallen de gekste dingen wel kunt opschrijven, raakt Bastiaanse alleen maar enthousiaster. Hoefjes begrijpt dat er een mooie opdracht in zit en stapt over zijn bezwaren heen. Wat volgt is een volkomen uit Hoefjes’ duim gezogen stuk nep-geschiedenis, dat de opdrachtgever aan een indrukwekkend verleden helpt. Met name de erotische passages kunnen Bastiaanse niet uitvoerig genoeg zijn, maar wel in het betamelijke:
Ze ging hem voor op de steile ladder naar de hooizolder en Hendrik kon nu niet alleen haar enkels van dichtbij zien, maar ook haar welgevormde kuiten. Boven zijn hoofd wiegden haar bevallige billen op elke trede en wenkten hem naar het zachte, geurige hooi.
Ook Van der Kolk heeft deze verhaallijn verreweg de meeste ruimte gegeven, ten koste van die met de andere klanten en de contacten met Alfons’ sarcastische ‘platonische vriendin’ Ineke. Zeker na de steeds terugkerende erotische grappigheden over ‘Sallandse intieme gebruiken’, waaronder ‘het stoute varkentje’, begin je ervan overtuigd te raken dat van der Kolk de balans wat beter in het oog had moeten houden. Daarbij ligt oubolligheid, ironie is echt wat anders, voortdurend op de loer.
Elke klant is een verhaaltje op zichzelf en houdt, op soms een door Alfons opnieuw te gebruiken tekstje na, niet veel verband met een ander. Zo werkt dat bij een tekstbureau, kun je zeggen, maar zo werkt dat niet in een roman. De al voor het oprichten ter ziele gegane politieke partij bijvoorbeeld komt en gaat zonder enige toevoeging en had ook achterwege kunnen blijven, tenzij er een verband was geweest met de rest van het boek. Het tekstbureau van Alfons Hoefjes is daarmee eerder een halfbakken verhalenbundel dan een samenhangende roman.
André Keikes
Geert van der Kolk – Het tekstbureau van Alfons Hoefjes. De Kring – Amsterdam. 272 blz. € 22,50.

