De volgende recensie over De droogte verscheen voor het eerst in 2003.

Hoed af

De Amerikaanse schrijver Truman Capote die berucht was om zijn valse uitspraken over collega’s zei ooit over Jack Kerouac: ‘wat hij doet is geen schrijven, het is typen.’ Ik moest eraan denken toen ik de nieuwe Brusselmans las: zo noem je namelijk de romans van de Vlaamse veelschrijver Herman Brusselmans. Hij schrijft geen romans, hij schrijft een Brusselmans en De droogte is een nieuwe in de reeks.

Waar het om gaat, doet er niet zo veel toe, in ieder geval altijd om figuren die zich aan de rand van de samenleving bevinden en zich in leven houden met de kleine oplichting. In het oudere werk is Brusselmans zelf de hoofdfiguur. In het nieuwere zijn het een soort afsplitsingen van de schrijver die de cafés van een denkbeeldige grote stad in Vlaanderen frequenteren, die fors afgeven op het Vlaamse klootjesvolk, daarbij zichzelf niet sparen en in het algemeen bezig zijn zich met nietsnutterij en flauwekul in leven te houden.

Je houdt ervan of je houdt er niet van. Je moet bestand zijn tegen verpletterende meligheid, tegen schaamteloos getyp over niks, tegen eindeloze tirades over…, ja, waarover eigenlijk, en tegen sterke jongenspraat, maar niet heus, over drank en seks. Vrouwen zijn vuilpijpen, moeders zijn overbodig en stinken, negers kunnen vooral goed dansen, Arabieren heten allemaal Mohammed en dat gaat zo meestal een bladzijde of drie-, vierhonderd door, ook nog op dezelfde toon.

Bij mij wisselt de waardering nogal eens. Een van zijn vorige boeken heb ik in deze rubriek proberen af te kraken, herinner ik me, ik vond het niks, ‘nepfascisme’ noemde ik het, het was ‘schraal’ en niets meer dan een ‘stijltrucje’. Niet dat het iets uitmaakt, Brusselmans schrijft rustig zijn volgende Brusselmans die zijn weg vindt naar duizenden adepten. Kritieken als die van mij lapt hij zonder meer aan zijn laars. Gelijk heeft hij.

En veel zal het hem niet uitmaken dat ik me deze keer bijzonder vermaakt heb. Want het hoge woord moet eruit: ook deze Brusselmans is natuurlijk weer melig, hij staat vol geklets in de ruimte en er komt ook nu geen einde aan, maar ik heb er verschrikkelijk om gelachen en vaak mijn hoed af genomen voor de dolle invallen en de hoogst hilarische taferelen waarop Brusselmans ons trakteert. De steeds terugkerende routebeschrijvingen door de stad zijn onbetaalbaar geestig en evenzo vele hoogtepunten.

Dan moet je ginder rechtsaf, de brug over, de tweede links, blijven rijden, blijven rijden, blijven rijden, tot je praktisch niet anders kan dan naar links en daar de tweede links.

Het boek staat er vol mee en op het laatst heb ik hardop zitten schateren bij zoveel ongein over de te volgen juiste route van café naar café. Of neem de eeuwig terugkerende gesprekken over of iets groen of blauw is. Of de steeds terugkerende namen van de cafés: De Twee Knietjes, De Middenstreep, De Inch’Allah, De Torenvalk, De Open Deur, De Troebel, Het Oude Geschut, Achter de Wolken, De Senior, Bij Kamiel, De Noordenwind, Het Frutselke enz. enz. enz. Wie hier niet voor valt is gek. Lang leve Brusselmans.

Kees ’t Hart

Herman Brusselmans – De droogte. Prometheus, Amsterdam. 330 blz.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 26 september 2003.