Recensie: Daan Borrel – De duivelsberg
Aan u gebonden ben ik vrij
Van Oorschot rijgt in de Terloopsreeks het ene pareltje aan het andere. Boekjes van geringe omvang die een ruime binnen- en buitenwereld openen en de reikwijdte van je gedachtes vergroten. Je krijgt stante pede zin om je wandelschoenen aan te trekken, de besproken paden op te gaan. Zo ook bij De duivelsberg, het deeltje van Daan Borrel. Zij neemt ons mee naar een deel van het Pieterpad tussen Millingen aan de Rijn en Groesbeek, tegen de Duitse grens. In slechts 62 pagina’s verknoopt zij intieme introspecties aan boeiende, filosofische reflecties over de betekenis van wandelen.
Terwijl we met Borrel meelopen, mijmert ze over de eerste keer dat ze deze tocht maakte, samen met haar moeder. Vlak voordat ze vertrok, ontdekte ze dat ze zwanger was. Nu ze, vier jaar later, in haar eentje voor de tweede keer deze wandeling gaat maken, contempleert ze op de betekenis die we aan wandelen toekennen. Bondig deelt Borrel analyses van ‘witte, welgestelde mannen’ als Goethe, Henry David Thoreau en Rousseau die wandelen zien als een middel om een ‘lege, vrije staat van zijn’ te bereiken in een ongerept landschap. Zo’n staat van zelfstandigheid was voor hen een noodzakelijke voorwaarde voor het denken en filosoferen. Dit westerse, masculiene ideaal van het nastreven van totale autonomie als middel en doel voor een wandelaar vormt het middelpunt van Borrels overpeinzingen.
Dit type boekjes (kort en krachtig) vraagt om bijzondere aandacht voor de constructie van je verhaal en Borrel weet daar zeer goed weg mee. Subtiel terloops peinzend en behoedzaam formulerend onderzoekt ze aspecten als autonomie, veiligheid, kalmte en wilde natuur, om zo gaandeweg sensitief af te pellen wat wandelen betekent als je geen witte, hoogopgeleide man uit een hoge sociaaleconomische klasse bent, maar vrouw en moeder. Is los van alles en iedereen wandelen het hoogst haalbare?
Uit Wanderlust van Rebecca Solnit extraheert Borrel treffende observaties, o.a. over bewegingsvrijheid voor vrouwen: ‘Wandelen is voor vrouwen bijna altijd vermengd geweest met verzet: met elke stap die je neemt, neem je ruimte in. Publieke ruimte.’ Meanderend tussen de twee door haar afgelegde wandelingen en tussen uiteenlopende filosofieën ervaar je Borrels metamorfose en verruim je je eigen blik over de contemplatieve, spirituele en esthetische ervaringen van wandelen.
De tweede keer dat Borrel de wandeling maakt, in haar eentje, met haar vierjarige dochter Sadie thuis, komt ze haar ‘onafhankelijkheid terughalen’. Ze wil bewust niet wandelen om te verwerken zoals de vrouwen in het werk van Cheryl Strayed, Raynor Winn, Silvia Vasquez-Lavado of Anya Niewierra. Op de terugweg, in de trein, reflecteert Borrel op wat wandelen haar in het beste geval oplevert: ‘door even uit al die verbanden te stappen, kan ik er van een afstandje naar kijken, kom ik los van mijzelf. En kan ik ook weer vol overgave kiezen voor al die verbindingen en identiteiten. Die ruimte voelt als ware vrijheid.’
Overtuigend laat Borrel zien dat het achterhaald is om te denken dat afhankelijkheid aan anderen ‘vrijheid, denken of een bedachtzaam leven in de weg staan. Zelfs in momenten van grootse afhankelijkheid kun je je heel vrij voelen’. Het woordje ‘zelfs’ zou hier nog vervangen mogen worden door ‘juist’. Met De duivelsberg toont Borrel dat juist het bevestigen van keuzes, juist het hernieuwen van verbindingen, onlosmakelijk hoort bij het ervaren van onafhankelijkheid en bij het solitaire wandelen anno nu.
Miriam Piters
Daan Borrel – De duivelsberg. Van Oorschot, Amsterdam. 62 blz. € 13,50.

