De onderstaande recensie van Schaduwboksen komt uit 2003.

Geen ontsnapping

Verhalenbundels zie je niet vaak meer. Uitgevers voelen er niet veel voor omdat er onder lezers geen belangstelling voor is. Tenminste, dat denken ze. Literaire bladen krijgen in hun brievenbussen nog maar weinig goede verhalen, beginnende schrijvers schrijven liever gelijk een roman, dan zit je eerder bij Barend en Van Dorp. Een goed kort verhaal heeft geen hoge status meer in de letteren, het genre begint te verdwijnen en dat is jammer want je kunt als schrijver al je talent en werkkracht erin samenballen.

In Schaduwboksen bracht Peter Drehmanns twaalf verhalen bijeen en ze zitten goed in elkaar. Moeiteloos zet hij een situatie uiteen en laat vervolgens een personage zich er flink op stuk lopen. Want daar heeft hij een sterke voorkeur voor: figuren die reddeloos verloren zijn, of in situaties verkeren waaruit geen enkele ontsnapping meer mogelijk is.

Neem nu de zoon die in ‘Vervangend Vervoer’ uit een vorm van zelfvernietigende balorigheid een reis per auto naar België onderneemt, om daar met terugwerkende kracht alsnog met zijn vader af te rekenen. ‘Toen ik elf was had mijn vader al de hoop opgegeven dat het ooit wat met mij zou worden,’ peinst hij rancuneus, terwijl hij ‘zo dadelijk met een vette Japanner onder mijn reet de boulevards van Brussel op (zal) zwenken.’ Zo’n figuur dus, een patsertje dat de weg kwijt is totaal de mist in gaat en natuurlijk tot niets in staat is.

Mislukkelingen, daar zoekt Drehmanns het in, mensen die in een ziekenhuis of elders in opperste eenzaamheid hun armzalige levens overpeinzen. Bijvoorbeeld ene Ferdinand Versaghe, onhandige minkukel, die uiteindelijk een baantje krijgt als ‘retoucheur’ van pornografische blaadjes, iemand dus die de geslachtsdelen met witte balkjes moet wegschilderen, maar zelfs daar niet in slaagt. Of in ‘Rolluiken’ de man die zojuist voorgoed afscheid van zijn geliefde heeft genomen en in een hotel een stuitend avontuur met een hoer beleeft. Met veel plezier en in volle vaart laat hij zijn antihelden ongezellig de afgrond in duiken of in ieder geval onontkoombaar naar de ratsmodé gaan.

Drehmanns houdt van het genre, hij beheerst het goed, heeft weinig woorden nodig om soms ook hilarische situatie in elkaar te zetten en werkt er verlekkerd aan hoe hij zijn helden nog een extra trap na kan geven. Want veel mededogen heeft Drehmanns niet met zijn figuren, het was allemaal niks en het wordt later ook allemaal niks, zoals dat moet in dit type zwartgallige literatuur waar hij van houdt en die hij af en toe, misschien te weinig, onder stroom zet met een forse grap.

In het laatste verhaal doet hij een poging alle voorafgegane verhalen tot een geheel te verwerken, maar dit blijft te veel steken in moeizame leukigheid. Schrijf nou maar gewoon een goed verhaal, dacht ik, dat is al moeilijk genoeg en dat kan deze schrijver. Drehmanns laat zijn boek vooraf gaan door een ‘waarschuwing’ die mij de lust om verder te lezen bijna ontnam omdat ze overbodig is en veel te pretentieus: ‘Deze pagina’s ademen slechts de hemelse stank van de leugen en het helse aroma van de verbeelding.’ Geen waarschuwingen meer graag ik zoek het zelf wel uit.

Kees ’t Hart

Peter Drehmanns – Schaduwboksen. Prometheus, Amsterdam. 222 blz.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 7 november 2003.