Recensie: Jante Wortel – Ik, de ander
Niet echt bestaan voor een ander
Jante Wortel debuteerde drie jaar geleden met Weerlicht, een coming-of-ageroman over een meisje dat worstelde met zichzelf en de beklemmende dynamiek binnen haar gezin. Nu is er Ik, de ander. De flaptekst bevat een citaat uit de roman en een aanbevelingstekst: ‘In Ik, de ander trekt Jante Wortel je langzaam maar zeker in het drijfzand van een toxische relatie. Je blijft doorlezen omdat je wilt dat het stopt.’ Er staat geen naam onder dus zal de tekst van de uitgeverij afkomstig zijn. Een dergelijke achterflap die de leeservaring alvast invult en het thema prijsgeeft brengt gevaren met zich mee. Bij mij wakkert het een nog kritischere leeshouding aan: in hoeverre kom ik in een leesroes en lukt het Wortel om me het gevoel te bezorgen van verzuipen in een toxische relatie?
In de onvoltooid tegenwoordige tijd en vanuit een personaal perspectief betreden we de wereld in Ik, de ander: ‘Ze ontmoet hem op de nieuwjaarsborrel. Ze werken bij hetzelfde bedrijf. […] Ze hebben nooit een woord gewisseld tot die borrel. Allebei uit hun doen. Allebei weinig geïnteresseerd in wat zich binnen in de karaokebar afspeelde.’ We proeven in dit eerste fragment de toon van de roman: Wortel schept bewust distantie met het personale perspectief en de geserreerde stijl. Meteen na bovenstaand citaat volgen twee opmerkelijke zinnetjes: ‘Ze realiseert zich dit pas veel later, maar iets in zijn manier van doen heeft haar altijd op afstand gehouden. Alsof ze intuïtief wist: jou moet ik niet te dichtbij laten komen.’
Naast de spanning die deze zinnetjes opwekken, suggereren ze dat we te maken hebben met een vertelling achteraf. Je rekent nu op reflectie.
De naamloze hoofdpersoon krijgt vrij vlot na de borrel een relatie met haar collega. Nergens noemt ze hem bij naam. Ze verwijst naar hem met ‘hij’. Op pagina zeven van het verhaal zijn ze ‘op een vreemde manier gelijk hecht, gelijk vertrouwd met elkaar’. En op pagina acht lukt het haar om voor het eerst sinds maanden weer te glimlachen naar haar spiegelbeeld: ‘Ze voelt zich gezien.’
In een hink-stap-sprong hebben we alle belangrijke verhaalgegevens op tafel: zij heeft een langdurige relatie verbroken en heeft daar een schuldgevoel aan overgehouden. Ze kampt met een laag zelfbeeld, heeft moeite met conflicten, is behoorlijk perfectionistisch, cijfert zichzelf net als haar vader weg omwille van de ander. Met huid en haar levert ze zich aan haar mannelijke collega over, omdat hij een leegte vult. Ook als hij er anderen op na blijkt te houden, haar manipuleert, fysiek belaagt, kleineert, blijft ze bij hem. Inwendig schreeuwt ze en is ze woedend, maar ze doet heel lang niets, ondergaat alles en lijkt het isolement zelf op te zoeken. Heel langzaamaan kentert er iets en komt ze voor zichzelf op.
Alles in deze roman is kort en bondig: de zinnen, de hoofdstukken, de drie delen en helaas ook de gedachtes. Wortel laat haar hoofdpersonage (dat geheel gespeend blijft van uiterlijke kenmerken en dus meer weg heeft van een schim) alles meedelen in plaats van dat ze toont wat ze ervaart. Dat bemoeilijkt identificatie. Er zijn geen noemenswaardige reflecties achteraf meer te bespeuren na die twee zinnen aan de start van het verhaal. Dat is oerzonde. We blijven zó ver van het hoofdpersonage vandaan dat ze niet tot leven komt, weinig empathie opwekt en zelfs gaandeweg onze interesse verliest. Het enige wat bij mij tijdens het lezen onder spanning stond was het geloof in het bestaan van het hoofdpersonage. Ze bleef door alle keuzes van Wortel een construct. Ze bestond voor mij niet echt.
Mij bekroop steeds meer het gevoel dat deze roman gebaat zou zijn geweest bij het uitdiepen van bepaalde aspecten, zoals de gedachte die achter de titel schuilt. In hoeverre was de hoofdpersoon een vreemde (een ander) voor zichzelf? Hoe toxisch was haar eigen gedrag voor haar eigen leven? Welke rol speelde dat bij het blijven hangen in een relatie vol duivelse dynamiek? Wat zorgde ervoor dat ze verantwoordelijkheid nam? Ook een afwisseling in perspectief (tussen zij – verleden, in de tegenwoordige tijd en ik – heden, verleden tijd) had wellicht kunnen werken om de emotionele afstand van het personage ten opzichte van zichzelf beter invoelbaar te maken. Nu scheert het werk vlug vlug, snel snel over de oppervlakte en voelt het alsof we de hoofdpersoon en haar dilemma’s niet echt hebben leren kennen.
Miriam Piters
Jante Wortel – Ik, de ander. Das Mag, Amsterdam. 234 blz. €22,99.

Mijn vraag zou zijn nav recensie: ze voelde dat ze bij hem vandaan moest blijven, waarom ging het dan aan? Leegte kan ook door anderen opgevuld worden. Waren er ‘loverboy’tactieken?
Jij bent zo jij dat ik hoop dat jij blijft.