Spreidingswet voor dikhuiden

Het maatschappelijk debat, al langere tijd ontaard in hevige polarisatie tussen activistische groepen die elkaar niet meer willen horen of zien en daarmee elkaars argumenten ook niet meer willen laten doordringen, lijkt een literaire goudmijn. Toch is het niet vaak dat een auteur zich waagt aan zo’n thema en ‘de ander’ ook eens wat ruimte geeft. Gaea Schoeters schreef met Het geschenk een politieke satire, die voorzichtig stelling neemt, maar gelukkig ook mogelijkheden biedt voor eigen interpretatie.

Een spreidingswet voor olifanten. Het is beslist weer eens wat anders, maar je moet wel onnozel zijn om er niet de huidige politieke en maatschappelijke discussie over asielzoekers in te kunnen lezen. Grappige benadering van een serieus thema dus, waarbij Schoeters de lijn in alle facetten doortrekt. Behalve de door de president van Botswana aan de Duitse bondsrepubliek ‘geschonken’ twintigduizend olifanten, is alles in deze pamfletachtige novelle helemaal of enigszins voorstelbaar:

Alles voor de olifanten. Het zijn tenslotte beschermde dieren, wier welzijn absoluut prioritair is. Veel plezier ermee!

Natuurlijk is er een door de traditionele partijen gevreesde radicaalrechtse populist, Holger Fuchs, die van alle onrust, welke is hem om het even, gebruik maakt om de burgerlijke onvrede op te stoken. Dus als de Afrikaanse machthebber bondskanselier Hans Christian Winkler belt met zijn bijzondere reactie op een door Winkler zelf geopperd ivoorwetje, dat de import van exotische jachttrofeeën aan banden legt, gebeurt er zoiets.

Schoeters, die met Trofee al eerder schreef over de jacht op Afrikaanse dieren, schetst de paniek in de regeringskringen: wat moeten we hier met tienduizenden olifanten? Maar vooral: hoe gaat Fuchs hier misbruik van maken. Want dat is in hedendaagse politiek altijd een veel grotere zorg dan het beleid zelf. Alles voor de polls.

Hoe de gigantische beesten in zulke grote aantallen in dit werelddeel zijn aangekomen, daar krijgen we het fijne niet over te horen. Je zou toch mogen aannemen dat de havenautoriteiten van Hamburg of iemand anders, toch wel even met de regering zouden hebben gebeld voordat de Botswaanse president zelf die kans kreeg. Maar goed, de beesten zijn er, ze badderen lekker in de Spree, vlak bij de Rijksdag, en vreten en passant alles op wat groen is in Berlijn. Ga er maar aanstaan. Winkler is de hoogste baas, dus die moet iets verzinnen. Hij kiest er voor een collega met de rotklus op te zadelen, wat hem later nog duur komt te staan.

Waar het de Afrikanen niet in de laatste plaats om gaat is de arrogantie van het nog steeds vanuit koloniale impulsen reagerende Westen om morele bezwaren te hebben tegen beleid in een onafhankelijk ver land op een ander continent. Allemaal zonder het fijne te weten van de omstandigheden waarop dat beleid is gestoeld. Ergo: als je zo goed weet hoe je met hele kuddes dikhuiden om moet gaan, doe het dan lekker zelf.

Schoeters trekt voor haar korte roman alles uit de kast wat in onze tijd in zulke gevallen gebeurt. Denk aan het onvermijdelijke mediacircus, de theoretische praatjes van deskundigen en ‘deskundigen’, de politieke verdachtmakingen, de koudwatervrees en het afschuifgedrag van autoriteiten, het intimiderende activisme van nergens voor verantwoordelijke demonstranten, de westerse obsessie om alles te willen beheersen, de platte commercie, maar ook de groene utopieën, die weinig tot geen rekening houden met de basale bestaanszekerheid van miljoenen mensen. En dat dus allemaal in pakweg honderd bladzijden.

Het is mooi een voor iedereen leesbaar boek te kunnen schrijven dat zo veel thema’s en gedragingen aantipt, maar behalve die, soms wat erg karikaturale, herkenbaarheid blijft wel de vraag bestaan: wat wil ze ons hier nu mee vertellen? Beide maatschappelijke flanken zullen er ongetwijfeld hun gelijk in kunnen herkennen, waarbij die van openstaan voor vreemdelingen en van elkaar leren het meest op de voorgrond treedt. Maar wie dat wil zou er ook in kunnen lezen: laten we ons, verschillend als we zijn, vooral niet onnodig met elkaar bemoeien, dus blijf waar je bent. En dan ben je toch al snel weer uitgekomen bij de overspannen discussie die dagelijks onze media tot de rand toe vult. Ergens laat Schoeters de op Angela Merkel gebaseerde oud-kanselier Erika Lange (‘Wir schaffen das’) stelling nemen:

Olifanten zijn geen vluchtelingen. Dit is geen perceptieprobleem, maar een echt probleem. Dat los je niet op met handige propaganda.

Dat Schoeters olifanten de hoofdrol geeft, en de Duitse hoofdstad, en daar de bekende Fernsehturm laat overwoekeren door de zaden van woekerplanten, die in het voer en de poep van de beesten zit, maakt het allemaal licht verteerbaar. Maar er achter liggen natuurlijk wel reële maatschappelijke problemen. Toen de Republikeinse gouverneur Ron DeSantis van Florida drie jaar geleden busladingen asielzoekers naar het uiterst welstandige en Democratisch georiënteerde Martha’s Vineyard op Cape Cod stuurde, dacht hij de zich aan alles onttrekkende, maar moraliserende rijken een koekje van eigen deeg te geven. Hun maatschappelijke invloed deed het ‘probleem’ echter als sneeuw voor de zon verdwijnen. Hoe zou het daar zijn gegaan met een ‘geschenk’ uit Botswana, vraag je je nu af.

André Keikes

Gaea Schoeters – Het geschenk. Querido, Amsterdam – Antwerpen. 128 blz. € 19,99.