Recensie: Buddy Tegenbosch – Livestream
Boeken hoeven niet op te voeden
Moet een Young Adult-boek de lezer opvoeden of alleen vermaken? Die vraag komt op als je als volwassene het boek Livestream van Buddy Tegenbosch leest. Livestream kwam uit voor de bekroonde jeugdtitels Match en Jimi Fender Johnson. Net als in dat laatste boek gaat een hoofdpersonage naar de Verenigde Staten en beleeft hij daar allerlei avonturen, beide hoofdpersonages worden meteen verliefd. Sowieso hebben beide boeken een hoog tempo, zijn er deadlines en tijdsdruk. Verschillen zijn er ook: in Jimi Fender Johnson reist de hoofdpersoon Jimi door de tijd, Rick uit Livestream gaat met het vliegtuig. Rick bevindt zich in een crimineler circuit. Livestream is als vermaak erg geslaagd, maar als opvoedkundig boek heb ik mijn twijfels.
Voor een leerling, uit zeg klas 2, is Livestream goed te volgen. De proloog begint als volgt:
Het klinkt misschien wat dramatisch, maar mijn leven begon pas toen ik zeventien was. Of om precies te zijn: toen ik zeventien, drie maanden en vier dagen was, in de metro van Newark naar Manhattan zat en in gesprek raakte met Kris.
Maar voordat ik je vertel over Kris, over onze ontmoeting en vooral over wat er de nacht die daarop volgde gebeurde, is het misschien handig om mezelf even voor te stellen.
Ik ben Rick en ik zit in de vierde. Net als vorig jaar, trouwens. En omdat ik niet het idee had dat het dit jaar beter zou gaan, nam ik een besluit.
De woorden zijn niet te moeilijk, de zinnen niet te lang. In weinig woorden wordt ook veel opgeroepen: een leven begint pas, wat is er dan voor iets heftigs gebeurd tussen Rick en Kris? Hier wordt, als het boek helemaal gelezen is, ook de doelgroep wel duidelijk. Leerlingen, pubers, zullen misschien deze grote woorden terecht vinden, terwijl hun docenten en ouders kunnen denken: nou, leuk avontuur, maar het begin van je leven? Of Rick moet in de beginzinnen al meer weten dan de lezer na het open einde weet. De lezer wordt direct aangesproken door Rick, en mag hem dicht op de huid zitten. Dat werkt goed, want de lezer leeft de rest van het boek erg met hem mee. Het voorstellen gebeurt wel erg summier: hij doet klas vier voor de tweede keer en hij heet Rick. Dan weet je eigenlijk net niets van hem. Later hoor je dat hij op voetbal zit en komt er een verhandeling over wel of geen vlees eten. Misschien is dit ook heel bewust en slim gedaan: hoe leger het personage, hoe meer lezers zich met hem kunnen identificeren, en hoe sneller het boek gaat. Het besluit kondigt ook weer spanning aan, maar wordt snel daarna uitgelegd. Rick gaat twee weken naar New York om daar bij een achterneef te overnachten, om er even uit te zijn.
Een cruciale gebeurtenis volgt al snel als Rick inderdaad Kris in de metro ziet:
Wanneer ik me nog wat verder draai, kijk ik recht in haar gezicht.
Ik heb wel eens zo’n romantische film gezien. Twee mensen doen alsof ze door de bliksem getroffen worden als ze elkaar ontmoeten. Verstijfd. Electrified. Onzin, dacht ik altijd. Romantische onzin.
Het is geen onzin. Het gebeurde. In het echt. Daar, in die metro. Met als klein verschil dat ik de enige van ons tweeën was die zo reageerde.
Dit moment is misschien lastig voor jeugdige lezers. Als ze een dergelijk moment zelf hebben meegemaakt, dan zullen ze meegaan in het verhaal. Als ze het niet herkennen, vraagt de verteller aan de lezer om hem vooralsnog te geloven, het bekende suspension of disbelief. Daar lijkt de verteller zich van bewust, doordat hij aangeeft dat hij op slag verliefd worden ook altijd onzin vond. Dus de lezers die dat ook vinden, krijgen begrip van de verteller. Weer worden zo veel mogelijk lezers meegenomen met het verhaal. Dat is knap. Als je als lezer meegaat, dan is de kans groot dat je ook bij de volgende half geloofwaardige gebeurtenissen de verteller vertrouwt. Ook handig is dat de verteller twee keer een samenvatting geeft van wat tot dan toe is gebeurd. Natuurlijk komen Rick en Kris elkaar weer tegen. Er zijn twee prachtige twisten in het plot, die onverwacht komen, maar terugdenkend aan wat er is gebeurd, ook niet heel vreemd zijn. Ook dat is knap: veel details die terloops worden genoemd zijn later voor de plot relevant.
Soms krijg je als lezer het idee dat de schrijver lezers een boodschap mee wil geven. In dit boek gaat het bijvoorbeeld over transpersonen, en wordt de lezer daar over geïnformeerd. Kris zegt een keer tegen Rick: ‘Als je echt jezelf durft te zijn, hoef je nergens bij te horen, dan willen de mensen bij jou horen.’ Dat kan op een tegeltje, en het is iets wat pubers bezig houdt, maar ergens is het ook wat moralistisch. Wat meer moraal was voor een oudere lezer misschien ook goed geweest. In het boek krijgt de gokindustrie een grote rol, daar komt uitleg over, maar geen oordeel. Zeker nu steeds meer jongeren gokverslaafd worden, ligt hier een taak van ouders en docenten om hier wel het gesprek over aan te gaan.
Kortom, Livestream is zeer geschikt voor jonge lezers, klas 2 bijvoorbeeld. De taal is niet te moeilijk, en de verteller doet zijn best om de lezer mee te krijgen. De verteller is als personage niet erg ingevuld, er is veel actie en snelheid, de lezer wordt begrepen, de verteller vat samen, details zijn nuttig voor het plot. De plottwisten komen onverwacht, maar niet te onverwacht. Er blijft genoeg over om met leerlingen te bespreken, dus lees dit boek vooral klassikaal.
Erik-Jan Hummel
Buddy Tegenbosch – Livestream. Van Goor, Amsterdam. 192 blz. € 17,95.
Leerlingen in het voorgezet onderwijs lezen graag eigentijdse populaire jeugdboeken: van Mel Wallis de Vries tot Cis Meijer of Anna Woltz en Maren Stoffels. Deze zomervakantie lezen redacteuren van Tzum en docenten Nederlands enkele van deze boeken en vellen hierover hun deskundig oordeel. Hier vind je de boeken die eerder besproken zijn.
